De twee oudste pretparken staan nu in een jungle van vermaak

Valkenburg De twee oudste attractieparken van Nederland – het ene een familiebedrijf, het andere overgenomen door een ondernemer – liggen op nog geen twee kilometer van elkaar. Hoe proberen beide overeind te blijven?

Attractie de Surfing in De Valkenier, Valkenburg Foto Chris Keulen

Hoe het precies berekend wordt, weet Otto Salij niet. Maar de ANWB zegt het, en dus zet hij op flyers en posters: ‘Het voordeligste pretpark van Europa’. Tevreden loopt eigenaar Salij, gespierde armen vol tatoeages, kort blond stekeltjeshaar, op een woensdagmiddag door De Valkenier. Het is warm, eigenlijk te warm om in de Airwolf Helicopters of de Dancing Queen te zitten. Maar toch sjokken er vandaag overal gezinnen over de grijze paden en zijn de bankjes in de schaduw goed bezet.

„Kijk”, wijst Salij naar de botsauto’s, „die onderstellen zijn nog uit de tijd van mijn opa.” Het was in 1932 dat hij, Jan Albert Otermans, op een stuk moerasgrond een ontspanningsoord inrichtte. Na de oorlog kwamen de eerste attracties, groeide het park in omvang en bezoekers. Niet in de laatste plaats omdat even verderop, bij de Sibbergroeve, attractiepark Het Sprookjesbos was geopend. Salij: „Mijn opa dacht altijd: ons park moet beter, en groter!”

Het is geen toeval dat de twee oudste attractieparken van Nederland hemelsbreed nog geen twee kilometer van elkaar liggen. Valkenburg, dat is van nature vermaak en vertier, met de Cauberg, mergelgrotten, warmwaterbronnen, oude kastelen. Het was in deze stad (6.000 inwoners, noem het géén dorp), waar in 1885 de eerste VVV van Nederland werd geopend.

Ooit waren twee attractieparken de kroonjuwelen. Maar in 2018 vechten in de VVV in Valkenburg de folders voor experiences en adventures om voorrang. Je kunt ondergronds grotbiken, kabelbaanrodelen of knutselen met mergel, er is een authentieke stoomtrein, cave challenge, Amstel Gold experience en panoramasauna. Is er in die attractiejungle nog wel een markt voor twee kleine, gedateerde pretparken?

Weg met de wildwaterbaan

Waar de boomstammen van de wildwaterbaan in Het Sprookjesbos jarenlang naar beneden gleden, parkeren bezoekers nu hun auto. De baan was in 1986 het pronkstuk van een park in bloei, een miljoeneninvestering die jaarlijks tienduizenden extra bezoekers naar Het Sprookjesbos bracht.

Het attractiepark werd in 1951 geopend, een cadeautje van de Duitse zakenmagnaat Bruno Brück aan zijn dochter. Naar verluidt kwamen de bouwers van De Efteling naar Valkenburg om inspiratie op te doen voor hún sprookjesbos, dat een jaar later zou openen. Onder leiding van Ursula Brück groeide het Valkenburgse park uit tot een modern pretpark, met attracties en horeca. Op het hoogtepunt in de jaren negentig trok Het Sprookjesbos jaarlijks 150.000 bezoekers.

„Ik hoefde maar tien seconden te denken”, zegt Jeroen van Zwieten wijzend naar de parkeerplaats. „Toen wist ik: die wildwaterbaan gaat eruit.” Het weghalen van de attractie („oud, vies, duur”) was de eerste beslissing van Van Zwieten toen hij het park in 2012 kocht. In Valkenburg was de Rotterdamse ondernemer nog nooit geweest, hij leerde over het bestaan van het park toen hij een advertentie zag staan op bedrijventekoop.nl. Van Zwieten, ooit topvolleyballer, daarna ondernemer in de IT, zocht „iets leuks” om erbij te doen.

Het bezoekersaantal was in de jaren daarvoor tot onder de 25.000 geduikeld. Het park draaide al jaren verlies, poppen vielen uit elkaar, dode bomen versperden de paden. De gemiddelde score op recensiesite Zoover: 4,7. Meest gebruikte termen: verouderd, stoffig, achterhaald.

„Een ondernemer denkt dan: kansen!” zegt Van Zwieten. Hij droomde van een „nostalgische restyling”, met een vakantiepark op de plek van de waterbaan en ruimte voor managementtrainingen. Maar voor huisjes kreeg hij van de gemeente geen vergunning, en het achterstallig onderhoud bleek groter dan verwacht. Een ramp, noemt Van Zwieten zijn eerste jaren, het verlies liep op tot tonnen per jaar. Zijn Rotterdamse bravoure werd in het gesloten Valkenburg niet gewaardeerd. „Ze dachten: wat komt die Hollander hier doen? En zelf dacht ik dat toen ook wel.”

Het Sprookjesbos
Foto Chris Keulen
Foto Chris Keulen
Foto Chris Keulen

Zelf het gras maaien

Als de tuinman met vakantie is, maait Otto Salij van De Valkenier ’s ochtends vroeg het gras zelf. „Het is net”, zegt hij, „of je je eigen auto poetst.” Salij groeide letterlijk op in het park, boven het restaurant waar hij nu een glaasje prikwater drinkt. Op z’n vijftiende raapte hij papier, later deed hij de winkeltjes, de spoelkeuken, het onderhoud.

Omsloten door woonhuizen staan in De Valkenier op een kleine zes hectare een twintigtal attracties van het klassieke soort. Een rupsachtbaan en waterglijbaan, een schommelschip en reuzenrad. De thematiek zou je eclectisch kunnen noemen: binnen enkele tientallen meters beland je van clowns via dinosauriërs en cowboys bij piraten. Rijen staan er nergens, op verzoek mag het publiek in de achtbaan blijven zitten voor nog een ritje. En nog een.

Is er nog wel een markt voor een klein, weinig spectaculair pretpark? Salij vindt de vraag haast onnozel. Een voordelig middagje plezier, wie wil dat nou niet? „Een park als Walibi, dat vind ik riskanter. Daar ga je maximaal één keer heen.” Bij hem, benadrukt hij, heb je een seizoenkaart (25 euro) er al na twee bezoekjes uit. Zitten gezinnen een weekje op de camping, dan droppen ze de kinderen hier meerdere dagen. Verlies draaide De Valkenier nooit, en na een paar lastige crisisjaren wordt er nu zelfs weer „goed geplust”.

Niet dat Salij niet blijft vernieuwen. Van een vriend van een familielid kon hij onlangs nog een stukje land overnemen. Ooit was de doelgroep van De Valkenier rond de dertien jaar, nu zo’n vier jaar jonger. Salij: „Toen waren kinderen niet veel gewend. Nu merk je dat die van twaalf het hier al niet meer zo spannend vinden.” Zijn nieuwste uitbreidingen: een blotevoetenpad en houten speeltoestellen. „Sommige kinderen zijn dat vreemd, maar hier gaan ze weer rennen en spelen. Prachtig om te zien. Weg met de tablet!”

Even verderop is Het Sprookjesbos tot een opvallend gelijke conclusie gekomen. Toen zijn grote plannen geblokkeerd werden, zette Van Zwieten in op een jong publiek en eenvoud. „Waar ik niet zo in geloof”, zegt hij, „is oude sprookjes opleuken met allerlei gimmicks. Dus hebben we gezegd: we versterken het sprookjes- én het bosgevoel. En we voegen het element ‘spelen’ toe.”

Nu kunnen kinderen er dus van de heuvel roetsjen bij Aladins Afdaling en boogschieten bij Robin Hood. Kern blijven de kleine huisjes met sprookjes, waarlangs je op ontdekkingstocht kan en waarin poppen (van rubber in synthetische kleren of met een vachtje en kraalogen) staan die opa en oma nog herkennen, en die je nostalgisch zou noemen. Terwijl het verhaal wordt voorgelezen, beweegt de wolf (van de geitjes) zijn kop, of de dwerg zijn lepel. Om het sprookjesgevoel te versterken, kreeg het personeel een prinsessenjurk of ridderpak aan. De mergelgroeve onder het park kreeg een nieuwe functie als de grot van Doeps de Draak. In restaurant De Boshut betaal je voor een krentenbol 1,50 euro.

De Valkenier
Foto Chris Keulen
De Valkenier
Foto Chris Keulen
Foto Chris Keulen
Foto Chris Keulen

Zij een themapark, wij attracties

Een concurrent is Het Sprookjesbos voor hem nu niet, zegt Salij, de laatste keer dat hij er kwam was hij zelf twaalf. „Ik zie ze als collega’s. Zij zijn een themapark, waar je doorheen wandelt. Wij doen attracties.” Het lijkt niet of zijn Zoover-score (5,9) hem erg kwelt. Als het aan Salij ligt blijft hij altijd in De Valkenier, rijdt hij er „bij wijze van rond met de rollator”. Voor het eerst in zijn leven woont hij er nu even niet. Bij een auto-ongeluk liep hij vorig jaar een whiplash op en volgens de bedrijfsarts was het beter even „afstand te nemen”.

Zelf had hij na het ongeluk als eerste gedacht aan de bedrijfsauto, of dat hij misschien te laat zou zijn op het werk. Maar toen hij De Valkenier opliep, had zijn oom hem vastgepakt, tranen in de ogen. „Jij bent er nog”, had hij gezegd, „de rest gaan we regelen.” Salij: „Dan merk je dat het een familiebedrijf is.”

„Een gemoedelijk park met legacy”, omschrijft Van Zwieten zijn Sprookjesbos nu zelf. Vijf jaar na de overname is de score op Zoover gestegen tot een 7,7, komen er dit jaar 50.000 bezoekers en draait hij positief. Maar: „Dit moet je niet doen voor het geld. Hier wordt geen geld verdiend.” En makkelijk is het niet, in een regio die met almaar meer binnenspeelhallen en themaparken haast verdrinkt in de attracties. En De Valkenier? Ook Van Zwieten zegt het andere park niet als concurrentie te zien. „Zij zijn van attracties, wij van de sprookjes.”

Maar even later steekt het toch, als zijn auto vast komt te staan achter het treintje waarmee De Valkenier bezoekers door Valkenburg rijdt. Had Van Zwieten zelf ook wel gewild, hij had de elektrische tuktuk er al voor aangeschaft. Maar dáár kreeg hij dan weer geen vergunning voor. Van Zwieten heeft ook nog geprobeerd samen te werken met De Valkenier, via een combi-ticket. „Maar daar leek weinig animo voor.”

Op de vraag hoe leuk het eigenlijk is een pretpark te hebben, blijft het even stil. „Leuk zou ik het niet noemen. Maar als ik ’s ochtends vanuit Rotterdam kom en de heuvel bij Valkenburg afrijd, dan krijg ik daar energie van.”

    • Clara van de Wiel