Opinie

    • Ykje Vriesinga

Hoezo zou je het allemaal alleen moeten doen?

Wat werkt Deze zomer bespreekt NRC-redacteur Ykje Vriesinga methodes om beter te werken. Deze keer: vraag eens ouderwets om hulp.

Illustratie Stella Smienk

Een tijdje geleden keek ik een programma over vergeten beroepen met oude filmbeelden van kloppertjes. Dat waren mensen die ’s ochtends langs de huizen gingen om buurtgenoten te wekken. Het kloppertje bleef net zo lang op het raam of de deur kloppen tot de bewoner uit bed was geklommen. Iemand die vroeger nog op die manier was gewekt vertelde: „Je zwaaide naar mekaar en dan ging hij weer verder.”

Ondanks de komst van allerlei slimme wekkers, zoals eentje die automatisch een bankbiljet versnippert als je niet direct uit je bed springt, ben ik terug bij het ouderwetse kloppertje. Om zeven uur ’s ochtends belt mijn vader me op mijn mobiel. En hij hangt niet op voordat ik ben opgestaan.

Deze steun begon tijdens een niet zo plezierige fase van mijn leven. Destijds begonnen mijn ochtenden met een negatieve spiraal van de snooze-knop indrukken en dan piekeren. Snooze, pieker, snooze, pieker. Al had ik zo’n versnipperwekker gehad en er een briefje van 100 euro in gestopt, dan nog was ik niet opgestaan om het geld te redden.

Ik wist wel dat ik me een stuk beter voelde als ik eenmaal van gestrekt naar staand was gegaan. En dat het fijn zou zijn om die piekerspiraal te omzeilen en enigszins op tijd op mijn werk te verschijnen. Maar ja, doe dat maar eens als je ’s ochtends ontwaakt in een zwart gat. Daarom vroeg ik (na enig uitstel) mijn vader, een vroege vogel, om me uit bed te porren. Een mens heeft namelijk geen snooze-knop.

Wat een wereld van verschil! Niet alleen zit ik tegenwoordig op tijd achter mijn bureau, maar – veel belangrijker – ik ben in een veel betere stemming. Waar ik voorheen mijn dagen in de achteruitversnelling begon, start ik nu in de vooruit. Na een kort gesprekje met mijn vader dans ik eventjes op de bank, eet mijn ontbijtje en dan spring ik vrolijk op de fiets.

Gedragsverandering

Momenteel lees ik De Ladder van mijn collega-columnist Ben Tiggelaar en dat deed me denken aan het kloppertje. In mijn verslaving aan zelfverbeteringsliteratuur heb ik al heel wat boeken verslonden, maar nergens kwam ik zo duidelijk de tip tegen om in te zetten op support, op ondersteuning, op hulp.

De Ladder van Tiggelaar heeft drie treden. De bovenste is het doel (zoals in mijn geval de dag beter beginnen en energiek op mijn werk verschijnen). De tweede is het gedrag (direct opstaan, niet in bed blijven liggen piekeren). En de derde tree is de ondersteuning die jou helpt om het gewenste gedrag ook te doen (het dagelijkse telefoontje).

Tiggelaar adviseert om voor iedere gewenste gedragsverandering ten minste drie verschillende vormen van support te organiseren. Niet één, niet twee, maar drie. Dat toont hoe moeilijk het is om gedrag te veranderen en – weer een treetje hoger – je doelen te bereiken.

Gelukkig zijn er tegenwoordig allerlei technologische snufjes en apps om gedragsverandering te ondersteunen. Die trend zet vast door, totdat we in de toekomst allemaal een robotje naast ons hebben die ons de hele dag door helpt om goed voor onszelf te zorgen en te bereiken wat we willen in het leven.

Maar ook dan blijven familie, vrienden en collega’s volgens mij de beste hulp. Wij wezens van vlees en bloed hebben geen uitknop, geen stilte-stand, geen batterij die leegloopt. En wij zijn, anders dan technologie, met elkaar begaan.

‘Zelf doen’

Mijn vader belt me nog altijd om zeven uur, al ben ik nu meestal al aan mijn dag begonnen. Het snelle, piekervrije opstaan zat na een paar maanden stevig in mijn systeem. Maar het blijft gezellig om eventjes een praatje te maken.

Sinds een tijdje ben ik op mijn beurt het kloppertje van een goede vriend, om kwart over zeven. Hij heeft een enorme werklust, maar net zoals zovelen van ons heeft hij ’s ochtends een zetje nodig. Twee, drie minuutjes kletsen en hij is opgestaan, gaat even sporten en is dan op tijd op zijn bedrijf.

Ook hij had, net als ik, de nodige weerstand om hulp te vragen bij iets ogenschijnlijk simpels als opstaan. Want dat moet je toch zelf kunnen? Gewoon even wat wilskracht?

Inmiddels moet ik wel lachen om dat idee van ‘zelf doen’. Want als je er langer over nadenkt slaat het natuurlijk nergens op. Neem zoiets simpels als het kopje koffie of thee dat je ’s ochtends waarschijnlijk drinkt. Om die koffiebonen of theeblaadjes naar jouw kopje te krijgen is er werk verzet door tientallen, misschien wel honderden mensen. En doe dezelfde gedachte-oefening eens voor zaken als computers, het internet, een mooie vakantiereis.

Omgekeerd ben jij – in je werk en daarbuiten, betaald of onbetaald – waarschijnlijk weer een schakeltje in processen die anderen helpen. Als we dan toch al zo ontzettend veel support krijgen en uitdelen, waarom zouden we niet nog wat meer hulp vragen en geven?

    • Ykje Vriesinga