Hollywood breekt record na record, en dat zonder dure sterren

Films zonder echte sterren In Hollywood voltrekt zich een revolutie. Superheldenfilms en andere ‘franchises’ zijn ongekend lucratief. Studio’s varen daar wel bij – de filmliefhebber ook?

Voor ‘Avengers: Infinity War’ worden 23 superhelden opgetrommeld, onder wie: Black Widow (Scarlett Johansson), Captain America (Chris Evans), Hulk (Mark Ruffalo) en Black Panther (Chadwick Boseman).

Hollywood stevent af op een recordomzet in 2018. Vier films hebben dit jaar wereldwijd al meer dan een miljard dollar opgebracht aan de bioscoopkassa. Animatiefilm Incredibles 2 (Disney-Pixar) heeft zich afgelopen week bij de club van miljardairs geschaard. Eerder dit jaar zijn Black Panther (Disney-Marvel), Avengers: Infinity War (alweer van Disney-Marvel) en Jurassic World: Fallen Kingdom (Universal) al toegetreden tot de club. En het jaar is nog niet voorbij. De zesde film in de Mission Impossible-reeks van Tom Cruise is uitstekend uit de startblokken gekomen.

Lees ook waarom columnist Joyce Roodnat de Mission Impossible-reeks al jaren op de voet volgt: Triomf van mens, motorfiets, Parijs

Wat die succesfilms gemeen hebben is dat ze onderdeel zijn van een reeks, een ‘franchise’, en dat ze sterk leunen op effecten en spektakel. De afgelopen tien jaar heeft zich volgens journalist Ben Fritz, die de entertainmentindustrie volgt voor zakenkrant The Wall Street Journal, een ware revolutie voltrokken in Hollywood. In onze nieuwe wereld is niet film, maar ‘content’ allesbepalend. De filmsector is traditioneel een riskante business, waarin lang het adagium gold ‘Nobody knows anything’. Inmiddels weten de studio’s – onder meer dankzij ‘big data’ – veel meer van de wensen van het publiek en zijn ze veel beter in staat om daarop in te spelen. Maar een wereld zonder risico’s is niet per se een aantrekkelijke wereld.

Hollywood probeerde de risico’s in het verleden te verkleinen door filmsterren te lanceren die een trouw publiek aan zich wisten te binden; fans die toch wel kwamen kijken, ook als de film een keer minder geslaagd was. Maar zulke filmsterren zijn er tegenwoordig nauwelijks meer. Filmpersonages, vooral superhelden, en filmreeksen zijn nu de echte ‘sterren’. Gevolg is dat acteurs – ook de meest succesvolle – genoegen moeten nemen met lagere salarissen en aanzienlijk verminderde roem.

Sony-hack

In zijn leerzame, prettig geschreven boek The Big Picture laat Fritz zien hoe de omslag – die nog lang niet voorbij is – zich de afgelopen tien jaar voltrok. Hij beschikte daarbij over een ethisch dubieuze, maar niet te versmaden bron: de tienduizenden interne e-mails van Sony Pictures Entertainment die in november 2014 door een hack op straat kwamen te liggen. Dat was waarschijnlijk het werk van de geheime dienst van Noord-Korea; dictator Kim Jong-un ontstak in woede over de komedie The Interview, waarin Seth Rogen en James Franco een aanslag op hem plegen. Fritz gebruikt dat materiaal om inzicht te krijgen in de werkwijze van een hedendaagse filmstudio; met soms onthullende resultaten.

De filmdivisie van Sony Pictures waarvan de interne correspondentie op straat lag, stond (en staat) er niet goed voor. Filmbaas Amy Pascal ging – tot het mail-schandaal haar ten val bracht – bij Sony te werk als een klassieke mogol. Ze voer op haar instinct en onderhield goede relaties met sterren als Will Smith en Adam Sandler. Dat zijn alleen eigenschappen en kwaliteiten die er in de huidige filmwereld steeds minder toe doen.

Pascal was onder meer betrokken bij The Social Network, Captain Phillips en Zero Dark Thirty. Maar het serieuze drama dat ze graag wilde maken, verdwijnt in Hollywood steeds meer uit beeld. Zulke films kunnen weliswaar eeuwige roem opleveren bij de Oscars, maar brengen zelden veel geld op. Haar superieuren hijgden Pascal dan ook voortdurend in haar nek. Toenmalig Sony-baas Michael Lynton mailde Pascal: „Waarom hebben we zoveel van dit soort films, die zoveel tijd en energie vragen, risicovol zijn, en waaraan we nooit veel geld kunnen verdienen?” Met een succesvol drama valt in het beste geval 50 miljoen dollar winst te maken. Blockbusters kunnen honderden miljoenen opbrengen.

Marvel Studios bepaalde ondertussen de nieuwe spelregels. Dat bedrijf besloot ruim tien jaar geleden niet langer de rechten op hun stripfiguren zoals Iron Man, Captain America en Ant-Man door te verkopen, maar om – met aanzienlijk lagere kosten dan de studio’s – zelf in de filmbusiness te stappen. De resultaten zijn verbluffend. De eerste film uit eigen koker was Iron Man in 2008; goed voor een opbrengst van bijna 600 miljoen dollar (met een productiebudget van 109 miljoen). Dat succes duurt tot op de dag van vandaag voort, met films als Avengers: Infinity War (met een verbijsterende omzet van 2 miljard dollar) , The Avengers (1,5 miljard) en Black Panther (1,3 miljard).

Marvel kwam ook met het vanuit zakelijk oogpunt geniale idee om elke film zich te laten afspelen in hetzelfde ‘cinematic universe’. De films zijn weliswaar formeel geen vervolg op elkaar, maar spelen zich wel in dezelfde fictieve wereld af. Personages duiken op in elkaars films; films worden handig aan elkaar gehaakt met cliffhangers. Dat zorgt voor klantenbinding. De nieuwe studio kon ineens twee of drie films per jaar uitbrengen die min of meer op elkaar aansloten, in plaats van twee, drie jaar te moeten wachten met een ‘sequel’, zoals in het oude model. Inmiddels doen alle filmstudio’s amechtige pogingen zo’n ‘cinematic universe’ in het leven te roepen.

Lees ook hoe de grote studio’s hun ‘cinematic universe’ proberen te creëren: ‘Bouwen aan een universum’

In tegenstelling tot Amy Pascal bij Sony zag Disney-baas Bob Iger wel uit welke hoek de wind waaide. Als een dolle begon Iger succesvolle ‘brands’ en ‘franchises’ op te kopen: eerst Pixar, toen Marvel, daarna Lucasfilm (van Star Wars) en inmiddels is Disney in onderhandeling over de aankoop van 21st Century Fox. Disney steekt daardoor met kop en schouders boven de concurrentie uit. Het bedrijf behaalt winstmarges die tegen de 30 procent kunnen lopen; ongekend hoog voor de entertainmentsector, die doorgaans met de helft daarvan genoegen moet nemen.

Tekenend is dat Amy Pascal een van haar droomprojecten, een film over Apple-oprichter Steve Jobs, bij Sony niet van de grond kon krijgen. Pascal had Leonardo DiCaprio en Scarlett Johansson weten te strikken en een productiebudget berekend van 70 miljoen dollar. Sony durfde het toch niet aan. Universal Pictures nam het project over met andere acteurs en een budget van 30 miljoen dollar. De studio verloor naar schatting 50 miljoen dollar op Steve Jobs (2015), ondanks Oscarnominaties voor Michael Fassbender en Kate Winslet.

Voor de filmliefhebber zijn de nieuwe ontwikkelingen geen goed nieuws; ze gaan ten koste van de creativiteit in de filmindustrie. Nieuwe spelers (‘disruptors’) op de markt zijn in het gat gesprongen dat de studio’s achterlaten: met name de streaming-diensten van Amazon en Netflix. Brad Pitt, Will Smith en Adam Sandler zijn inmiddels te zien op Netflix, maar duiken steeds minder vaak op in de bioscoop. Een televisieserie als Breaking Bad is niet alleen kwalitatief beter dan veel films, maar ook lucratiever (met een geschatte wereldwijde opbrengst van 400 miljoen dollar).

Natuurlijk zijn er nog altijd een paar filmsterren die – op het juist moment, met de juiste film – een wereldwijde filmhit kunnen dragen. Tom Cruise in Mission: Impossible is daar nog steeds het bewijs van. Maar dat is inmiddels de uitzondering en niet langer de regel. De opvolger van Tom Cruise zal zich voorlopig niet aandienen.

    • Peter de Bruijn