Opinie

    • Bas Mesters

Grandi opere, lust voor het oog, monumenten van overmoed

Italië, met zijn visuele cultuur, is bezaaid met groots bedoelde bouwwerken. Maar onderhoud is niet sexy. Dat is de conclusie van de ingestorte Morandi-brug in Genua, schrijft .
Genua lost zijn verkeersprobleem op’, voorpagina van de zondagseditie van de Corriere della Sera op 1 maart 1964, toen de bouw van de Morandi-brug was begonnen. Foto AFP

Bellissimo! Incredibile! Hai visto? (Schitterend! Ongelooflijk! Heb je het gezien?) Die brug! Hoe is het mogelijk? Zo extatisch en trots werd er gereageerd bij de opening van de Ponte Morandi, het deel van het Polcevera-viaduct in Genua dat gisteren instortte. Een brug die bij zijn oplevering in 1967 stond voor il miracolo economico Italiano (het Italiaanse economische wonder). Want wat bij ons de ‘wederopbouw’ heette, werd in Italië al snel het economisch wonder genoemd. Een mirakel, iets onvoorstelbaars dat toch gebeurde, tovenarij, de verbeelding tartend.

De Italiaan houdt van spektakel, is visueel georiënteerd, is een maker, zo wil het stereotype. Het is een kijkende mens, een homo videns. Italianen laten zich graag voorstaan op hun esthetische vermogens, willen zich onderscheiden en zijn trots op hun ‘made in Italy’, op de schoonheid en kwaliteit ervan. Het doel van het maakwerk is het moment van de ovatie, van het applaus, van de oplevering. Het schitterende moment waarop iedereen kan zien en zeggen: Bellissimo! Incredibile! Hai visto?

Infrastructurele werken bieden daartoe alle kans en heten in Italië ‘grote werken’: Grandi Opere. Applaus heeft vaak geklonken bij de voltooiing van weer een Italiaans wonder van gewapend beton, ook als dat achteraf niet stevig genoeg bleek. Nu lopen meer dan driehonderd van die tunnels en bruggen gevaar, schrijven Italiaanse kranten. Grote infrastructurele projecten zijn verworden tot grote problemen. Het applaus verstomt.

Gaten in de weg

Je ziet het aan de gaten in elke openbare weg. In het stadje Grottaferrata, waar ik jarenlang woonde, was een bruggetje over de Via Anagnina waar ik elke dag overheen moest. Het was iets te laag. Zo nu en dan schrokken we van een enorme knal. Dan was er weer een te hoge vrachtwagen de berg af geraasd en klem komen te zitten onder onze brug. Steeds meer stukken beton verdwenen van ons bruggetje en het verroeste staal werd zichtbaar. Maar behalve een pion, die achter de brug op de weg werd geplaatst, heb ik nooit iemand op enige onderhoudswerkzaamheden weten te betrappen.

Wel werd er een kilometers lange stoep langs de weg aangelegd – vlak voor de verkiezingen. Kort erna was de stoep overwoekerd door onkruid. Onderhoud is nu eenmaal minder groots en wonderbaarlijk dan de realisatie van een Groot Werk.

Grote projecten zijn verworden tot grote problemen

Veel prestigieuze werken worden wel vaak aangekondigd, maar komen niet van de grond of komen nooit af: l’opera incompiuta. Zoals de brug van het vaste land naar Sicilië die Berlusconi beloofde tijdens een verkiezingenscampagne en die er (gelukkig) nooit kwam. Of het zwembad in Rome waar de wereldkampioenschappen zwemmen in 2009 gehouden hadden moeten worden: een gigantische glazen en stalen constructie van de architect Calatrava die twee zeilen moest voorstellen. Het WK werd verplaatst en het gebouw is nog steeds een monument van hubris.

Heel Italië is bezaaid met dergelijke mislukkingen: viaducten zonder spoorlijn er aan vast, wegen zonder brug, rotondes met maar één afslag, ziekenhuizen die nooit een zieke ontvingen, stadions die geen supporter zagen, appartementencomplexen van vele verdiepingen die nooit werden voltooid. Skeletten worden ze ook wel genoemd. Pogingen tot grandi opere. Projecten die iets moois beloofden aan velen en waar weinigen veel aan verdienden.

Excuses genoeg. En het valt ook niet mee, groots bouwen in Italië met zijn bergmassieven (de Apennijnen en de Dolomieten), zijn keten van vulkanen en zijn aardbevingen en -verschuivingen.

Kunstig bouwen eist rekenwerk

Mooi bouwen, kunstig bouwen en de natuurkrachten weerstaan eist veel rekenwerk, technisch én financieel.

Bouwen met zulke hoge eisen vraagt ook om toezicht. Een tweede fenomeen – naast onderhoud. De homo videns, die het liefst in het heden leeft en niet overloopt van vertrouwen in de mede-Italiaan of de staat, heeft daaraan een broertje dood. Met toezicht, onderhoud en de lange termijn kunnen politici hun kiezers niet plezieren. In de overheersend visuele cultuur die Italië altijd is geweest, moet het effect van de actie zichtbaar zijn, en wel meteen. Het gaat om maken, om effect, om ‘oh’ en weer verder.

Lees ook: De vrachtwagenchauffeur die net op tijd stopte

Maar hoe typisch Italiaans is dat eigenlijk nog, zou je je kunnen afvragen. Is Italië niet een uitvergroting en voorloper van wat zich nu op wereldschaal laat zien? Is de homo videns, die uit is op direct effect en spektakel, de homo sapiens (de denkende mens) niet overal aan het verdringen? Iconen worden op grote schaal aanbeden. Groots en meeslepend leven is het parool, instant bevrediging, in het hier en nu. Popsterren en voetballers worden jaar in jaar uit heiliger. En de kathedralen van deze tijd – de wolkenkrabbers – jaar in jaar uit hoger. Hoe goed is er nagedacht over de effecten van dit alles en het onderhoud van morgen?

Ik ben benieuwd hoe onze bouwkundige wonderen, onze grandi opere, er over zestig jaar bij staan in Abu Dhabi, Beijing, Moskou, Londen of Rotterdam.

Correctie (16 augustus 2018): ‘grandi opere’ is de juiste spelling.

    • Bas Mesters