Bertie van Gelder: „Ik werd Israëli met de gedachte: ik ga toch nooit meer terug.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Bertie van Gelder (85): ‘Dat ik joods ben, heb ik lang verdrongen’

Op de plaats van de rubriek Jong! deze zomer elke week de rubriek Oud! waarin ouderen vertellen over zichzelf, hun liefdes en de lessen van het leven. Deze week: Bertie van Gelder (85).

Elegante armen

„Ik was zes en wilde op ballet. Toen kwam de oorlog. Mijn zusje en ik zijn ondergedoken in Zuid-Limburg, mijn ouders zijn omgekomen. Na de oorlog kwamen we in Amsterdam bij een oom en tante in huis. Ik ben nog ballet gaan doen, bij Florry Rodriguo. Zij zei: je hebt elegante armen maar je bent te stijf. Ik was gewoon veel te laat begonnen.”

Matses

„Dat ik joods was wist ik niet. Wij waren seculier, mijn vader had tijdens zijn studie het geloof radicaal overboord gezet. Bij mijn oma kregen we met Pesach wel matses met bruine suiker, maar zij heette „vroom”. Na de oorlog wist je dat joods zijn levensgevaarlijk was. Ik heb het lang verdrongen, tot ik nachtmerries kreeg. Toen ik eindelijk accepteerde dat ik joods was viel er een last van me af.”

Zeeuws-Vlaanderen

„Ik ging rechten studeren, maar werd zwanger en we trouwden. Mijn man kreeg een baan als leraar in Zeeuws-Vlaanderen. Dan ben je import, moet je laten zien dat je niet met je neus in de lucht loopt. Ik werd lid van de plattelandsvrouwen, ging vrijwilligerswerk doen. Het huwelijk ging lang goed. Wij konden eindeloos over boeken praten.”

Israel

„In 1982 ben ik in Israël gaan wonen. Eerst kreeg ik er tien maanden vijf uur per dag Hebreeuwse les. Daarna vond ik werk als secretaresse, ik had alleen een typediploma. Je had toen net Sabra en Shatila, een slachting in twee Palestijnse kampen. Ik ging naar een demonstratie, sloot me aan bij vredesorganisaties. Daar heb ik veel Palestijnse vrienden aan overgehouden. Ik was ook actief in Meretz, een links partijtje. Na drie jaar moest ik kiezen: Nederlander blijven of Israeli worden. Ik werd Israëli met de gedachte: ik ga toch nooit meer terug.”

Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel

Vreemdelingenpolitie

„Toch ben ik teruggekomen. Als je in Israël geen eigen familie hebt is oud worden een probleem. Je kunt niet leven van de AOW. Hier kreeg ik te maken met de IND en de vreemdelingenpolitie. Waarom was ik Israëli geworden, waarom kwam ik terug? Uiteindelijk vond ik een maas in de wet: Als je tot je achttiende in Nederland had gewoond, en je ouders waren Nederlands, kon je bij remigratie het Nederlanderschap terugkrijgen zonder dat je de andere nationaliteit hoefde op te geven. Sindsdien heb ik twee paspoorten.”

Lijntje naar boven

„Ik geloof in God, maar ik heb niet de behoefte met zijn allen te zitten bidden. Ik ben joods, hoor tot het joodse volk, ik heb een eigen lijntje naar boven. In de oorlog deed ik mee met de katholieke mensen. Dat was troostend. Het was fijn om in de kerk te zitten en te horen: God let op jou.”

    • Joke Mat