‘We vragen ons af of we hier nog wel moeten blijven’

Tuinders in Ethiopië In Ethiopië heeft zich een politieke omwenteling voltrokken. Nederlandse tuinders, die alle medewerking kregen van het oude bewind, raakten daardoor in het nauw en werden het mikpunt van agressie van de oppositie. ‘Het wordt tijd dat de nieuwe premier zich uitspreekt voor buitenlandse tuinders.’

Bij een tuinder bij Debre Zeit worden extra kassen gebouwd. Foto Petterik Wiggers/Hollandse Hoogte

Met ijzeren staven drongen geagiteerde jongeren het terrein van de bloemenkwekers binnen, vielen buitenlanders aan en ranselden arbeiders af. Twee dagen lang deden de autoriteiten niets om het oproer te bedwingen, waarna de Nederlandse eigenaren tijdelijk hun plantages verlieten.

Nederlandse tuinders in Ethiopië zitten in het nauw door onlusten als gevolg van de turbulente politieke omwenteling in het land. „Eerst werden we misbruikt bij de jarenlange demonstraties tegen de regering. Die machtsstrijd leidde tot de benoeming van de nieuwe premier Abiy Ahmed eind maart. We dachten dat daarmee de problemen waren opgelost. Maar het is erger geworden, de treiterijen tegen ons gaan door”, zegt Frank Ammerlaan van AQ Roses bij het centraal gelegen stadje Ziway.

Directeur Frank Ammerlaan van AQ Roses in Ziway. Foto Petterik Wiggers/Hollandse Hoogte

De centrale regering verloor tijdens de volksprotesten de afgelopen twee jaar de controle terwijl de plaatselijke autoriteiten zich achter de betogers schaarden. De volkswoede is nog altijd niet bekoeld, hoewel de politieke grieven met de recente machtswisseling zijn weggenomen. Een bron binnen de regering suggereert dat sommige Ethiopische zakenlui van de huidige chaos gebruik willen maken om Nederlandse bedrijven over te nemen. Zo zou gedreigd zijn een aanzienlijk deel van het land van rozenkwekerij Afriflora Sher, aan de rand van het Ziwaymeer, af te nemen.

Modernisering

De Nederlandse tuinders zijn belangrijk in Ethiopië. Ze dragen bij aan de gedaanteverandering van Ethiopië tot een moderne staat. Hoofdstad Addis Abeba, die zat vastgeroest in middeleeuwse armoede, begon na de eeuwwisseling te veranderen in een bouwput met wolkenkrabbers. Snelwegen en viaducten kronkelen nu als spaghetti in en rond de stad. Daarbuiten rijdt een sneltrein over een nieuwe spoorlijn naar Djibouti, langs torenhoge flats van de sociale woningbouw. Boeren die met door koeien getrokken houten ploegen het land bewerken en karren op de autoweg die worden voortgetrokken door schurftige paarden vallen bij zoveel moderns uit de toon, maar de grote macro-economische sprong voorwaarts lijkt onstuitbaar. Het BNP is sinds 2000 verviervoudigd, de extreme armoede nam met ruim 30 procent af en de economie groeit dit jaar volgens het IMF met ruim 8 procent.

Het BNP is sinds 2000 verviervoudigd, de extreme armoede nam met ruim 30 procent af en de economie groeit dit jaar volgens het IMF met ruim 8 procent

Het fundament voor die sprong voorwaarts legde de in 2012 overleden premier Meles Zenawi. In plaats van te focussen op de bouw van industrieën waardoor minder consumptiegoederen hoeven te worden geïmporteerd, zoals veel Afrikaanse landen na hun onafhankelijkheid deden, werkte hij vooral aan exportpromotie om harde valuta te verdienen. Het land met ruim 100 miljoen inwoners heeft een uiterst jeugdige bevolking: 41 procent is jonger dan 15 jaar. De oprichting van speciale industriële parken voor de export moet werkgelegenheid opleveren.

De staat, eigenaar van al het land, maakte het de buitenlandse tuinders gemakkelijk. „Ethiopië biedt uiterst gunstige voorwaarden, beter dan ieder ander bloemen producerend land in Afrika”, vertelt Zelalem Messele van de Ethiopische Tuinbouwvereniging in Addis Abeba. „Bij Ziway kunnen tuinders vijf jaar opereren zonder belasting te betalen, in andere gebieden tien jaar. Ze huren het land heel goedkoop van de staat en kunnen apparatuur importeren zonder invoerrechten.”

Ethiopië is sinds de lancering van dit beleid uitgegroeid tot de vierde rozenexporteur van Afrika. De tuinbouwsector brengt nu jaarlijks 221 miljoen dollar binnen, ruim 7 procent van de totale export.

Bedrijven in de as gelegd

Getachew Bekelle is productiemanager op een Ethiopische tuinderij bij de stad Debre Zeit ten oosten van de hoofdstad. Hij wijst op een belangrijk voordeel voor de investeerder: lage lonen. „Een beginnende rozenplukker krijgt 1600 Birr (60 dollar) per maand. Dat is niet veel maar hoger dan het officiële minimumloon. Ook regelt niet de tuinder maar de staat de compensatie voor de boeren die plaats moeten maken voor grootschalige tuinderijen.”

De staat hield de investeerders dus uit de wind, maar de lage lonen en vermeende door de tuinders veroorzaakte milieuschade, leidden tot sluimerende onvrede onder de bevolking. Die kritiek op de tuinders kwam ongeremd naar buiten toen in 2014 voor het eerst politieke protesten uitbraken tegen de regering.

Een Ethiopische bloementuinder in Debre Zeit, ten zuidoosten van de hoofdstad Addis Abeba.
Foto Petterik Wiggers/Hollandse Hoogte
Een Ethiopische tuinderij in Debre Zeit.
Foto Petterik Wiggers/Hollandse Hoogte
Ethiopie, Ethiopia, August 2018Horticulture in EthiopiaAn Ethiopian flower company in Debre Zeit.Flowers are taken by cart to the packing department. photo: Petterik Wiggers/Hollandse Hoogte
Een Ethiopische bloementuinderij in Debre Zeit, ten zuidoosten van de hoofdstad Addis Abeba
Foto’s Petterik Wiggers/Hollandse Hoogte

Bij Koka werkt Ronald Vijverberg bij het bedrijf Florensis. De kassen met de geraniumstekjes voor export naar Nederland hebben de omvang van enkele voetbalvelden. Hij vertelt hoe vanuit het stadje een menigte oprukte naar de tuinders. „Overal legden betogers stenen en glas op de weg waarna het leger onze vrachtwagens begeleidde naar de luchthaven. Hoewel de demonstranten Florensis ongemoeid lieten, heb ik vele nachten nauwelijks kunnen slapen.”

In 2016 hebben de aanhoudende betogingen grote delen van het land in wetteloosheid ondergedompeld. Zoals in het woongebied van de etnische groep de Oromo ten zuiden van de hoofdstad en onder de Amharen ten noorden van Addis Abeba. In oktober dat jaar opende het leger het vuur op deelnemers van een groot religieus festival bij Debre Zeit. Er vielen tientallen doden. Toen was het hek van de dam. Het protest was nu zo hardnekkig geworden dat de regering het niet meer kon stoppen.

Bij Ambo werden twee Nederlandse bedrijven aangevallen en bij Bahar Daar vertrok een Nederlandse onderneming nadat de zaak in de as was gelegd. Bij Nazareth werd Africa Juice deels in brand gestoken. Naast de opgelopen schade liep de productie terug. Van de totale bloemenproductie gaat 66 procent naar Nederland en in 2016 nam twee maanden lang de export naar de veilingen met 13 procent af.

Politiek breekijzer

Ethiopië stond sinds 1991 onder leiding van het Ethiopische Democratische Revolutionaire Volksfront (EPRDF), een door politici en militairen uit de noordelijke regio Tigray gedomineerde partij. De Oromo en de Amharen, de twee grootste bevolkingsgroepen van het land, waren de dictatuur en tribale dominantie beu. „Er bestaat veel haat tegen de Tigreeërs”, vertelt een jonge Oromo in Ziway die meedeed aan de protesten. „Ze zijn rijk, bezitten dure huizen en grote bedrijven. Daartegen kwamen we in verzet.” Sociale media zijn als een wapen voor de jeugdbewegingen Qeerroo in het Oromogebied en Fano in de Amhara-regio, die het verzet organiseerden.

Voor de opstandige jongeren stonden de tuinbouwbedrijven symbool voor de staat. „Wij werden gezien als de vriendjes van de overheid”, zegt Frank Ammerlaan van AQ Roses. „Daarom maakten we verschrikkelijke jaren door tijdens de protesten.” De tuinders konden niet meer rekenen op de verzwakte centrale regering. Ethiopië is onderverdeeld in autonome tribale regio’s en de plaatselijke autoriteiten van de Oromo- en Amhara- regio’s besloten het groeiende verzet tegen de centrale overheid te steunen. Zij kwamen de belegerde tuinders niet te hulp. „We werden gebruikt als breekijzer in de strijd tussen de Oromo en de Tigreeërs.” Tot ontsteltenis van de Nederlanders eisten de bestuurders van de Oromo-regio van de tuinders dat zij voor de door de onlusten veroorzaakte schade in Ziway opdraaiden.

De plaatselijke bestuurders maken het de investeerders nog steeds zo moeilijk mogelijk

Nederlandse tuinder na protesten in Ethiopië

De centrale overheid verloor de machtsstrijd, premier Hailemariam Desalegn trad af en de benoeming van de Oromo Abiy Ahmed als zijn opvolger is een overwinning voor de Oromo en Amharen. Aan de dominantie door de Tigreeërs komt nu een einde. Maar de geest van de opstand is er nog. „De plaatselijke bestuurders maken het de investeerders nog steeds zo moeilijk mogelijk”, klaagt een bezorgde Nederlandse tuinder. „Op deze manier valt niet verder te werken.”

Buitenlandse investeerders blijven doelwit. In mei werd de manager van het Nigeriaanse cementbedrijf Dangote in Oromogebied vermoord. Op een recente bijeenkomst beschuldigden activisten de tuinders ervan het meer van Ziway te vervuilen, een aantijging die de Nederlanders tegenspreken. „Vroeger ging ik nog wel eens gezellig in de buurt fietsen”, zegt Frank Ammerlaan, „maar door de voortgaande anarchie voelen we ons bedreigd. Het wordt tijd dat de nieuwe premier Abiy Ahmed zich onomstotelijk uitspreekt ten gunste van de buitenlandse tuinders.”

    • Koert Lindijer