Risico

schrijft columns op basis van haar ervaringen als huisarts in Nieuw-Zeeland.

Goed genoeg? Meneer M. kijkt me vragend aan, als ik de bloeddrukmeter van zijn arm haal. Is 140 over 80 goed genoeg? Ik aarzel even. In een flits schieten de powerpoint-slides van de nascholing van gisteravond door mijn hoofd.

De oude, autoritaire dokter, die de patiënt simpelweg vertelde wat die moest doen, kan anno 2018 absoluut niet meer. De huisarts 2.0 is meer een voorlichter, die op gelijke voet staat met de patiënt; iemand die relevante informatie deelt en de patiënt helpt een weloverwogen beslissing te nemen.

Maar welke informatie geef ik M., een 63-jarige vrachtwagenchauffeur met overgewicht, hoge bloeddruk en hoog cholesterol? Hij heeft het afgelopen jaar geprobeerd zijn bloeddruk te verbeteren, door veranderingen in zijn ‘leefstijl’. Maar helaas eet hij tijdens zijn pauzes nog steeds liever een saucijzenbroodje bij het tankstation. Vandaar dat hij inmiddels dagelijks een pil slikt voor zijn bloeddruk.

Volgens de richtlijn in Nieuw-Zeeland is zijn bloeddruk van 140/80 acceptabel. Maar de afgelopen maanden luister ik tijdens het hardlopen naar de podcast van mijn held ‘dr. Dan’, een huisarts die in elke aflevering de bewijsvoering voor medisch handelen tegen het licht houdt. Want helaas is niets zwart-wit. En richtlijnen zijn soms niet eens op basis van gedegen onderzoek opgesteld.

Terwijl ik het recept voor zijn bloeddrukpil print, besef ik opeens dat meneer M. me nog steeds verwachtingsvol aankijkt.

Ik vertel hem dat zijn vraag niet met een eenvoudig ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden is, omdat het niet zwart-wit is, maar een persoonlijke keuze. Volgens de huidige richtlijn is een bovendruk van 140 goed genoeg. Maar het meest gedegen onderzoek op dit gebied laat zien dat hij zijn risico op hart en vaatziekten, zoals een hartaanval of herseninfarct, de komende drie jaar met 25 procent kan verminderen als het lukt om zijn bovendruk onder de 120 te krijgen. Helaas moet hij hiervoor waarschijnlijk wel drie pillen per dag nemen en daarmee zou hij het risico op nare bijwerkingen zoals duizeligheid, flauwvallen of nierfalen vergroten met 88 procent.

Hij kijkt me wat beduusd aan. „Dus het is een afweging, hoe ver u zou willen gaan om de kans op een hartaanval of herseninfarct te verkleinen. Bent u daarvoor bereid om meer pillen te nemen en eventueel bijwerkingen te krijgen?”

Het is even stil in de kamer. Meneer zucht, krabt achter zijn oor en zakt dan achterover in zijn stoel, zijn handen over elkaar.

„Wat denkt u?” vraag ik. „Sorry, het zijn nogal wat cijfers. Zal ik nog eens samenvatten…”

Hij schudt zijn hoofd, kijkt me recht in de ogen. „Zeg jij me liever gewoon wat ik moet dóen. Jij hebt daar toch voor gestudeerd?”

    • Anne Hermans