Een rijke Chinees wil een chateau bij Bordeaux

Franse wijnhuizen

Franse wijnhuizen zijn zeer in trek bij Chinese miljonairs, die een romantisch huis zoeken, of prestige, of snelle winst. Fransen vrezen de verkwanseling van het nationale erfgoed.

Chinese zakenman Peter Kwok in de wijnkelder van zijn Château Bellefont-Belcier. Foto Georges Gobet / AFP

Eigenlijk was hij op zoek naar een huis. „Mijn kinderen studeerden in de Verenigde Staten en ik woonde en werkte in Hongkong, dus Frankrijk was precies in het midden”, lacht zakenman Peter Kwok (69). Maar dat was twintig jaar geleden. Nu is Kwok eigenaar van zeven wijnhuizen in de Bordeaux-regio. En niet de minste. Vele Chinese investeerders kochten de laatste jaren chateaus op, maar Kwok, oud-bestuursvoorzitter van de energietak van de Chinese zakenbank CITIC, is sinds afgelopen december de enige die in Saint-Émilion een prestigieuze ‘grand cru classé’ bezit. Zijn hobby is een beetje uit de hand gelopen, geeft hij toe. „Ik hou van de Franse cultuur. En ik wil de allerbeste wijn maken.”

Kwok, in Vietnam opgegroeid in een Chinese familie, was in 1997 een van de eerste Aziatische investeerders in de wijnregio rond Bordeaux. Inmiddels hebben vele bemiddelde Chinezen zijn voorbeeld gevolgd. Onlangs investeerde ook Alibaba-oprichter Jack Ma in een paar chateaus. Volgens tellingen van de gespecialiseerde journalist Laurence Lemaire zouden in Frankrijk nu totaal 158 wijnboerderijen in Chinese handen zijn, waarvan 146 rond Bordeaux. Dat is minder dan 3 procent van het totaal, maar voor sommige Fransen zijn de overnames reden tot zorg over verkwanseling van het nationale erfgoed. Het doel van de Chinese meeste ondernemers: niet al te dure wijn exporteren naar de snel groeiende Chinese markt.

Dat schuurt soms met lokale mores. Enkele chateaus kregen onlangs nieuwe namen die in China beter klinken dan hier. Het tweehonderd jaar oude Château Larteau in Arveyres, werd vorig jaar na overname door de Chinese voedselgroep World Harvest prompt omgedoopt tot ‘Château Lapin Imperial’ (Keizerlijk konijn) en Château Senilhac in Saint-Seurin-de-Cadourne, in de Médoc, heet nu ‘Château Antilope Tibétaine’ (Tibetaanse antilope). In juni kwamen Chinese investeringen opnieuw negatief in de Franse pers toen de financiële opsporingsdienst beslag legde op een tiental bedrijven van de Haichang-groep wegens vermeende witwaspraktijken en illegale fiscale constructies. „Dat geeft een slecht beeld”, erkent Lemaire, auteur van het boek Le Vin, le rouge, la Chine (2017), „maar oplichters heb je nu eenmaal overal.”

Château Bellefont-Belcier, de grand cru classé van Kwok, was wat zijn Franse algemeen directeur Jean-Christophe Meyrou eufemistisch een „belle endormie” noemt: een mooi wijnhuis met goede kalksteengrond en beroemde buren, maar een beetje ingeslapen. „Jarenlang zijn er te weinig investeringen gedaan”, zegt hij onder op Gustav Eiffel geïnspireerde staalconstructies in de ‘chai’, de ruimte waar de wijn ligt opgeslagen. In 2012 werd Bellefont-Belcier – door Kwok consequent „BB” genoemd – door de toenmalige Franse eigenaars verkocht aan de Chinese staalmagnaat Songwei Wang, maar toen de staalprijs kelderde, moest hij het het jaar daarna alweer van hand doen. Kwok was toen al geïnteresseerd, maar een Cypriotische investeerder was hem te snel af. „We zeiden tegen elkaar: die man weet niet veel van wijn, dus hij houdt het vast niet lang uit”, zegt Meyrou. „Dat bleek te kloppen.”

Landbouwinvestering

Op de achtergrond klinkt het monotone geratel van de machine waarmee het personeel de drank in flessen doet. Die is nog onder verantwoordelijkheid van de vorige eigenaar gemaakt. Met investeringen in de wijngaarden en de waterhuishouding in de bosjes rondom de druiven én met andere technieken, willen Kwok en Meyrou de kwaliteit nog verder verbeteren, misschien wel tot een zogenoemde „1er cru classé B”, de op één na hoogste categorie wijnen die hier rond Saint-Émilion gemaakt wordt. Peter Kwok, zegt Meyrou, „heeft vanaf zijn eerste chateau begrepen dat het om een landbouwinvestering gaat en dat dat iets van lange adem is”. De zachtroze muren die het kasteeltje zelf de vergane glorie van een plattelandshotel uit de jaren vijftig geven, zouden ook wel een opknapbeurt kunnen gebruiken. „Maar dat heeft geen prioriteit”, zegt hij streng.

Ze krijgen vaak ook slecht advies van makelaars die gouden bergen beloven. Maar op zandgrond ga je geen topwijn maken

Jean-Christophe Meyrou directeur wijnhuizen Peter Kwok

Kwok, en zijn familiebedrijf Vignobles K, is wat dat betreft een uitzondering. „Veel Chinese investeerders interesseren zich nauwelijks voor de wijngaarden”, zegt Meyrou - of „JC”, zoals Kwok zegt. Ze beginnen vaak met het restaureren van het huis en bemoeien zich niet met de wijn. „Ze krijgen vaak ook slecht advies van makelaars die gouden bergen beloven. Je kunt nog zoveel investeren, maar op zandgrond ga je geen topwijn maken. Kennis ontbreekt.”

Dat was aanvankelijk bij Kwok niet anders. „Toen we ons eerste chateau kochten zat daar 10 hectare wijn bij. We huurden iemand in om de wijn te maken en we dachten dat dat wel genoeg was”, zegt hij in de salon van zijn kasteeltje. „Maar na vijf à tien jaar beseften we dat je door de grondkwaliteit maar tot een bepaald niveau kunt komen, hoeveel je ook investeert. Toen wilde ik verder. Van het een kwam het ander.” Zoon Howard Kwok (32), die de dagelijkse zaken regelt: „Om goede wijn te maken moet je geduld hebben. Als je dat niet beseft, dan kan het heel erg frustrerend zijn.”

Cultuurverschillen

Wat dat betreft, zegt makelaar Li (‘Lily’) Lijuan, liggen geen twee zakenculturen zo ver uiteen als de Franse en de Chinese. „Ik ben zelf Chinees, maar ik begrijp soms nog steeds niet waarom Chinezen wijnboerderijen willen kopen”, zegt ze. „Chinezen willen altijd alles snel doen: snel een deal sluiten, snel winst maken. Ze werken 24 uur per dag. Fransen doen alles liever wat trager, maar heel erg precies en degelijk. Als je in de wijn gaat, moet je een langetermijnplanning maken. Je investeert in de toekomst.”

Lijuan (34) kwam in 2008, na de aardbeving in Sichuan, als studente kunstgeschiedenis naar Frankrijk. Tot die tijd, zegt ze in een wijnbar in Bordeaux, had ze „alleen heel slechte zoete” wijn gedronken. Maar via een vertaalklus werd ze de wijnwereld ingezogen. Inmiddels heeft ze een MBA met specialisatie wijnmarketing en wijnmanagement en heeft ze, namens Christie’s Vineyards, tientallen Chinezen aan wijnhuizen geholpen. Ze spreekt vloeiend Frans, is ingetrouwd in een Franse wijnfamilie en is in de Bordeaux-streek voor Chinezen en Fransen hét aanspreekpunt als het om de Chinese wijnbelangen gaat. Hoewel strengere Chinese regels voor de export van kapitaal investeringen nu moeilijker maken, zegt Lijuan nog altijd wekelijks geïnteresseerden langs te koop staande chateaus te leiden.

Lees ook: De dorst van rijke Chinezen lijkt onverzadigbaar. Zij tellen recordbedragen neer voor alles wat Frans klinkt

„Ze zoeken prestige”, zegt ze. „Na vele jaren armoede willen al die nieuwe miljonairs laten zien dat ze geslaagd zijn. Daar hoort een wijnhuis bij.” Het is een beetje zoals met de begeerde ‘Birkin-bag’ die het Parijse modemerk Hermès slechts in kleine hoeveelheden op de markt brengt, zegt ze. „Je wil iets dat er niet is, dat exclusief is. Dat draagt bij aan de waarde. Als ik een klant bel en zeg dat er een heel mooi chateau op de markt komt, dan is hij meteen geïnteresseerd.” Daarbij gaat het velen inderdaad in de eerste plaats om het huis, zegt ook zij. „Dat moet die romantische Franse uitstraling hebben.” En ze kiezen vrijwel altijd de Bordeaux-regio. „Wie in China aan Franse wijn denkt, denkt aan Bordeaux”, zegt ze. „De meeste andere regio’s zijn helemaal niet bekend.”

Gele wijn

De chateaus die Chinezen kopen zijn over het algemeen niet de meest gerenommeerde. „80 procent van onze verkopen ligt onder de 10 miljoen euro”, zegt Lijuan. Dat heeft deels te maken met het aanbod. Een grand cru classé, zoals die van Kwok, moet zo’n vijf keer meer opbrengen maar komt niet dagelijks op de markt. Het heeft ook te maken met de marges, rekent Lijuan voor. Naar schatting 90 procent van de door ‘Chinese’ bedrijven geproduceerde wijn is voor de export bedoeld. Kwok: „Ze denken: ik koop voor een paar miljoen een chateau, en dan heb ik 100.000 flessen wijn en op iedere fles verdien ik 100 euro, dus het is snel verdiend.”

Door transport en belastingen komt er in China zo’n 50 procent bovenop de prijs van een fles wijn. Flessen van 20 euro daar, kosten ruwweg 5 euro hier, zegt Lijuan. „Ik heb in China wijnen gezien die voor 120 euro verkocht werden, terwijl ik weet dat de productiekosten in Frankrijk zo’n 3 euro per fles waren”, zegt ze. Kwok: „We moeten mensen echt uitleggen wat goede wijn is en wat niet. Ik wil geen grote kwantiteit, maar het beste product. Uiteindelijk zullen ook mensen in China dat gaan waarderen.”

Fransen zijn soms positief, maar ik krijg ook kritiek dat ik Bordeaux tot een Chinatown maak

Li Lijuan Chinese makelaar in Bordeaux

En de Fransen? „Er zijn mensen die heel positief reageren op de Chinese investeringen, maar ik krijg ook kritiek dat ik Bordeaux tot een Chinatown maak”, lacht Lijuan. Daar kan ze, afgezien van de chateaus, zelf overigens weinig aan doen: de wijnstreek trekt nu eenmaal ieder jaar meer Chinese toeristen. Bij het Maison des Vins in Saint-Émilion liggen tegenwoordig hoge stapels boeken met tips over welke flessen goed samengaan met de Chinese keuken. Meyrou, directeur van de bedrijven van Kwok, vertelt over een bekende tv-presentator die nadat Bellefont-Belcier in Chinese handen viel op Facebook schreef dat „we ons erfgoed verkopen” en dat „het niet lang duurt voor ze gele wijn maken”. „Dat is gewoon racisme”, zegt Meyrou. „Bordeaux is altijd een internationale omgeving geweest. We hebben al jaren Belgen en Amerikanen die hier investeren. En ze nemen die chateaus toch niet mee naar China?”

Het imago van investeerders is volgens Lemaire, ook door mensen als Kwok, aan het veranderen. „Fransen reizen weinig naar het buitenland en zijn bang voor wat ze niet kennen. Maar mensen begrijpen nu dat de stenen van het chateau gewoon in de streek blijven en dat de wijnen over het algemeen gewoon door Franse werknemers gemaakt worden. Ze zien inmiddels ook de voordelen: sommige kastelen hebben er in jaren niet zo goed onderhouden uitgezien als nu.” Kwok kan dat alleen maar beamen. Hij heeft zich altijd „welkom gevoeld”, zegt hij. „We hebben de tijd gehad om te laten zien dat we gewoon echt goede wijn wilden maken. Dat de wijngaarden er door ons werk mooier bij liggen dan voorheen, dwingt respect af.”

    • Peter Vermaas