Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Voeten

Vanwege Vitesse-FC Basel (0-1 door Ricky van Wolfswinkel in de extra tijd, er waren mensen die me dat scenario voorspeld hadden) sliep ik bij mijn moeder in Velp. ’s Ochtends bekeken we foto’s van mijn dochtertjes. Ze had het er bijzonder moeilijk mee dat ze niet aanwezig kon zijn bij de verjaardag van de oudste die de dag erop drie werd. Dit bleef ze maar herhalen, maar ik begreep best dat je op 87-jarige leeftijd niet met twee ontstoken voeten naar de andere kant van het land kan.

Ze liet haar voeten zien.

Later gaf ze me geld om in het centrum van Velp namens haar een cadeau te kopen. Ik kocht een kapsalon. Je kon klanten klei in de mond proppen, en als je daar daarna maar hard genoeg op drukte, ging hun haar groeien en kon je het met een plastic schaar afknippen.

De verkoopster, een echte Velpse: „En daarna kun je er weer een bol van kleien en het opnieuw in die bek stoppen. Echt hartstikke leuk. Cadeaupapier erom?”

Ik probeerde mijn moeder uit te leggen wat ik gekocht had, zij liet nogmaals haar voeten zien en zei dat het niet ging dit jaar. Ze was eerder die week ook al naar een begrafenis in Brabant geweest.

Ik zei dat het niet erg was en dat ik het begreep, maar ik had ook niets kunnen zeggen. Ze begon over de afstand, dat je de NS wel kon bellen voor hulp bij het overstappen, maar dat je zo iemand dan wel moest herkennen en ook dat ze zich onveilig voelde in de trein omdat er soms mensen tegenover je gaan zitten die je dan gaan aanstaren.

De thuiszorg kwam om de dag.

Ze liet haar agenda zien.

Daarin stond ook dat mijn dochter drie werd.

Ze zei dat ze ons aanbod om te komen logeren had verworpen omdat dan alles opnieuw gepland moest worden.

De andere oma was wel op de verjaardag van mijn dochter, mijn zus had een uitklapkaart met een zingende dinosaurus gestuurd, mijn moeder belde twee keer.

De eerste keer zei ik dat haar cadeau een groot succes was, dat al de fictieve figuren in de kapsalon al drie keer waren geknipt. Ik gaf mijn telefoon aan mijn dochter, die ermee door het huis ging rennen, dat doet ze tegenwoordig altijd. Mijn moeder had niets in de gaten, ze bleef maar herhalen dat oma zere voeten had, toen ze ophing had ik medelijden.

’s Avonds belde ze weer. Van de kleikapsalon was weinig meer over. Het kappersstoeltje was gebroken, het schaartje stuk en twee van de drie kleifiguren waren kwijt. Gelukkig was het geen gespreksonderwerp. Ze zei voor de zekerheid dat ze niet was gekomen vanwege ontstoken voeten.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen