Opinie

    • Michiel Korthals

Crispr-cas als voedseltechnologie baat vooral grote bedrijven

Met crispr-cas voedsel verbouwen, wie heeft daar voordeel bij? Boeren en consumenten voorlopig niet, schrijft .
Foto iStock

Hoe moeten we de wereld van tien miljard mensen in 2050 voeden? Met biotechnologie, genetische modificatie en crispr-cas, zeggen de voorstanders, de ecomodernisten. Crispr-cas is een snelle techniek van een paar jaar oud die via het enzym cas het genoom van een plant ‘verbetert’. In tarwe bijvoorbeeld kan een gen worden toegevoegd voor droogte-resistentie. Ook bij rijst is dat een optie. Dat biedt grote mogelijkheden voor de landbouw.

De nostalgische benadering van een stoppelige boer die zijn plantjes toespreekt is dan ook voorbij, menen de ecomodernisten. Consumenten moeten stoppen met hun verlangen naar natuurlijk voedsel. Met biotechnologie gaan ‘we’, voor de zoveelste keer, de natuur naar onze hand zetten. Maar de onlangs genomen beslissing van het Europese Hof over crispr-cas zet een streep door deze toekomstmuziek. De beslissing houdt in dat de commerciële toepassing van de crispr-cas-techniek net als die van genetische modificatie moet worden gereguleerd. Er zijn daarom uitgebreide veiligheidstests van de met crispr veranderde planten en van de eindproducten nodig. Dat is een verstandige beslissing, want het is geen absoluut verbod op of afwijzing van commerciële toepassing, maar de verplichting tot testen geeft de tijd. Tijd voor goed onderzoek naar de nadelen van de technologie, en tijd om eens goed na te denken over de vraag op welke manier die technologie betaalbare voordelen kan opleveren voor consumenten en boeren.

Lees ook dit vragenstuk over de uitspraak van het Europees Hof van Justitie: Rem op nieuwe gentech in Europa

Dat is nodig, want de voorstanders van crispr-cas lijken zich niet bepaald verdiept te hebben in de argumenten van de tegenstanders. Willen tegenstanders alleen maar ‘natuurlijk voedsel’, zoals Julia Rijssenbeek in de Volkskrant beweerde: veel mensen „willen het liefst natuurlijk voedsel, terwijl voedsel altijd technologisch is”? Alsof de tegenstanders van crispr dat niet wisten. Nergens zie ik enige bekendheid met het werk van relativeerders van deze technologieën, zoals van wetenschappers Miguel Altieri, Norman Uphoff, Pablo Tittonell of anderen.

Hoe veilig is het?

Een kleine blik op de goed gevalideerde Eurobarometer van 2010 laat zien dat consumenten de meeste twijfels hebben over de veiligheid van biotechnologie. De voorstanders en ontwikkelaars van crispr mogen zich dat best aantrekken, want deze recente technologie is nog nergens systematisch onderzocht op mogelijk nadelen. Wel zijn onlangs twee gedegen medisch onderzoeken in Nature Medicine gepubliceerd die laten zien dat een genoom op onvoorspelbare manier reageert op crispr-ingrepen, met grote nadelige gevolgen. Jennifer Doudna, één van de uitvinders, vraagt daarom om terughoudendheid.

Lees ook van de redactie Wetenschap: Twijfels rond crisprs knip-en-plakwerk DNA

Veel tegenstanders van crispr zijn ook helemaal niet tegen het wetenschappelijk onderzoek naar deze technologie, maar wel tegen de commercialisering daarvan. Die zorgen gelden de sociale impact van biotechnologie überhaupt. Grote multinationale ondernemingen hebben zich ervan meester gemaakt en de commercialisering levert de consumenten veelal geen enkel voordeel. Door biotechnologie kan een voedingsmiddel langer op de plank blijven liggen, minder snel verkleuren of beter in een kistje worden verpakt. Het bedrijf CRISPR Therapeutics, dat de meeste eigendomsrechten heeft op de crispr-technologie, is een miljoenenbedrijf met 300 miljoen ondersteuning van Monsanto/Bayer. Door de monopolies via eigendomsrechten mogen boeren de biotechnologisch gemodificeerde zaden tegen behoorlijke betaling ‘lenen’: ze mogen ze niet verbeteren of ruilen. Boeren worden tot een soort slaven van Monsanto/Bayer. De grote multinationals leiden dus de ontwikkeling van de techniek; de boeren moeten de toepassingen gebruiken, en de consumenten moeten ze opeten; keuzes hebben ze niet.

Het probleem met de crispr-cas-technologie is dus niet dat die ‘onnatuurlijk’ is, maar dat de ontwikkeling en het gebruik ervan in zeer hoge mate bepaald wordt door de ongrijpbare machten van een paar grote zaadbedrijven. Natuurlijk wordt er gespeculeerd op de garage- of doe-het-zelf-biotechnologen, die crispr-cas op een weldadige manier zullen gebruiken. Er wordt dan gewezen op de beginjaren van Silicon Valley. Maar we hebben gezien wat er gebeurt met deze doe-het-zelvers: het worden eveneens enorme internationale, ongrijpbare ondernemingen, zoals Google, Apple en Facebook.

Correctie (16 augustus 2018): In een eerdere versie stonden bij wetenschappers Miguel Altieri en Norman Uphoff verkeerde voornamen.

    • Michiel Korthals