De grootste droogtepuzzel is de dreigende verzilting

Waterverdeling De recente regen geeft enig soelaas, maar droog blijft het. Bij Rijkswaterstaat is het stressniveau hoog. Het zoutgehalte loopt op.

De ‘waterkamer’ van Rijkswaterstaat in Lelystad. „Zodra een probleem voorbij is, dient het volgende zich aan.” Foto Merlin Daleman

Buiten plenst het, maar binnen, bij Rijkswaterstaat in Lelystad, draaien de droogte-experts overuren. „We werken dit seizoen met een dubbele bezetting”, zegt Hans de Vries, een van de drie roulerende voorzitters van de landelijke droogtecommissie. Officieel: de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW). In een gemiddelde zomer doen wordt dit werk gedaan door vier mensen – dit jaar zijn het er acht, met extra ondersteuning.

Stressvol? „Ik kan me voorstellen dat sommige mensen dat vinden”, zegt Boris Teunis, een van de twee ‘informatiecoördinatoren’ die deze twee weken ‘piket’ hebben – en dus voortdurend worden gebeld.

Regenton IJsselmeer

Ondanks de buien kampt Nederland nog altijd met een watertekort. De regenval heeft landbouw, natuur en tuinen enige verlichting gebracht. De waterkwaliteit is er een tikje door verbeterd, maar de Rijn staat nog altijd erg laag; de afvoer bedraagt nu 900 kubieke meter per seconde, ongeveer de helft van de gemiddelde afvoer rond deze tijd van het jaar. Het peil van het IJsselmeer is ietwat gestegen, maar grosso modo verdwijnt er nog evenveel water als er via de IJssel weer bijkomt. Ten slotte de verzilting. Die geeft op dit moment nog de meeste hoofdbrekens.

„Het is inderdaad erg druk”, beaamt collega Mandy Bek. „Zodra een probleem voorbij is, dient het volgende zich aan. We zijn twenty-four seven bezig. Het is een dynamische baan, laten we het zo zeggen.”

Lees ook: Wat heeft Nederland geleerd van de hevige droogte?

De droogtemanagers zitten samen in een kantoortuin die de ‘waterkamer’ heet. Daar verzamelen ze informatie van regionale afdelingen en de waterschappen, beoordelen ze nut en noodzaak van maatregelen en doen ze daar voorstellen voor. Rekening houdend met de weersvoorspellingen. Met de verwachte aanvoer van Rijnwater. Met de windrichting. De Vries: „Met harde westenwind kunnen we bij IJmuiden minder water spuien. Dan blijft zout langer hangen.”

Door de droogtecrisis is de organisatie „opgeschaald” en worden de besluiten genomen door de directeur-generaal van Rijkswaterstaat, Michèle Blom, voorzitter van het tijdelijke managementteam watertekorten, waar ministeries, waterschappen en provincies samenwerken. „Zij neemt bijna altijd onze adviezen over.”

Als de uitdrukking ‘hand aan de kraan’ ergens van toepassing kan worden verklaard, dan hier bij het watermanagementcentrum in Lelystad. De watermanagers draaien constant aan denkbeeldige kranen om het water in tijden van schaarste te verdelen. De Vries: „Er is een soms lichte spanning tussen verschillende belangen. We proberen daar een verstandige balans in te vinden.”

Op de hoger geleden zandgronden in het oosten en zuiden valt weinig te kiezen. De Vries: „In het oosten is het droog. We hebben het over de vraag of we enerzijds doorgaan met het vullen van onze nationale regenton, het IJsselmeer of dat we óók meer water uit de IJssel richting Twentekanalen kunnen sturen. Maar zulke keuzes worden dikwijls beperkt, doordat de hoeveelheden water al vastgelegd zijn in verdeelsleutels. Het watersysteem is niet op grote veranderingen ingesteld.”

Lees ook: Het IJsselmeer als grote buffer

Inlaat van het Volkerak

Anders is dat in het westen. Een breinbreker is met welke maatregelen je de voortdurende dreiging van verzilting van westelijk Nederland het hoofd kunt bieden. Wat te doen als het zoutgehalte in het noordelijk deel van het Amsterdam-Rijnkanaal bij Diemen oploopt? Hoe voorkom je dat zout water vanuit de benedenrivieren naar het Westland stroomt? En wat zijn bij alle maatregelen de consequenties voor de scheepvaart? „Een complexe puzzel”, zegt De Vries. „Door deze langdurige droogte zijn we beland op de rand van waar we ervaring mee hebben.”

Onlangs nog werd besloten de inlaat van het Volkerak een paar dagen te sluiten. „We kregen een telefoontje van de mensen in Zuidwest-Nederland”, vertelt Mandy Bek. „We zien het zoutgehalte hier oplopen, zeiden ze, we willen maatregelen.” Dat was op een zondag. Dat kon niet wachten tot de volgende droogtevergadering. Ik heb toen onze voorzitter gebeld, en intussen ondersteuning gevraagd; scenario’s met voor- en nadelen van het sluiten van de inlaat.” Voorzitter Hans de Vries: „ Michèle Blom heeft het besluit genomen.”

Bij alle ingewikkelde verziltingspuzzels dringt zich de vraag op of het Hollandse ingenieuze watersysteem houdbaar is. Moeten we in Nederland niet meer zout water toelaten? Leren leven met verzilting? „Dat is een beleidsvraag”, glimlacht De Vries, en daarover geeft hij geen mening. Wel wil hij bestrijden dat het systeem nu te ingewikkeld is. „We hebben hier honderden jaren ervaring mee. Er is zo veel kennis. Er wordt zo goed samengewerkt. We kunnen dit zeker aan.”

    • Arjen Schreuder