Redden we de vissen of de aardappelen?

Droogte Ondanks de recente buien blijft het land droog. Wat doet een waterschap dan? Op pad met Bart Simons van waterschap De Dommel in Noord-Brabant. „Je doet het nooit goed.”

Bart Simons van Waterschap De Dommel is onderweg in zijn regio. „Mensen begrijpen niet hoe groot het watertekort is.” Foto Merlin Daleman

09.03 uur, stadsvijvers bij Meerhoven, Eindhoven

Er drijft een eend in de vijver. „Die is dood”, zegt gebiedsbeheerder Bart Simons (31) van het Brabantse waterschap De Dommel. „Niet oud, niet gehavend, waarschijnlijk botulisme.” Het waterpeil aan de rand van de Eindhovense nieuwbouwwijk is bijna een meter gezakt, met blauwalg, dode vissen en eenden als gevolg. De stadsvijver heeft nog het meeste weg van een pan erwtensoep.

Het zijn drukke tijden voor Simons. Als gebiedsbeheerder van de Groote Aa – een van de negen gebieden van waterschap De Dommel – moet hij de ‘watergangen’ controleren: alle plekken waar in normale tijden water stroomt. Op deze dinsdag in augustus staat er amper water in. Afgelopen week vielen de eerste buien in twee maanden. De kans op blauwalg en botulisme is groot, evenals schade aan kades en andere infrastructuur. Maar zijn voornaamste taak tijdens de droogte: kiezen waar het restant water in het gebied heengaat.

Tegelijkertijd geeft hij ook advies, een dag eerder ongevraagd: „Een man liet zijn chihuahua in dit vieze en stinkende water zwemmen”, zegt Simons. „Dat leek me niet verstandig.”

De dagelijkse keuzes die Simons moet maken hebben grote gevolgen: „Redden we een visvijver van Natuurmonumenten of de aardappelen van een boer? Je doet het nooit goed.”

10.11 uur, stromende beek De Keersop, Sengelsbroek

In zijn ‘blauwe uniform’ (blauwe jeans en polo) stapt Simons in de auto van het waterschap. Toen hij zijn huidige vriendin ontmoette, zei hij maar dat hij boswachter was. „Mensen hebben geen idee wat we doen, alleen dat ze er belasting voor betalen.”

De gebiedsbeheerder bestrijkt met acht collega’s het hele waterschap van Boxtel tot aan de Belgische grens. Alleen: Simons is jong en komt niet uit een dorp, niet uit de regio en heeft geen agrarische achtergrond. „Dat is toch wel wat je bij de meeste veldmedewerkers van het waterschap ziet”, zegt Simons, die vóór zijn opleiding plattelandsvernieuwing naar de Rockacademie in Tilburg ging om basgitarist te worden.

Onderweg passeren we gele bermen en trillende lucht boven het zwarte asfalt. De bladeren van planten op de akkers hangen omlaag. „Die blaast maximaal.” Simons wijst naar een opvallend groen aardappelveld met een spuitmachine. Tientallen van deze machines ziet hij elke dag op akkers van boeren. Beregenen mag. Veel boeren hebben een eigen put met grondwater, waaruit ze mogen pompen zolang het grondwaterpeil hoog genoeg is.

Lees ook: ‘Waterschapsbelasting zal stijgen vanwege de droogte’

Wat niet mag, is oppervlaktewater uit sloten en plassen gebruiken. Maar welk water een boer gebruikt, is van een afstand niet te zien. „We moeten iemand op heterdaad betrappen wanneer water uit een sloot wordt gepompt.” Het waterschap heeft deze droge maanden veertien boetes uitgedeeld.

Simons stopt midden op een brug. Het water staat ongeveer tien centimeter hoog. Hier zwemt de beekprik, een palingachtige vis. Het is de een van de weinige beken in Brabant waar deze vis zwemt. Dus pompt het waterschap grondwater uit de put van een naburige boer om de beek te laten stromen.

„Hier hebben we gekozen voor de ecologie”, zegt Simons. Het duurt zeker dertig jaar voordat de natuur hersteld is en de situatie dezelfde als in april voor de droogte. „Die vis heb ik alleen nog nooit gezien.”

Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman

11.35 uur, waterknooppunt bij Leende

„Hier stroomt alleen maar gezuiverd douche- en wc-water.” Simons staat naast het welkomstbord van het dorp Leende, waar de rivieren Buulder Aa en Strijper Aa in de Groote Aa stromen. Een peilschaal in de Strijper Aa toont dat het water normaal tot 22,50 meter boven zeeniveau staat. Dat is nu 80 centimeter lager.

Achter een stuw verwacht hij dode vissen, maar die zijn er niet. Wel een ander probleem. De sloot staat vol planten. „Hier wordt het verschil gemaakt wanneer de regen gaat vallen”, zegt Simons. Zonder planten valt de bijna uitgedroogde beek droog en gaan de vissen dood, met planten loopt de sloot over bij een hoosbui en staat het naastgelegen huis blank.

Het gebeurde twee jaar gelegen nog, na drie hoosbuien in korte tijd. „Dagelijks stond ik met hevig geëmotioneerde boeren tot onze knieën in de modder tussen de mislukte oogst.”

12.55 uur, het bos bij Budel-Dorplein

Simons rijdt langs een zwart veld met enkele boompjes erop. „Heidebrand, maandje geleden”, zegt Simons. „Vanochtend zag ik weer iemand die een peukje uit zijn raam gooide, alsof-ie het erom deed.” Twee brandweerwagens schieten voorbij. De sirenes klinken na. Waarschijnlijk uitgerukt voor een bosbrand in Limburg. „De droogte is echt zorgelijk.”

Lees ook: Wat heeft Nederland geleerd van de hevige droogte?

13.07 uur, diep in het bos op een privéterrein

Simons rijdt het privéterrein op van een vermogende familie. Alleen de jachtopziener rijdt hier rond „en voor hem moet je uitkijken”, zegt Simons lachend. Hij is op zoek naar de oorzaak van de waterdaling bij de Budelse zinkfabriek KZM, een medewerker belde hem er net over. Dat kan twee oorzaken hebben: een beverdam of iemand die illegaal water heeft opgepompt. Op een weg tussen twee waterpoelen blijft hij staan. De geur van rotte eieren stijgt op uit het water. In de poelen staan bomen, als in een mangrovebos. De waterpoelen aan weerszijden staan even hoog, „dan is het waarschijnlijk geen bever”.

13.34 uur, op de weg tussen Sterksel en Someren

Op een rijksweg brengt Bart Simons zijn snelheid opeens omlaag. Hij zoekt de horizon af naar de velden van een aardbeienteler, die gebruik zou maken van een illegale grondwaterput om zijn aardbeienstekjes te beregenen.

„Er gaat zoveel geld om in de aardbeienindustrie. Boetes geven van zo’n tweeduizend euro hebben geen effect, we moeten met veel hogere dwangsommen komen.”

De aardbeienvelden liggen achter een gebouw aan de weg. Drie busjes staan er geparkeerd, ongeveer dertig arbeidsmigranten staan gebukt op het veld. Het is 36 graden. Maar er staat geen sproeimachine. Simons drukt het gaspedaal weer in en rijdt naar de laatste locatie van de dag.

Foto Merlin Daleman

13.44 uur, Kasteel Heeze

Tussen Tapperij De Zwaan en de Wijnhoeve ligt de toegangspoort verscholen van Kasteel Heeze. De rivier de Groote Aa komt uit bij het kasteel, de waterstand ervan is lager dan die van de kasteelgracht. Het hout van de fundering is bloot komen te liggen. „Daardoor krijgt het zuurstof en dan gaat het rotten”, zegt Simons. Hij belt het hoofdkantoor voor overleg.

14.33 uur, hoofdkantoor waterschap, Boxtel

Onderweg naar het hoofdkantoor van het waterschap in Boxtel krijgt Simons een telefoontje. Een bewoonster uit Maarheeze vertelt dat de vijver in haar wijk stinkt. Het is de vijver waar Simons deze ochtend was. De vrouw vraagt of daar geen water heen gepompt kan worden, zodat de stank minder wordt. „Mensen begrijpen niet hoe groot het watertekort is”, zegt Simons. „Ze zien vaak alleen hun eigen buurt, en niet de gevolgen van de droogte in het hele gebied.” Hij vertelt de vrouw dat hij niks kan doen, maar belooft haar de gemeente te wijzen op de situatie.

    • Mark Middel