Zitten kampeerders nog wel te wachten op de stevige tenten van De Waard?

Twintig jaar geleden kampeerde half Nederland in een tent van De Waard, dat donderdag een doorstart maakte. Maar Nederlanders vieren nu op een andere manier vakantie.

Een piramidetent van 'De Waard' op de camping in Baarn. Foto: Jasper Juinen

Wie in de jaren negentig met zijn auto in het buitenland de camping opreed, kon vaak al van afstand zien welke gasten ook uit Nederland kwamen. Niet door de gele nummerplaten, de praktische sandalen of felgekleurde ANWB-jas, maar door de tent. Een stevig piramidevormig model van zandkleurig katoen? Dat kon niet missen!

Eigenlijk alle Nederlandse fabrikanten verkochten in die tijd wel een dergelijke stormtent, vaak zelfs meerdere types. Toch kregen al die tenten met hun zware buizenconstructies en hun ruime interieur in de volksmond dezelfde naam. Een ‘De Waard’. Naar het van oorsprong Noord-Hollandse bedrijf dat in de jaren vijftig dit model had bedacht: de Albatros #1.

Dat een dergelijke tent een fikse investering was, van soms enkele duizenden guldens, maakte de meeste kampeerders niet uit. Het waren immers producten die tientallen jaren meegingen. Als een Franse zomerstorm overtrok, hoefde je eigenlijk alleen maar even de scheerlijnen strak te trekken. Daarna kon je van onder de luifel geamuseerd toekijken hoe buitenlandse medekampeerders in de harde wind hun slappe koepeltentjes achterna holden.

Deze zomer, ongeveer zeventig jaar nadat zeilmaker Machiel de Waard zijn eerste tent maakte, dreigde het merk heel even te verdwijnen. Eind vorige maand ging kampeerwinkel De Vrijbuiter door financiële problemen failliet. Dochterbedrijf De Waard werd in die val meegesleurd. Deze donderdag maakten de curatoren echter bekend dat De Waard een doorstart maakt. Koper is de Sunshine Group uit Doetinchem, die ook eigenaar is van de merken Alpenkreuzer en Doréma, producenten van vouwwagens en voortenten.

Lees ook: Sunshine redt tentenmaker De Waard van faillissement

Maar zitten Nederlandse kampeerders eigenlijk nog wel te wachten op de stevige tenten van De Waard? Steeds vaker tillen zij tegenwoordig een lichtgewicht koepel- of tunneltent uit hun kofferbak. Of eenvoudiger nog: een simpele opgooitent die binnen drie seconden staat. Is de Nederlander niet gewoon anders gaan kamperen dan twintig jaar geleden?

Een koepeltent. iStock

Goedkoop vliegen

Vaststaat in elk geval dat de Nederlander mínder is gaan kamperen. Dat is volgens curator Harm-Jan Meijer ook een van de voornaamste oorzaken van het faillissement van De Vrijbuiter, zei hij eerder tegen RTL Z. Wat daarbij meespeelt is de opkomst van goedkope luchtvaartmaatschappijen, zegt directeur Ivo Richaers van winkelketen. „Daardoor kunnen mensen relatief voordelig een vliegvakantie naar de zon boeken.”

Daarnaast ziet Richaers een „verschuiving van bezit naar gebruik”. Met andere woorden: mensen schaffen minder vaak een tent aan, en huren in plaats daarvan een compleet ingericht exemplaar. Glamping, wordt deze luxe kampeervorm ook wel genoemd, glamorous camping. „Dan kun je met een bijna lege auto naar Frankrijk”, aldus Richaers.

Lees ook: Glamping, comfortabel kamperen voor de prijs van een hotelkamer

Onderzoeksbureau NBTC-NIPO houdt al vijftien jaar bij hoe en waar Nederlanders op vakantie gaan. In 2002 telde het bureau nog bijna 9,5 miljoen kampeervakanties (een gezin van vier telt als vier vakanties). Vorig jaar was dat nog 7,1 miljoen, ruim een kwart minder. Het aantal tentvakanties liep nog veel sterker terug.

In wat voor soort tent al die vakantiegangers slapen, kunnen de onderzoekers niet zeggen. Maar onder de eigenaren van kampeerzaken bestaat daarover geen enkele twijfel: veel vaker dan in de jaren negentig kiest de Nederlander nu voor een goedkope tent. En die tentjes kopen ze niet per se bij de speciaalzaak. Ze liggen ook in de schappen bij de bouwmarkt, het tuincentrum of de Lidl.

De wegwerptent

Toch is de grootste concurrent op dat gebied waarschijnlijk de Franse sportwinkelketen Decathlon, een miljardenbedrijf dat op reusachtige schaal produceert. Wie binnenloopt in het filiaal in de Amsterdamse Bijlmer ziet meteen een ruime keuze aan tentjes, luchtbedden, thermosflessen, zaklampen en gasstelletjes.

Het merendeel van die producten is aanzienlijk goedkoper dan bij bijvoorbeeld De Vrijbuiter. Een tweepersoonstent? De goedkoopste heb je voor 19,99 euro. Slaapzakken? 13 euro voor het zomermodel en 23 euro voor de warmere variant. Een campingtafel voor vier personen, inclusief stoelen? Voor nog geen zes tientjes ben je klaar.

Bij de speciaalzaak worden deze kunststof koopjes ook wel ‘wegwerptentjes’ genoemd. Het zijn de koepeltjes die op de maandag na een festival massaal worden achtergelaten op het kampeerterrein, al dan niet brandend. Richaers: „Ik heb ook families als klant gehad die zeiden: op de heenweg gooi ik een tent van Decathlon achter in mijn auto, op de terugweg leg ik hem bij het afval.”

Lees ook: De Waard-types willen niet tussen de stacaravans staan

Natuurlijk lopen kampeerwinkels door die goedkope concurrenten omzet mis, zegt John Bax, mede-eigenaar van Bax Totaalrecreatie in het Brabantse Bergeijk. Toch ziet hij ze niet per se als een bedreiging. Misschien zijn het immers wel beginnende kampeerders, die het een keer willen proberen. „Consumenten die, als het kamperen wel bevalt, maar de tent niet, een jaar later alsnog bij ons langskomen.”

Bovendien is niet alleen de goedkope tent in opkomst, zeggen Bax en Richaers. Ook het topsegment, tenten van duizend euro en meer, is groeiende. Het zijn vooral de tenten die daar tussenin zitten die de laatste jaren minder worden verkocht.

Tent zonder scheerlijnen

Om in dat hoogste segment mee te kunnen doen, moet je als fabrikant alleen wel luisteren naar wat de consument wil, zegt Bax. Zijn bedrijf maakt al bijna vijftig jaar tenten en is in die tijd verschillende keren van model veranderd. „In de jaren tachtig waren bungalowtenten erg in trek, van die vierkante huisjes. Daarna kwamen de piramidetenten. En nu is de tunneltent populair.”

Een tunneltent. Foto iStock

Dat de piramidetent de camping niet langer domineert, komt volgens winkeleigenaar doordat kampeerplekken steeds kleiner worden. „De consument wil daarom geen scheerlijnen meer aan zijn tent. Want aan de voorkant en achterkant ben je dan een meter extra kwijt en aan beide zijkanten nog eens anderhalve meter. Dus een tent van vier bij zes is eigenlijk zeven bij acht. Waardoor er geen plek meer is voor de auto.”

Bax maakt daarom de laatste jaren vooral tunneltenten met voorgebogen aluminium buizen, die ook zonder scheerlijnen stevig staan. Een extra voordeel van dat model is dat de „functionele binnenruimte” groter is. „Bij een piramidetent kun je door de schuine wanden niet op elke plek zitten. Bij een ‘tunnel’ kan dat wel.”

Daar komt bij dat de consument ook wil dat producten een beetje handzaam zijn, zegt Kees van Oorschot, bedrijfsleider bij kampeerwinkel De Wit in Schijndel. „Mensen willen tegenwoordig een jerrycan die ze kunnen opvouwen, lampjes die net even kleiner zijn – ook omdat auto’s nu kleiner zijn.” Een De Waard past niet echt in die categorie: de Albatros is verpakt een meter lang, 40 centimeter breed en 35 kilo zwaar.

Het neemt volgens Bax niet weg dat de producten van De Waard – ooit zijn grootste concurrent – nog steeds van uitstekende kwaliteit zijn. „Maar ze zijn een beetje stil blijven staan.”

    • Joost Pijpker