Opinie

    • Paul Scheffer

De eenzaamheid van Vidiadhar Naipaul

‘I have got to show these people that I can beat them at their own language.” Die woorden van een jonge immigrant uit Trinidad aan zijn vader vertellen een verhaal. Hij voelde zich in het Londen van begin jaren vijftig hopeloos aan zichzelf overgeleverd. Het schrijven bood hem een toegang tot de wereld, sterker nog: hij zou de Engelsen in hun eigen taal overtreffen. Je kunt zeggen dat de schrijver V.S. Naipaul woord heeft gehouden.

Niet dat hij werkelijk een nieuw thuis vond, de teleurstelling over het gedroomde moederland drong zich al snel op: „Het gevoel dat de grootsheid tot het verleden behoorde werd almaar sterker. Het gevoel dat ik op het verkeerde moment naar Engeland was gekomen. Ik was te laat gekomen om het Engeland te vinden dat ik – als een provinciaal in een verre uithoek van het imperium – in mijn verbeelding had gecreëerd.”

Vidiadhar Surajprasad Naipaul, deze week op 85-jarige leeftijd overleden, moest zichzelf uitvinden als schrijver in het niemandsland tussen wat hij achter had gelaten en wat hij had aangetroffen. Zijn boeken over de voormalige koloniën zijn de verslaglegging van dat ongemak. Kritiek op het koloniale verleden gaat bij hem hand in hand met een bijtend oordeel over de staat van deze samenlevingen na de onafhankelijkheid.

Hoewel hij zeker niet vrij was van eigen obsessies, liet Naipaul zich niet opsluiten in een eenzijdige kijk. Over Indonesië merkt hij bijvoorbeeld op: „De islam en Europa kwamen vrijwel op hetzelfde moment aan als wedijverende vormen van imperialisme.” Niet alleen de Europese overheersing, ook de komst van de islam was allerminst onschuldig. Zo werd in zijn ogen het land twee keer van zichzelf vervreemd.

De koestering van postkoloniaal slachtofferschap was echter niet aan Naipaul besteed. Hij is het gevoel van beklemming waarmee hij opgroeide nooit vergeten. In het geweldige A House for Mr Biswas (1961) beschrijft hij de Indiase familieclan in Trinidad als een kleine staat vol wisselende bondgenootschappen en vernederende afhankelijkheid. Dat familieleven was een vroege kennismaking met de regels van het samenleven en met de wreedheid die daar bij hoort.

Ik heb ooit een zin van de eeuwige buitenstaander Naipaul als motto voor een boek gebruikt: „Al vroeg ontwikkelde ik de gewoonte van het waarnemen door mezelf los te maken van een vertrouwde omgeving en te proberen die van een afstand te beschouwen. Uit die manier van kijken ontstond de gedachte dat we als gemeenschap achterop waren geraakt. En dat was de oorsprong van mijn onzekerheid.” Zonder het precies te kunnen uitleggen, riepen die zinnen een gevoel van herkenning op.

Eind jaren negentig ben ik bij Naipaul thuis op bezoek geweest ter voorbereiding van een interview. Een paar weken later kwam hij naar Amsterdam voor de opname. Ik had Naipaul gemist op de luchthaven en in zijn hotel belde ik hem op om te vragen of alles goed ging. Of ik naar boven wilde komen. Hij deed de deur open en ging daarna weer op de rand van het bed zitten, een bord met spiegelei op zijn schoot. Hij maakte een breekbare indruk.

Ik ging ervan uit dat hij graag met rust gelaten wilde worden, maar mijn aarzelende uitnodiging om samen te gaan eten werd dankbaar aanvaard. De rest van de avond ging het gesprek over alles en iedereen, vooral over Johan Cruijff wilde hij meer weten. Naipaul was de vriendelijkheid zelve en legde uit waarom hij een paar weken eerder een Zweedse televisieploeg had weggestuurd: „Ze kwamen voor een interview bij me thuis dat zes uur lang moest duren. Wat bleek: de interviewer had niet een van mijn boeken gelezen.”

Naipaul had de reputatie geen gemakkelijk mens te zijn. Ik denk dat zijn afweer ook voortkwam uit een levenslange poging om zich staande te houden tussen het land van herkomst en het land van aankomst. Nooit helemaal vertrokken, en ondanks alle erkenning, nooit helemaal aangekomen. The Enigma of Arrival (1987) is de titel van een van zijn mooiste boeken: het raadsel van de aankomst laat zich niet werkelijk doorgronden.

Misschien heeft de beklemming van zijn jeugd hem altijd achtervolgd. Een binding aangaan was in ieder geval niet zijn sterkste kant. De reisschrijver Paul Theroux heeft hun verbroken vriendschap uitvoerig gedocumenteerd in Sir Vidia’s Shadow. Aan het eind van dat boek komen de twee vrienden van weleer elkaar toevallig tegen. Op de vraag van Theroux hoe het nu verder moet antwoordt Naipaul met een hoekig zinnetje, dat me vaak heeft geholpen op moeilijke momenten: „Take it on the chin, and move on.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.
    • Paul Scheffer