NRC checkt: ‘De creativiteit onder jongeren in VS is sinds de jaren 90 gedaald’

Dat zei MIT-hoogleraar Alan Lightman in een interview met NRC.

Foto Nicholas KAMM/AFP

De aanleiding

We moeten veel meer lummelen en niksen, vindt Alan Lightman. Hij is hoogleraar menswetenschappen aan het Massachusetts Institute of Technology en publiceerde onlangs het boek In Praise of Wasting Time. In een interview met NRC legde hij eind juli uit dat „onze drukke leefstijl”, met voortdurende afleiding van moderne technologie en zonder tijd om doelloos rond te hangen of te reflecteren, ten koste gaat van „ons vermogen om na te denken, te fantaseren”. Hij wees daarbij op een zorgwekkende trend: de creativiteit onder Amerikaanse jongeren zou sinds de jaren negentig meetbaar zijn afgenomen.

Waar is het op gebaseerd?

Lightman verwijst in zijn boek naar een studie uit 2011 van Kyung Hee Kim, hoogleraar ‘creativiteit en innovatie’ aan het Amerikaanse College of William and Mary in Williamsburg, Virginia. Titel: The Creativity Crisis.

En, klopt het?

De eerste vraag is: wat is creativiteit? Het woordenboek geeft ‘scheppingskracht’ als betekenis. Wetenschappelijke definities komen neer op het vermogen om iets nieuws én zinvols te bedenken. Dat vereist zowel originaliteit en concentratie als het verstand om ruwe ideeën uit te werken en te verenigen. Creativiteit is daarmee verwant aan – maar zeker niet hetzelfde als – intelligentie, dat vooral betrekking heeft op analytische kwaliteiten. Voor beide geldt: het is deels aangeboren en kan deels worden ontwikkeld.

Testen op intelligentie heeft een lange historie. Vergelijkend onderzoek op basis van IQ-tests heeft aangetoond dat mensen de voorbije decennia wereldwijd steeds slimmer zijn geworden. Dit staat bekend als het Flynn-effect, vernoemd naar de wetenschapper die het verschijnsel ontdekte. Volgens Flynn heeft de toegenomen intelligentie te maken met verbeterde voeding, afgenomen inteelt en gestegen welvaart.

Bestaat er ook een Flynn-effect voor creativiteit? Nee, stelt Kyung Hee Kim. Althans, niet meer, niet in de Verenigde Staten. Integendeel zelfs. Ze kwam tot die conclusie door de resultaten te analyseren van ruim 272.000 Amerikaanse scholieren en volwassenen uit alle delen van het land die sinds de jaren zestig zogeheten Torrance-tests hebben gedaan. Over de sociale achtergrond van de deelnemers is niets bekend. De Torrance-test is een standaardmethode om creativiteit te meten, waarbij deelnemers punten scoren voor onder meer verbeeldingskracht, originaliteit en eloquentie.

Tot begin jaren negentig is er een gestage verbetering zichtbaar in de resultaten, maar sindsdien nemen de scores op de meeste subonderdelen significant af. Bij jonge kinderen, totdat ze acht zijn, is die ontwikkeling het sterkst. Vooral op ‘originaliteit’ en het vermogen om ideeën tot in detail uit te denken worden de prestaties minder.

Net als Lightman legt Kim in haar studie een verband met de „gehaaste levensstijl” en volgepropte agenda’s, waarin te weinig ruimte is voor „vrij spel”. Daarnaast wijst ze, evenals Lightman, naar de invloed van technologie, waarbij ze zowel op moderne communicatiemiddelen doelt als op het toegenomen aantal uren voor de tv of spelcomputer. Maar ook modern onderwijs, met een „toegenomen focus op gestandaardiseerde toetsen”, komt de ontwikkeling van creativiteit niet ten goede, denkt Kim. Ze levert voor die verklaringen overigens geen bewijs.

Conclusie

Alan Lightman zei dat de creativiteit onder Amerikaanse jongeren de voorbije twintig jaar meetbaar is afgenomen. De veelgeciteerde studie van Kyung Hee Kim onderschrijft dat. We beoordelen de stelling daarom als waar.

nrccheckt@nrc.nl #nrccheckt

    • Joris Kooiman