Opinie

    • Wilfred Takken

Van Dis op bezoek bij de Dalai Lama: heerlijke televisie

Zap De schrijver verbaast zich in zijn nieuwe serie ‘Van Dis en de Dalai Lama’ over de populariteit van het boeddhisme in het Westen. Waarom zijn er in Nederland meer boeddhabeelden dan tuinkabouters?

De Boeddhistische Blik: Van Dis en de Dalai Lama

Een oorlogsherdenking midden in de zomer, met alles erop en eraan: kransen, de grote klok, de premier en het Wilhelmus. Sommige soldaten dragen bamboehoeden. Je zou het bijna vergeten maar de Tweede Wereldoorlog eindigde niet op 8 mei 1945, maar pas op 15 augustus, toen ook Japan zich overgaf.

Woensdag werden in Den Haag de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië herdacht. De NOS zond het in de middag rechtstreeks uit, in de avond kregen we een samenvatting. Meer ruimte dan de herdenking zelf, kreeg een aansluitend gesprek van Rob Trip met schrijver Geert Mak en cineast Hetty Naaijkens-Retel Helmrich.

Dat gesprek werkte heel verhelderend. Want er is dus iets met deze herdenking. Ze staat in de schaduw van de grote dodenherdenking op 4 mei. „Ik wed dat er veel minder gevlagd wordt”, zegt Naaijkens-Retel Helmrich. We horen weinig over de oorlog in het Oosten. Dat zit Indische Nederlanders dwars. Ze willen meer aandacht. Mak: „Er zit veel meer Indië in Nederland dan we ons realiseren.”

Lees ook: Een trofee en een viool vertellen het kampverhaal

Waarom zo weinig aandacht? Omdat dit een pijnlijke en ingewikkelde herdenking is, zegt Mak. Dit herinnert Nederland aan zijn koloniaal verleden. De slachtoffers die we herdenken behoorden tot de kolonialen, die voor de oorlog de bevolking onderdrukten. En kort na de bevrijding, tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog, gingen de Nederlanders daar zelf tekeer als Japanners.

Het toch al beperkte sjabloon van goed en kwaad is in Nederlands-Indië helemaal onbruikbaar. Mak: „We hebben een idee van Nederland als een onschuldig land. Dat vinden we het fijnste. Vind ik ook het fijnste.”

Naast de oorlogstrauma’s komt voor de overlevenden de pijn van het vergeten zijn, van het verdreven zijn, en van de koude ontvangst in Nederland na de oorlog. Dat krijgt in de uitzending nog meer aandacht dan de doden in de Jappenkampen.

Van Dis en boeddhisme

Dit alles is zeker geen onbekend terrein voor de lezers van Adriaan van Dis (1946), zelf een tweedegeneratieslachtoffer. Tien jaar na zijn bekroonde reisserie Van Dis in Afrika en zes jaar na Van Dis in Indonesië keert hij terug op tv met een driedelige reisserie over het boeddhisme, De Boeddhistische Blik: Van Dis en de Dalai Lama. Op het eind interviewt hij geestelijk leider de Dalai Lama.

Van Dis verbaast zich over de populariteit van het boeddhisme in het Westen. Waarom zijn er in Nederland meer boeddhabeelden dan tuinkabouters?

In een kerk vol boeddhabeelden in Deventer vertelt Paul van der Velde, hoogleraar Aziatische Religies, dat die aantrekkingskracht vooral voortkomt uit onwetendheid. Hierdoor is het boeddhisme nog niet zo besmet als het christendom, en lijkt het een schoon en wijs alternatief. We shoppen wat bruikbare eigenschappen bij elkaar, negeren de rest, en beweren zelfs dat het boeddhisme geen religie is.

Bij mindfulness is het boeddhisme zozeer gestript van spiritualiteit dat er alleen een praktische methode om te ontstressen overblijft. Het hielp van Dis uit een depressie. Nu bezoekt hij Plum Village, het Franse hoofdkwartier van mindfulnessgoeroe Thich Nhat Hanh. Hij spreekt met een non, die hem uitlegt hoe het moet: steeds even kort stilstaan en ophouden met denken en jagen. „Rode stoplichten zijn je vrienden.”

Los van het boeiende onderwerp is het heerlijk om Van Dis weer terug te zien in een reisserie. De lange man die boven de anderen uittorent en zich een beetje naar hen toebuigt; het milde, ironisch glimmende gelaat, en de rustige rake vragen, die het beste uit de ondervraagden naar boven haalt – Van Dis is gemaakt voor dit soort intelligente televisie.

Correctie 16/08: In een eerdere versie van dit stuk stond dat de Indië-herdenking niet rechtstreeks door de NPO werd uitgezonden. Dat was wel zo.

    • Wilfred Takken