Recensie

‘Nina’ is behoorlijk zelfingenomen

Drama Een Franse lerares vertelt haar klas over een baarmoederachtig kunstwerk. Het is een metafoor voor de hele film.

Nina (Julia Kijowska, links) valt voor de ongeremde luchthavenbeveiliger Magda (Eliza Rycembel, rechts) in ‘Nina’.

Hoe zat het ook alweer met Tsjechovs pistool? De Russische toneelschrijver en dramaturg zei ooit dat als je een geladen geweer op het toneel zet, het dan ook moet afgaan. De Poolse regisseur Olga Chajdas (1983), die met haar debuutfilm Nina op het Filmfestival Rotterdam de ‘Big Screen Award’ van de publieksjury won, neemt zich die raad ter harte. Als haar hoofdpersoon, de Franse lerares Nina, haar klas over het kunstwerk Birth Place van de Poolse Natalia Bazowska vertelt, kun je er donder op zeggen dat dat nog een belangrijke rol in de film zal gaan spelen. Die baarmoederachtige kunstinstallatie, tentoongesteld in 2012 in de Poolse stad Bytom, is niet alleen de plek waar ze zich van de aantrekkingskracht van de ongeremde luchthavenbeveiliger Magda bewust wordt, je zou ook kunnen zeggen dat het een metafoor is voor de hele film.

Nina en haar man kunnen geen kinderen krijgen en zoeken naar een draagmoeder. In haar milieu lijken vrouwen niet te kunnen ontsnappen aan de religieuze en sociale druk om als wandelende baarmoeders door het leven te gaan.

Met z’n ruim twee uur is Nina behoorlijk zelfingenomen: vol herhalingen en zinloze uitweidingen. Zo onvoldragen als het verhaal is, zo zelfbewust is echter de visuele stijl van de film. De seksscènes zijn vrij en onbevangen en de experimenten met een subjectief perspectief om Nina’s emotionele staat te spiegelen zitten vol schilderachtig lichtspel.

    • Dana Linssen