NRC checkt: ‘Er dreigt uitbraak van botulisme in de Oostvaardersplassen’

NRC checkt

Dat schreef Flevopost vorige week woensdag op zijn site naar aanleiding van een tweet.

Foto Olivier Middendorp

De aanleiding

Door het warme weer van de afgelopen tijd hadden ook de vissen in de Oostvaardersplassen het moeilijk. „Door de grote droogte deze zomer is veel water in de plassen verdampt waardoor het waterpeil 30-35 cm lager staat dan normaal in de zomer”, aldus het Staatsbosbeheer-boswachtersblog van de Oostvaardersplassen. Ook het zuurstofgehalte is afgenomen.

Zowel Staatsbosbeheer als de regionale krant Flevopost schrijft dat in de plassen dode vissen zijn gevonden, die waarschijnlijk zijn gestorven door zuurstofgebrek. Flevopost meldt in hetzelfde bericht dat een botulisme-uitbraak dreigt, naar aanleiding van een bericht dat Nico Dijkshoorn, oud-beheerder van de Oostvaardersplassen, dinsdag op Twitter plaatste: „Tikkende tijdbom in de #ovp wat betreft botulisme. Grote aantallen dode vissen in Keersluisplas, aalscholverkolonie en Hoekplas.”

Waar is het op gebaseerd?

Botulisme wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium botulinum, die botulinetoxine produceert, een eiwit dat voor spierverlamming zorgt. Vergiftiging vindt plaats via besmet voedsel of water.

„De bacterie gedijt het best in water tussen de 20 en 25 graden Celsius, bij zuurstofloze omstandigheden”, zegt Nico Dijkshoorn aan de telefoon. „Wel moet er een eiwitbron aanwezig zijn – dode vis bijvoorbeeld.” Als de gifstof eenmaal aanwezig is, dan lopen vissen en watervogels een risico, bijvoorbeeld door besmette vliegenmaden uit kadavers te eten. De vissterfte van de afgelopen weken komt inderdaad door zuurstofgebrek en warmte, denkt hij, dus nog niet door de bacterie. „Het duurt een paar dagen voor de gifproductie op gang komt. Maar als die rottende vissen niet bijtijds uit het water worden gehaald kan het gevaarlijk worden.” Dat heeft Dijkshoorn als beheerder zelf meegemaakt in „rampjaar” 1983: „Toen hebben we 30.000 dode vogels uit het gebied verwijderd, die waren gestorven aan botulisme.” Op het Staatsbosbeheer-blog staat dat botulisme de laatste jaren vrijwel niet voorkomt in de Oostvaardersplassen. Volgens Dijkshoorn komt dat omdat de droogte en de warmte in eerdere jaren minder lang duurden, waardoor de waterstanden hoger bleven. „Ondiepe plassen zijn aantrekkelijk voor veel vogels, dus die zijn er nu in extra grote aantallen. Maar wie weet valt het mee. Het is nu weer koeler. Als de gifproductie nog niet op gang is gekomen loopt het hopelijk met een sisser af.”

En, klopt het?

Voor informatie over de stand van zaken moeten we bij waterschap Zuiderzeeland zijn, zegt Staatsbosbeheer. Maar de Oostvaardersplassen vallen niet onder de verantwoordelijkheid van het waterschap, vertelt woordvoerder Andrea Bies. „We hebben in ons gebied een botulisme-protocol: we doen niets zonder melding.” Die moet voor de Oostvaardersplassen door de beheerder worden gedaan, „en dat is tot nu toe niet gebeurd”. Dijkshoorn heeft contact opgenomen met het waterschap, maar omdat hij niet de huidige beheerder is, leidde dat er niet toe dat het protocol in gang werd gezet. Bies: „Er kan een uitbraak komen, maar het is niet met zekerheid te zeggen. Botulisme kunnen we ook niet zomaar vaststellen in het water, dat kan alleen door dode dieren te laten onderzoeken.” Zulk onderzoek wordt uitgevoerd door Wageningen Bioveterinary Research. Woordvoerder Vincent Koperdraat: „Wij doen geen mededelingen over materiaal van inzenders, dat moet van de beheerders komen. Maar de Oostvaardersplassen vormen nu inderdaad een risicogebied met de lage waterstand en de vele watervogels.”

Conclusie

Er is deze zomer nog geen botulisme-uitbraak vastgesteld in de Oostvaardersplassen, maar de risicofactoren (hoge watertemperatuur, weinig zuurstof, dode vissen als eiwitbron) zijn door het warme weer wel toegenomen. De kans op botulisme is dus zeker aanwezig, ook bij lagere temperaturen, al is niet duidelijk hoe acuut die dreiging is. Daarom beoordelen we de bewering als grotendeels waar.

nrccheckt@nrc.nl#nrccheckt

    • Gemma Venhuizen