Bijna niemand begrijpt voedingswetenschap en daar wordt nu wat aan gedaan

Wat eten we? Het gerenommeerde wetenschappelijk tijdschrift The BMJ heeft een serie online gezet: ‘Food for thought’ (stof tot nadenken). Het doel: de stand van zaken op een rijtje krijgen.

De voedingswetenschap heeft een geloofwaardigheidsprobleem. Niet omdat het onderzoek niet zou deugen, maar omdat we ervan in de war raken. Eerst is vet slecht en dan weer niet. Zijn flesjes probiotica goed voor je darmen of juist gevaarlijk? Kun je diabetes echt ‘genezen’ met een dieet? Er is ‘wetenschappelijk bewijs’ voor van alles en telkens weer iets anders (Van brood word je moe! Kurkuma geneest kanker!).

Dat is niet de schuld van de wetenschap. Meestal zijn allerlei mitsen en maren ingebouwd. Het komt eerder door de manier waarop onderzoeksresultaten na publicatie een eigen leven gaan leiden. De onderzoeker beschrijft netjes hoeveel minder rimpels een computerprogramma telt in de gezichten van vrouwen die gezond eten, maar in het persbericht vallen de nuances weg – om een recent voorbeeld te noemen. Bovendien zitten wetenschappers niet stil, wat we nu weten kan volgend jaar achterhaald zijn.

De nieuwe literatuur genereert soms „meer hitte dan licht”, zoals een redacteur van The BMJ het beschrijft. Dit gerenommeerde wetenschappelijk tijdschrift heeft onlangs een serie online gezet die interessant is voor iedereen die in het duister tast: ‘Food for thought’ (stof tot nadenken). Het doel: de stand van zaken op een rijtje krijgen, laten zien waarover voedingswetenschappers het (on)eens zijn en waar de onzekerheden zitten. In prangende kwesties als het verband tussen verzadigd vet en hartziekten of van het nut van diëten. Maar het gaat ook over honger en ondervoeding en de wereldwijde obesitascrisis.

Wetenschappelijke artikelen zijn meestal onleesbaar voor leken. Deze ‘food for thought’-stukken, gratis te lezen, zijn juist geschreven voor leken. Oké, wel voor bovengemiddeld geïnteresseerde leken, die hun Engels een beetje hebben bijgehouden, maar toch.

Koolhydraten

Neem het artikel over koolhydraten, van de beroemde Amerikaanse dieethoogleraar David Ludwig. Geen detailstudie met moeilijke tabellen en formules, maar een nuchter bijpraatstuk over een controversieel onderwerp. Ludwig gaat even helemaal terug naar het begin – wat zijn koolhydraten ook alweer en wat doen ze? – voordat hij het verschil uitlegt tussen koolhydraten in granen, aardappel, peulvruchten en fruit. En hoewel hij bekend staat als een pleitbezorger van koolhydraatarme diëten, laat hij ook zijn twijfels zien, de twijfels van de wetenschap. Uiteindelijk kennen we de langetermijneffecten van bepaalde diëten niet, schrijft hij, en ieder individu zal er anders op reageren. In vette letters staan tien koolhydraatkwesties waar de wetenschap nog niet uit is. Ook goed om te weten.

Als je het eerste artikel uit de serie hebt gelezen, weet je meteen waarom we nog steeds zoveel waarde hechten aan afzonderlijke stofjes. Het voedingsonderzoek begon in 1926 met vitamines, daarna kwamen vet en suiker en pas de laatste decennia is er meer aandacht voor voedingspatronen, genen en omgevingsfactoren. „De belangrijkste les uit het verleden”, aldus de auteurs: „de erkenning hoe complex het is”. Goed om te onthouden als iemand weer eens iets roept over avocado of rood vlees.

    • Martine Kamsma