Sueli Giesler:„Als we geen geld hadden, aten we kool. ’s Ochtends, ’s middags en ’s avonds.”

Foto Anabel Oosteweeghel

‘Ik kwam illegaal Nederland in. Ik wilde bijna vragen: weet je het zeker?’

Sueli Giesler (44) kwam aanvankelijk illegaal naar Nederland vanuit Brazilië. Ze raakte snel verknocht aan het land. „Het waren kleine dingen: ik kon veilig met de bus ’s nachts.”

‘Iedere maand was een gevecht om rond te komen. Bijna vijftien jaar geleden woonde ik in Guarapuava, in het zuiden van Brazilië. ’s Ochtends volgde ik colleges voor mijn rechtenstudie, ’s middags had ik een bijbaantje als docent Engels op een privéschool. ’s Avonds ging ik naar school om mijn lesbevoegdheid Engels te halen, zodat ik ook op overheidsscholen kon werken – in tegenstelling tot de privéscholen kreeg je daar een contract en werd je doorbetaald tijdens de vakanties. De rechtenstudie kostte 430 reaal per maand [zo’n honderd euro] en ik verdiende maandelijks maar 550 reaal. Ik woonde bij mijn moeder en zij paste op mijn zoontje als ik weg was, zijn vader en ik waren niet meer bij elkaar. Als we geen geld hadden, aten we kool. ’s Ochtends, ’s middags en ’s avonds.

„Ik vroeg allerlei beurzen aan om te kunnen blijven studeren. Ik won eens de tweede prijs voor een beurs bij een liefdadigheidsorganisatie. Het was tweeduizend dollar: veel geld, maar lang niet genoeg om mijn opleidingen te kunnen afmaken en de schulden af te betalen die ik inmiddels had moeten maken. Ik besloot een ticket naar het Verenigd Koninkrijk te kopen om daar een tijd te werken, zodat ik genoeg kon sparen. Mijn zoontje bleef bij zijn vader en diens ouders.

„Bij aankomst in Londen vertelde ik dat ik was gekomen om een cursus Engels te volgen, maar ze hadden meteen door dat ik kwam om te werken. Na veertien uur ondervragingen door acht verschillende agenten werd ik teruggestuurd naar Brazilië.

„Ik besloot met het overgebleven geld nog een keer te proberen om naar Europa te gaan. Via via leerde ik een Braziliaan kennen die al een tijdje in Amsterdam zat. Hij vertelde dat hij geen moeite had gehad om Nederland binnen te komen. Bij het reisbureau in Guarapuava kocht ik een zogenaamd retourticket, omdat je bij de douane moet kunnen aantonen dat je ook weer weggaat. Maar in feite had ik alleen een heenvlucht, om de prijs zo laag mogelijk te houden zou het reisbureau mijn terugvlucht doorverkopen zodra ik was aangekomen.

Naar de dokter durfde ik niet, uit angst aangegeven te worden

Sueli Giesler

„Met tweehonderd euro op zak ging ik naar Nederland, het was december 2004. Bij de douane hield ik een verhaal op dat ik in Nederland een vriendje had dat ik kwam opzoeken en inderdaad, ik kwam binnen. Ik kon het niet geloven. Ik wilde bijna aan de douanier vragen: ‘Weet je het wel zeker?’ Ik kreeg een slaapplek bij die Braziliaanse man, op een zolder in de buurt van het Erasmuspark in Amsterdam. Die man had net zo goed een seriemoordenaar kunnen zijn, maar hij wilde gelukkig oprecht een landgenoot helpen.

Nog even je nagels doen

„Het zoldertje was zo klein dat we eerst de tafel moesten inklappen voordat we ’s avonds de matrassen konden neerleggen. Er was geen badkamer. Als we naar de wc wilden, moesten we aankloppen bij het huis van de mensen die het zoldertje illegaal aan ons verhuurden. Ik had snel werk gevonden: schoonmaken bij mensen thuis, oppassen en Engelse les geven. Na drie maanden verdiende ik genoeg om zelf een kamer te huren, ook in onderhuur natuurlijk.

Lees ook: Zo is het leven in een azc

„Als je geen verblijfsvergunning hebt, ben je daar voortdurend mee bezig. Ik was altijd bang gesnapt te worden. Naar de dokter durfde ik niet, uit angst om aangegeven te worden. Ik deed briefjes bij mensen in de bus met mijn naam en telefoonnummer en de vraag of ze een schoonmaakster nodig hadden. Steeds dacht ik: als er op dit adres maar geen politieagent woont. Andere Brazilianen die ik had leren kennen, maakten misbruik van me, door me aan werk te helpen waarvoor ik eerst ‘ervaring’ moest opdoen. Dan hielden zij zelf het geld dat ik eigenlijk verdiende. Maar als je illegaal bent, kun je niet bij de gemeente of politie aankloppen voor hulp.

„Ik wist al gauw dat ik in Nederland wilde blijven. Het waren kleine dingen: ik kon veilig met de bus ’s nachts en mijn tas ergens naast me neerzetten zonder dat ie gestolen werd. Een gevoel van veiligheid is heel bijzonder voor een Braziliaan. Drie van mijn familieleden zijn omgekomen door geweld. Brazilianen stellen ook andere prioriteiten. Al staat de deurwaarder voor je huis, je laat toch eerst nog even je nagels doen. Iedereen heeft de nieuwste mobiele telefoon, maar als ze ’s avonds gaan eten, moeten ze even langs de buren om een bord te lenen want dat hebben ze niet. Ik voel me niet beter dan hen, maar ik wilde niet zo leven. Ik was bereid om mijn studie tijdelijk op te geven om me in Nederland te kunnen vestigen.

Schreeuwen in het park

„Mijn vader, die al lang is overleden, was als kind naar Brazilië gekomen. Hij was geboren in Duitsland, vandaar mijn Duitse achternaam. Ik besloot een Duits paspoort aan te vragen, zodat ik als EU-burger legaal in Nederland zou kunnen blijven. Ik wist dat de procedure jaren kon duren. In Brazilië zijn mensen niet verplicht om zaken te registeren bij de gemeente zoals in Nederland, dus het zou erg moeilijk worden om alle papieren die het Duitse consulaat nodig had te verzamelen. Alvast naar Duitsland vertrekken was geen optie: in Nederland had ik werk en mensen die me hielpen. In Duitsland kende ik niemand.

„Ondertussen miste ik mijn kind vreselijk. Ik belde hem vaak. Dan zei hij: ‘Mama, ik moet even douchen. Ben je terug als ik klaar ben?’ Hij was vijf en had natuurlijk geen idee hoe ver ik bij hem vandaan was. Soms liep ik naar het park om daar te huilen en te schreeuwen van verdriet. Ik was inmiddels bijna een jaar weg en had nog niet zoveel gespaard als ik wilde, maar ik kon niet langer zonder hem. Een van de mensen voor wie ik werkte, zei een keer tegen me: ‘Ik zou het niet kunnen hoor, mijn kind in een ander land achterlaten.’ Maar hij had geen idee in wat voor situatie ik zat. Dit was mijn enige kans om mijn kind een beter leven te geven.

Louche figuren

„Ik besloot terug te gaan naar Brazilië om hem op te halen. Ik vloog zonder moeite terug, vernietigde daar mijn paspoort en vroeg een nieuwe aan, zodat de douanier bij aankomst niet zou zien dat ik al eerder lange tijd in Nederland was geweest. Ook nam ik brieven en foto’s mee van de mensen bij wie ik schoonmaakte. Mochten ze bij de douane vragen naar de reden van onze reis, dan kon ik aantonen dat ik vrienden had in Nederland die we gingen bezoeken. Opnieuw kwamen we vrij eenvoudig het land binnen. Van vrienden in Nederland wist ik dat mijn zoon naar school zou kunnen, ook als we illegaal waren. Het was toen december 2005.

Mohammed Badran (24) vluchtte uit Syrië. In Nederland loopt hij tegen muren aan: ‘Ik wil meepraten over de toekomst van vluchtelingen in Nederland’

„Voor 600 euro per maand huurde ik een kamer, natuurlijk weer in illegale onderhuur. Er hingen altijd louche figuren rond en soms stond er midden in de nacht opeens een vreemde man in de kamer. Die bleek daar dan ook tijdelijk te logeren. Ik kon de deur van buiten niet op slot doen, dat was een heel eng idee. Het geld dat ik had verdiend, bewaarde ik in een envelop bij mensen thuis – ik had geen bankrekening en durfde het niet in die kamer achter te laten. Ik had mezelf toen al Nederlands geleerd, maar mijn zoontje begreep natuurlijk nog niets. Hij was angstig, was plotseling niet meer zindelijk.

„In mei 2008 kreeg ik, mede dankzij een van de mensen bij wie ik schoonmaakte die mij aan een gratis advocaat hielp, de Duitse nationaliteit toegewezen. We waren niet meer illegaal. Ik was toen 34, mijn zoon was acht. Vanaf toen ging het bergopwaarts: we kregen een huis toegewezen van de woningbouw, ik vond werk bij een trustkantoor, dat vennootschappen beheert, en in 2010 kocht ik een huis in Zaandam.

„Met mijn zoon gaat het nu goed, hij is 18 en volgt een ict-opleiding. Mijn werk is ook best leuk, hoewel ik er nog steeds verdriet van heb dat ik mijn studie niet heb afgemaakt. In tegenstelling tot in Brazilië hebben we hier altijd geld voor boodschappen en kleding. En we zijn veilig. De prijs was hoog, maar het is het allemaal waard geweest.”

    • Anna Krijger