Recensie

Internet is kapot, maar het valt nog wel te repareren

Zomergasten Internetpionier Marleen Stikker zorgt voor een niet zo toegankelijke, maar wel erg boeiende uitzending van Zomergasten, over de gevaren van ongeremde technologische vernieuwing.

‘Het internet is kapot’, stelt internetpionier Marleen Stikker. Begin jaren negentig was Stikker pionier van het wereldwijde web, toen nog in handen van utopisten die dachten dat internet de wereld zou verlossen. En nog steeds is Stikker aanjager van technologische vernieuwing, en vooral het denken hierover. Maar een idealist is Stikker niet per se. In deze uitzending van Zomergasten wijst ze vooral op de problemen en gevaren van internet.

Het probleem, stelt Stikker, is dat internet een bedrijfsmatige invulling heeft gekregen, en veel minder een sociaal maatschappelijke. Niet het internet op zich, maar het verdienmodel erachter werkt ondermijnend.

Hoe dit uit de hand kan lopen, laat ze zien aan de hand van het project ‘Quiet, We Live in Public’ van internetmiljonair Josh Harris, die in 1999 in een New-Yorkse kelder een helse Big Brother schiep, waarin een groep mensen zich onderwierp aan vernedering en excessen, die Harris filmde en op internet zette. Dat schrikbeeld is volgens Stikker uitgekomen: in ruil voor gratis aandacht en vertier onderwerpen we ons aan sociale media

Kind mee naar relatietherapie

Dit is niet de toegankelijkste aflevering van dit seizoen, en dat komt niet alleen door het lastige onderwerp. Stikker is een sympathieke verteller, maar ze heeft een wat stuurs, onbewogen gezicht, en ze lacht weinig. Haar eerste hoorbare lach klinkt pas na drie kwartier. Over persoonlijke zaken begint ze pas na anderhalf uur, en dan nog mondjesmaat. Haar sterke moeder had een stormachtige relatie met schrijver Doeschka Meijsing („twee vrouwen die het niet heel goed met elkaar konden vinden”) en ze moest als kind mee naar relatietherapie. Haar vader was een onbegrepen experimentele dichter met Asperger.

Genoeg materiaal om een heel interview mee te vullen, zo’n jeugd, maar Stikker keert liever terug naar haar boeiende betoog over technologie. Ook de interviewer Janine Abbring voelt zich daar beter thuis – dit is duidelijk een onderwerp dat haar nauw aan het hart ligt.

We beginnen met The Matrix en de metafoor van de rode en de blauwe pil. Wie de blauwe neemt, leeft zijn comfortabele onwetende leven, wie de rode neemt, ziet de duistere achterkant van de wereld. Stikker zou de rode nemen, maar pleit vooral voor een derde, roze pil: de duistere kant zien, maar tegelijk de mogelijkheden van een andere wereld onderzoeken.

Als voorbeeld laat zij de Franse biokunstenaar Marion Laval-Jeantet zien, die zich in 2011 liet injecteren met paardenbloed, om zo een nieuw soort paardmens te worden. Niet alles wat mogelijk is, moet je ook willen. Stikker pleit voor meer ethische introspectie over technologie, en het gebruik van kunst en alfawetenschappen om vernieuwing te begeleiden.

Onbaatzuchtige bomen

Stikker maakt ook uitstapjes naar biotechnologie, politiek en economie. De Britse econoom Kate Raworth praat over haar model van de donut-economie: we moeten de economie opnieuw inrichten zodat ze niet de planeet en de arbeiders in lagelonenlanden kapotmaakt. We zien een beeld van een jongen die vecht tegen de slaap in een textielfabriek.

Aan de hand van een filmpje over gemeenschappen van altruïstische bomen betoogt Stikker dat de kracht van mensen ligt in het samenwerken en samen denken. Vorm nieuwe burgergemeenschappen – buiten politiek en bedrijven om – die streven naar een betere ethiek in tech en economie. En zo eindigt Stikker toch nog bij de anarchistische ideeën uit haar dagen als internetpionier.

Maar niet voordat ze, als uitsmijter, YouTuber Simone Giertz laat zien, om te onderstrepen dat je nog zoveel plezier kunt hebben met technologie. Giertz bouwt geestige krakkemikkige machines die je billen afvegen of je tanden poetsen. Ze bouwde ook „The Pussy Grabs Back Machine”: een soort kuisheidsgordel met een robotarm, die de aanrander in zijn kruis grijpt.

    • Wilfred Takken