‘Als niemand voor ons opkomt, moeten we het zelf maar doen’

Bij de Star Tribune in Minneapolis zijn ze wel wat gewend, als het op kritiek aankomt. Toch plaatst de krant donderdag, net als honderden andere Amerikaanse kranten, een commentaar over president Trumps aanvallen op de pers.

Bij de Star Tribune uit Minneapolis dachten ze dat ze wel wat gewend waren. Van 1999 tot 2003 hebben ze in Minnesota al hun eigen tv-beroemdheid op een hoge post gehad: voormalig professioneel worstelaar Jesse Ventura (worstelbijnaam: The Body) was in die jaren gouverneur en hij had een hekel aan journalisten. Hij klaagde publiekelijk over de „jakhalzen van de media”. Bij een officiële bijeenkomst liet hij naamplaten drukken, die de journalisten moesten dragen om binnen te komen. Zijn beeltenis stond erop, waarbij hij met zijn vinger naar de kijker wees. Dan kwam de naam van de verslaggever, van zijn krant of zender, en daaronder de woorden ‘official jackal’.

Voormalig worstelaar en gouverneur van Minneapolis Jesse Ventura. Hij had een hekel aan de pers; in zijn tijd als gouverneur moesten journalisten deze foto om hun nek dragen. Beeld: FDA

„Wij schrokken dus eerst niet zo van president Trump’s getier tegen de ‘fake news media’”, zegt D.J. (Doug) Tice, opinieredacteur en columnist bij de Star Tribune. „En los van gouverneur Ventura, Trump is ook niet de eerste president die de pers op de korrel neemt. Wij zijn nooit heel populair. Wij rakelen vervelende zaken op. Wij zoeken problemen. Journalisten zijn gewend dat mensen kritiek op hen hebben.”

Toch stond donderdag ook in de Star Tribune een commentaar over de uitbarstingen van president Trump ten aanzien van de media. Als een van enkele honderden kranten en tijdschriften – van groot als The New York Times tot klein als de Forward („Joods. Zonder vrees. Sinds 1897”) – die ingingen op een uitnodiging van The Boston Globe, om op een en dezelfde dag in een hoofdredactioneel commentaar hetzelfde onderwerp te adresseren: de furie van Trump. Elke krant koos zijn eigen woorden, het effect moet een concert van tegengeluid zijn. „Ik kan me niet herinneren dat ik zoiets eerder heb meegemaakt”, zegt Tice.

Waarom nu dan wel?

„Ventura was een grapjas. Trump is serieuzer. Zijn aanhoudend agressieve toon is hard, die doet schade”, zegt Tice. „En het loopt op. Eerst was het nog ‘nepnieuws’, sinds kort heet de pers ‘de echte vijand van het volk’. Dat is opruiend. Dat is reden tot zorg.”

Maggie Haberman van The New York Times, waarschijnlijk de best geïnformeerde journalist waar het Trump betreft, legde op de radio het verschil uit tussen de president bij zijn achterban en de president alleen. In het Witte Huis nodigt hij journalisten en mediaondernemers uit.

„Wat ik zie is dat Trump zijn best doet om bij zijn aanhang afkeer en wantrouwen op te wekken. Op de lange termijn is dat schadelijk voor de democratie. Die heeft een robuuste, vrije pers nodig. Toen de founding fathers van dit land de Grondwet schreven, hebben ze niet voor niets in de First amendment de persvrijheid gegarandeerd. En dat was in een tijd dat de pers nog veel partijdiger was dan nu.”

Er lijkt ambivalentie te zitten in de verhouding tussen pers en Trump, zowel afkeer als omhelzing. Het meestgelezen stuk op de site van de Star Tribune vandaag heeft Trump in de kop staan.

„Ja, Trump is goed voor de zaken. Hij heeft onder onze lezers, onder álle Amerikanen de belangstelling voor politiek en politiek nieuws vergroot. Hij is, aan de andere kant, zelf ook een creatuur van de media.”

Hebben verslaggevers van de Star Tribune daadwerkelijk last gehad van agressie?

„Nee. Collega’s die bij een bijeenkomst van de Republikeinen waren, zeiden wel dat er flink wat vijandigheid in de lucht hing. Maar laten we de zaken vooral in perspectief blijven zien. Er zijn landen in de wereld waar het veel erger met de persvrijheid is gesteld is dan in de Verenigde Staten. Ik weet van geen agressie tegen onze verslaggevers, niet door medewerkers van Trump, niet door zijn aanhang. Het is de sfeer die verhardt. Daar gaat ons commentaar over. Daar willen we de aandacht van onze lezers op vestigen. Het is geen vlammende aanklacht tegen deze president. Trump is onze vijand niet.”

Het initiatief is her en der gepresenteerd onder de noemer ‘war of words’. Is het gevaar daarvan niet dat mensen denken dat de pers wel écht de vijand van de president is?

„Over die vraag hebben we hier op de redactie wel nagedacht. Geven we op deze manier niet geloofwaardigheid aan de karikatuur die Trump van ons maakt? Ja, dat is een risico. Het is bovendien ongemakkelijk om onszelf tot onderwerp in de krant te maken. Maar als niemand voor ons opkomt, moeten we het zelf maar doen.”

    • Bas Blokker