Opinie

Herdenken moet hand in hand gaan met erkenning van fouten

Pas met de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 kwam er een definitief einde aan de Tweede Wereldoorlog. Nederland staat vandaag bij die historische datum stil met een nationale herdenking bij het Indisch Monument in Den Haag. En het is terecht dat er naast de traditionele herdenking en viering op 4 en 5 mei van de Duitse capitulatie niet vergeten wordt dat ook landgenoten in het voormalig Nederlands-Indië aan de andere kant van wereld slachtoffer waren geworden van een misdadige bezettingsmacht.

Dit was het échte einde van de wereldoorlog. En overigens ook het begin van de Indonesië-oorlog: 17 augustus 1945 riepen immers Soekarno en Mohammed Hatta de Republiek Indonesië uit. Waarna de beruchte Bersiap-periode begon: het gezagsvacuüm tussen de Japanse overgave en de terugkeer van het Nederlandse gezag. Bendes al dan niet revolutionaire jongeren plunderden, moordden en verkrachtten iedereen die geassocieerd werd met het koloniale regime.

Behalve al degenen die omkwamen door Japans geweld, te land, ter zee en in de lucht, maar ook in de kampen, worden vandaag daarom ook de slachtoffers herdacht van die Bersiap-periode. Gedacht wordt verder aan de vrouwen en meisjes die gedurende de oorlog werden misbruikt als seksslavinnen door Japanse militairen. Maar het is ook juist dat de organisatie op haar website daarnaast oog heeft voor het leed dat Japan de zogeheten inheemse bevolking tijdens de oorlog heeft aangedaan, door dwangarbeid en repressie.

Ook zij waren uiteindelijk Nederlandse onderdanen, vaak loyaal aan koningin Wilhelmina, zoals treffend beschreven bijvoorbeeld door Pramoedya Ananta Toer in Bumi Manusia (1980) ofwel Aarde der mensen. Het zou goed zijn als vandaag ook wordt gedacht aan de duizenden onschuldige Indonesische burgers die door gewelddadig optreden van Nederlandse troepen werden gedood.

Herdenken van de verscheurende wereldwijde oorlogen waarvan de vorige eeuw de littekens draagt, heeft voor overlevenden, slachtoffers en nabestaanden een cruciale functie bij de verwerking. Het leed mag dan ruim zeven decennia achter ons liggen, voor betrokkenen zijn de wonden nooit geheeld.

Stilstaan bij dit verleden is ook van belang om de geschiedenis te blijven doorgeven aan nieuwe generaties. Dit hoort bij de grote gebeurtenissen die dit land mede definiëren. Net zo min als het verhaal van de genocide op de Joden door de nazi’s in Europa mag worden vergeten, is ook de terugkeer tot de barbarij onder het Japanse keizerrijk in Azië onderdeel van het collectief geheugen. Maar daar hoort bij: ruiterlijke erkenning van fouten die ook Nederland heeft gemaakt.

Herdenken alleen is daarom niet genoeg: op scholen moet dit ook een nadrukkelijk onderwezen onderdeel zijn van de lesstof. Met als kerngedachte dat dekolonisatie meer is dan alleen het overdragen van soevereiniteit aan een voormalige kolonie. Ook de geschiedschrijving zelf dient te worden gedekoloniseerd. Het terugverlangen naar de ‘VOC-mentaliteit’ is gebaseerd op een leugen. Een kolonie is per definitie de ontkenning van universele waarden: te beginnen met de gelijkwaardigheid van mensen.

Het is goed dat premier Mark Rutte (VVD) en enige ministers bij de herdenking zijn, om de betrokkenheid van de regering te symboliseren. Beter zou het zijn als ook het staatshoofd in de toekomst, in plaats van eens in de vijf jaar, elk jaar met zijn aanwezigheid het belang van deze plechtigheid onderstreept.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.