Een zwak hart bevordert kanker

Geneeskunde

Een hart dat het bloed niet meer goed kan rondpompen geeft signaalstoffen af die de groei van tumoren verderop in het lichaam kunnen stimuleren.

Glazen model van een menselijk hart. Foto iStock

Hartfalen verhoogt het risico op kanker. Die conclusie, die niet meteen voor de hand ligt, durven Groningse artsen toch te trekken na diepgravend onderzoek bij muizen en mensen. Een hart waarvan de pompfunctie beschadigd is, bijvoorbeeld na een hartinfarct, blijkt stoffen uit te scheiden die de groei van tumoren bevorderen. De resultaten van het onderzoek, onder leiding van hoogleraar experimentele cardiologie Rudolf de Boer van het UMC Groningen, verschenen deze week in het blad Circulation.

Hartfalen is een veelvoorkomende aandoening, zeker 150.000 mensen in Nederland lijden eraan. Vaak ontstaat hartfalen na een hartinfarct, na langdurige hoge bloeddruk of bij een lekkende hartklep.

„Door hartfalen raakt iemands hele systeem in de war”, zegt De Boer in een telefonische toelichting. „Het versnelt de biologische veroudering. Patiënten kunnen problemen krijgen met de nierfunctie, met de lever en vaak krijgen ze bloedarmoede. In onze polikliniek zagen we ook dat van de mensen die bloedarmoede kregen er opvallend veel overleden aan kanker. Onze stoutmoedige hypothese voor dit onderzoek was dat dit komt door het beschadigde hart zelf.”

Transplantatieproeven

In proeven met muizen die door een genetische mutatie gevoelig zijn voor darmkanker zagen de onderzoekers dat dieren anderhalve maand na een hartinfarct veel meer en grotere darmtumoren hadden dan controledieren. Het verschil tussen beide groepen was groot; 240 procent.

Om te controleren of het daadwerkelijk stoffen uit het hart waren die hieraan bijdroegen, volgden er transplantatieproeven. De darmkankergevoelige muizen kregen een extra hart geïmplanteerd van een muis die een hartinfarct had doorgemaakt. Weer was er een effect op de ernst van de darmkanker, maar veel bescheidener, waarschijnlijk omdat het transplantatiehart niet actief hoefde te pompen.

Het sportmysterie van een falend hart

Vervolgens keken de onderzoekers in de biomedische literatuur welke stoffen het hart produceert na een hartinfarct. „In samenwerking met onze collega-artsen van de afdeling maagdarmlever-ziekten van het UMC Groningen keken we welke van deze eiwitten op basis van hun structuur theoretisch zouden kunnen landen op aangrijpingspunten in darmweefsel. Zo selecteerden we vijf kandidaten, waarop we konden testen in het bloed van gezonde vrijwilligers en patiënten met chronisch hartfalen. De concentratie van alle vijf deze eiwitten bleek significant verhoogd in het bloed van patiënten.”

Biomedische databank

Een van de eiwitten, serpinA3, bleek ook in proeven met cellen de celdeling (tumorgroei) sterk te bevorderen. Het laatste puzzelstukje werd gelegd door in een databank met biomedische gegevens van ruim 8.000 mensen het verband aan te tonen tussen hartfalen en kanker. Dat bleef overeind, ook nadat er gecorrigeerd was voor roken en overgewicht.

„Een zeer interessant artikel”, reageert hoogleraar cardiologie Folkert Asselbergs van UMC Utrecht, die niet betrokken was bij dit onderzoek. „We weten dat hartfalen gepaard gaat met een verhoogd risico op kanker, maar we wisten niet of er een causale relatie bestaat tussen de twee aandoeningen. Veel risicofactoren zoals roken, suikerziekte en hoge bloeddruk zijn zowel met hartfalen als met kanker geassocieerd. De studie uit Groningen suggereert een direct verband tussen hartfalen en kanker.”

De Boer oppert voorzichtig dat het nuttig kan zijn om patiënten met hartfalen al op jonge leeftijd te controleren op bijvoorbeeld darmkanker. „Dat gebeurt nu vanaf 55 jaar, maar bij deze groep zou je dat misschien moeten doen vanaf 45 jaar.”

Asselbergs vindt het te vroeg om op basis van de uitkomsten de zorg voor patiënten met hartfalen te veranderen. „Meer onderzoek is nodig om de onderliggende mechanismen te begrijpen”, zegt hij, „maar dit is een grote stap voorwaarts.”

    • Sander Voormolen