Een pelikaan onder de pterosauriërs verrast onderzoekers

Paleontologie

Een nieuw fossiel van een pterosaurus laat zien dat de diversiteit en verspreiding van deze vliegende reptielen groot was.

Dimorphodon was nauw verwant aan de nieuwe pterosaurus Caelestiventus. Illustratie Mark Witton

Ze waren de eerste gewervelden die konden vliegen – dat wil zeggen: écht actief vliegen, niet zomaar passief wat zweven. Vanaf het einde van het Trias (zo’n 215 miljoen jaar geleden) tot het einde van het Krijt (66 miljoen jaar geleden) leefden er ruim honderd soorten pterosauriërs op aarde. En misschien wel veel meer, want pterosauriërfossielen zijn fragiel en daardoor zeldzaam.

In Nature Ecology & Evolution beschrijven Amerikaanse en Spaanse paleontologen deze week de vondst van een nieuwe soort: Caelestiventus hanseni, die aan het einde van het Trias leefde in een woestijnachtig gebied. En dat is opvallend, want tot nu toe waren er alleen ‘woestijnpterosauriërs’ van 150 miljoen jaar oud en jonger. Vrijwel alle eerder ontdekte Trias-exemplaren (nog geen dertig in totaal, vaak bestaande uit een enkel bot) bevonden zich in marien sediment in de Alpen.

Caelestiventus hanseni is opgegraven in de Saints & Sinners-groeve in de Amerikaanse staat Utah. De goed bewaarde vondst omvat onder meer de boven- en de onderkaak en diverse tanden, waarbij die van de bovenkaak beduidend groter zijn dan die van de onderkaak. Met die twee verschillende soorten tanden doet de soort denken aan een bekende pterosaurus uit het Jura-tijdperk (tussen 201 en 145 miljoen jaar geleden), Dimorphodon macronyx, die leefde in een veel vochtiger klimaat.

Beide soorten zouden volgens de onderzoekers behoren tot dezelfde familie, die van de Dimorphodontidae. Het nieuw ontdekte fossiel wijst erop dat die familie al eerder is ontstaan dan tot nu toe werd gedacht.

De schedel van Caelestiventus hanseni was zo’n 18 centimeter lang – relatief klein vergeleken met zijn verre verwant – maar de vleugellengte was juist veel groter: de spanwijdte zou ruim 1,5 meter zijn geweest. Daarmee was het een van de grootste pterosauriërs van het Trias.

Ook interessant is de ontdekking van een opmerkelijk randje langs de onderkaak, zoals ook wel bij moderne pelikanen wordt aangetroffen. Mogelijk had de Caelestiventus hanseni net zo’n soort keelzak.

De belangrijkste conclusie, schrijven de paleontologen, is dat pterosauriërs al aan het einde van het Trias – dus vroeg in hun bestaan – wijd verspreid waren en een grote diversiteit aan leefgebieden kenden, waaronder woestijnen die zich meer dan 800 kilometer van de zee af bevonden.

    • Gemma Venhuizen