Opinie

Diplomatie Trudeau is niet heilig, maar verdient steun in rel met Saoedi-Arabië

Na een aantal dagen radiostilte heeft ook de Europese Unie zich gemengd in de diplomatieke rel tussen Saoedi-Arabië en Canada. De EU heeft de Saoedi’s om duidelijkheid gevraagd naar aanleiding van recente arrestaties van vrouwelijke burgerrechtenactivisten. Het was hoog tijd dat andere liberale landen Canada te hulp schoten, nadat dat land eerder deze maand hard door Saoedi-Arabië aangepakt was: diplomaten werden teruggetrokken en uitgewezen, handel en investeringen werden bevroren, vluchten opgeschort en Saoedische studenten van Canadese universiteiten gehaald.

Dat de mensenrechtenschendingen van Saoedi-Arabië kritiek verdienen, is evident. De 32-jarige kroonprins Mohammad Bin Salman werd onthaald als een hervormer, maar ontpopt zich als een wildeman. Nu eens probeert hij de premier van Libanon af te zetten, dan weer bombardeert hij in Jemen een schoolbus.

In zijn eigen land mogen vrouwen inmiddels achter het stuur plaatsnemen. Maar zo’n idylle is de oliestaat daarmee niet meteen geworden. Mensenrechtenactivisten als broer en zus Badawi, die beiden opgepakt werden wegens kritiek op de machthebbers, ondervinden het aan den lijve.

De kroonprins hoopt met zijn represaillemaatregelen aan het adres van Canada ook andere westerse landen af te schrikken. Dat hij zo hard terug durft te slaan, komt mede doordat hij de steun van twee grootmachten ervaart. Rusland, dat zelf ook niet graag bestraffend toegesproken wordt, beschuldigt Canada van het „politiseren van mensenrechtenkwesties”. De VS vallen vooral op door hun volmaakte stilte.

President Trump omringt zich liever met despoten dan met een democraat als zijn noorderbuur Justin Trudeau. Voor mensenrechten koestert de Amerikaanse president vooral desinteresse. Autoritaire leiders, zoals eerder ook Kim Jong-un, voelen zich sinds Trumps aantreden vrij om hun gang te gaan.

Maar dat de liberale wereldorde krimpt, is nog geen reden om de Saoedische praktijken onweersproken te laten. De handelsbelangen zijn groot, maar westerse landen zouden er goed aan doen om zich af te vragen om wat voor handel het gaat. Zo profiteren het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk van overeenkomsten over wapens die Saoedi-Arabië inzet in de bloedige burgeroorlog in Jemen.

Niet alleen onthouden veel westerse landen zich van kritiek, ze hebben de ultraconservatieve Arabieren zelfs gepaaid door hen lid te laten worden van de vrouwenraad van de Verenigde Naties. Dit is niet alleen een gotspe, het verzwakt ook de geloofwaardigheid van een dergelijk VN-orgaan.

Eerder al viel Zweden, het land met een ‘feministisch buitenlandbeleid’, op door de Saoedische omgang met vrouwen te bekritiseren, tegenmaatregelen voor lief te nemen en zelfs een militair samenwerkingsakkoord stop te zetten. Ook de Canadese premier Trudeau presenteert zich graag als voorvechter van mensen-, vrouwen- en LHBTI-rechten. Heilig is hij zeker niet; zo weigerde hij al eerder een omvangrijke wapendeal met Saoedi-Arabië te annuleren. Maar het valt te prijzen dat hij in deze rel voet bij stuk houdt.

Het is begrijpelijk dat niet elk westers land het zich economisch kan veroorloven om de Saoedi’s bij elke misstand tot de orde te roepen. Maar als de Canadese moed geen enkele navolging krijgt, winnen de intimidaties van Bin Salman. Gelukkig is EU-buitenlandchef Federica Mogherini op tijd wakker geworden.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.