Opinie

Ik bewaarde, dus nu ben ik iemand

Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd, leert van minimalisten. Maar een leeg huis staat wat haar betreft ook voor een leeg hart. Een pleidooi voor bewaren.

„Waarom worden alle spullen waar we niet blij van worden als nutteloos bestempeld?” Foto iStock

Laat je vingers langs één van je eigendommen gaan en vraag jezelf af of je er blij van wordt. Zo niet, doe het dan weg en bekijk het volgende eigendom op dezelfde manier. Uiteindelijk blijf je over met enkel nog spullen die je dienen. Dat brengt rust. Althans, volgens de minimalisten. Zij propageren een leven waarin je niet meer bezit dan strikt noodzakelijk voor lichaam en geest.

Eén van hun inspirators is Marie Kondo, een Japanse opruimcoach. Haar boeken vinden gretig aftrek. Tintelt het vreugde, vraagt ze zich bij elk ding af. Ondertussen geeft ze tips voor het compact opbergen van sokken en onderbroeken. Verzet tegen overconsumptie is essentieel. Op een planeet met eindige grondstoffen kan geen oneindig bezit bestaan.

Lees ook dit interview met Marie Kondo: Het begint met troep

Toch wringt er iets. Waarom worden alle spullen waar we niet blij van worden als nutteloos bestempeld? Dingen waar je verdriet bij voelt, of zelfs woede en frustratie, kunnen ook waardevol zijn om te bewaren. Het is persoonlijk erfgoed en de optelsom daarvan vormt cultureel erfgoed. Wat als onze voorouders een minimalistisch leven hadden geleid? Dat zou gaten in onze geschiedenis geslagen hebben. Menig tentoonstelling is immers opgebouwd uit persoonlijk erfgoed.

Denk aan het Joods Historisch Museum, waar de bewaarde voorwerpen van Holocaust-slachtoffers een stekende herinnering vormen. Zelfs in een niet-historisch museum zoals Eye Filmmuseum speelt persoonlijk erfgoed een rol. Het werk van een filmmaker wordt vaak geduid vanuit zijn vroege creaties, relikwieën van bijzondere ontmoetingen en foto’s uit zijn privéleven. Veel van die objecten zouden in handen van minimalisten niet de tand des tijds hebben doorstaan.

Toch beweren sommige minimalisten dat zij kunnen inzien welk voorwerp waardevol zal blijken en welk voorwerp niet, zoals bijvoorbeeld Joshua Fields Millburn en Ryan Nicodemus, de makers van de documentaire Minimalism. Deze weerlegging kan niet waar zijn. Juist de latere ontwikkelingen, zoals oorlog of beroemdheid, maken voorwerpen waardevol. Het is lastig of zelfs onmogelijk te voorspellen wat over tien of honderd jaar waardevol is.

De minimalist laat meer spullen door zijn handen gaan dan degene die alles blijft gebruiken

Voorwerpen zijn meer dan spullen. Schrijvers besteden tientallen pagina’s aan het vangen van een woonkamer of winkel en hele boeken aan het schetsen van een persoonlijkheid. Kleine details zeggen meer over iemand dan duizend woorden. Slechts het noodzakelijke behouden kan verraderlijk zijn. Met voorwerpen belandt soms ook ziel in de prullenmand. Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd, maar misschien is een leeg huis een leeg hart. De stap naar het toepassen van minimalisme op vriendschappen en relaties is namelijk niet zo ver meer. Trouwen in voor- en tegenspoed bestaat niet meer als je alleen het gelukkige behoudt. Bovendien: wat is nu noodzakelijk in het leven?

Extreem minimalisme is dan ook geen opruimwoede maar angst. Het is vooral een poging om controle te krijgen over een oncontroleerbaar leven. In plaats van verzet tegen de consumptiemaatschappij is het juist een symptoom ervan. Rigide minimalisten kunnen namelijk alleen bestaan in een omgeving waar geen schaarste heerst. Waar tekorten dreigen, moeten mensen spullen bewaren en voorraden aanleggen. Minimalisme gaat ervan uit dat er altijd genoeg zal zijn in de omgeving, dat er altijd nog iets nuttigs bijgekocht kan worden. Daarmee staat of valt particulier minimalisme bij maatschappelijk maximalisme. Oftewel: weinig bezit is alleen een keuze als de omgeving veel bezit. In arme landen zal je dan ook weinig (vrijwillige, idealistische) minimalisten ontmoeten.

Aankopen kritisch overwegen blijft belangrijk. Maar pas op met ontspullen: de minimalist die telkens producten koopt waar hij eerder afstand van deed, laat uiteindelijk meer spullen door zijn handen gaan dan degene die alles bewaart en veel daarvan blijft gebruiken. Waarde zit namelijk niet in het kopen met geld, maar in het verstrijken van tijd.