Keshav Suri met de Amerikaanse dragqueen Violet Chachki.

Foto Kitty Su

‘Ik wil van India een thuis maken voor mij en mijn man’

Interview Keshav Suri Het Indiase Hooggerechtshof besloot vandaag dat homoseksualiteit niet meer strafbaar is. Hotelbaas Keshav Suri was een van de mensen die de zaak naar het hof brachten.

Op het kleurrijke Instagramaccount van Keshav Suri (33), telg van een vermogende Indiase hoteliersfamilie, verscheen eind juni een atypische foto in zwart-wit. Erop staan Suri en zijn geliefde Cyril Feuillebois (38), de laatste glimlachend terwijl Suri hem een kus op de wang geeft. Eronder: „Happy pride everyone” en een regenboog-icoontje.

Lees ook: India maakt einde aan strafbaarstelling homoseksualiteit

De foto is genomen in het stadhuis in het 1ste arrondissement van Parijs, de thuisstad van Feuillebois. Nét nadat de twee elkaar hun ja-woord hebben gegeven. Twee weken later bevindt Suri zich in een andere zaal, in zijn thuisstad New Delhi, waar het Indiase Hooggerechtshof zich buigt over een heel ander soort recht. Moet seks tussen twee mannen of twee vrouwen strafbaar blijven, zoals de Indiase wet nu voorschrijft, of niet?

De uitspraak die in de loop van deze maand wordt verwacht, kan in het nog altijd conservatieve India een revolutie ontketenen. Voor Suri, die samen met zijn moeder en drie zussen aan het hoofd staat van Bharat Hotels Limited, van de luxe keten LaLiT-hotels in India en Londen (omzet vorig jaar omgerekend 72,5 miljoen euro, 3.500 werknemers), is dat ook precies waarom hij een van de mensen is die het hof heeft verzocht de wet te schrappen. „Dit is pas het begin.”

Alter ego

Suri ontvangt in de lobby van The LaLiT New Delhi, op fluwelen stoelen, omringd door werken van Indiase kunstenaars uit de privécollectie van zijn ouders. Een lange man met een vrolijk rond gezicht, een donkere baard en een sjaal om zijn brede schouders geslagen. Bij de ingang wijst een bord in regenboogkleuren de weg naar Suri’s grote trots: Kitty Su, een nachtclub waarin een transgender de gastenlijst beheert en dragqueens over het podium paraderen.

De naam komt van Suri’s alter ego. „Ik heb haar vermoord”, grapt de hotelier. „Ze is gestorven aan een overdosis champagne en sigaretten. Dit is mijn hommage aan haar.”

Het openen van uitgesproken homovriendelijke nachtclubs in hun LaLiT-hotels in New Delhi, Mumbai, Chandigarh en Bangalore – tot dan toe onzichtbaar in India – is slechts een van de veranderingen die het familiebedrijf heeft ondergaan sinds Suri in 2007 aantrad. Inmiddels behoort de hotelgroep tot een van ’s lands meest vooruitstrevende bedrijven op het gebied van diversiteit, met name vanwege hun inclusieve personeelsbeleid.

„Het was een elf jaar durende reis om hier te komen”, zegt Suri. En ook daar ging eerst een hele reis aan vooraf. Als enige zoon in een traditioneel, Indiaas gezin was het plaatje al voor Suri uitgetekend: hij zou op een dag het familie-imperium overnemen. Wat daar alleen niet in paste: dat die troonopvolger op mannen valt. „Ik wist altijd al dat ik homo was”, zegt Suri. „Het enige waarover ik twijfelde is of ik het mijn familie zou vertellen. De sociale druk was enorm.”

‘Anders’ was-ie sowieso al. Dat werd Suri wel duidelijk op de katholieke jongensschool waar hij naartoe ging. „We deden veel aan theater en omdat het alleen maar jongens waren, moesten sommigen van ons de rollen van vrouwen spelen. Dat was mijn eerste ervaring met drag”, zegt Suri. Ook toen ze inmiddels oud genoeg waren om zelf hun rollen te mogen kiezen, koos Suri altijd een vrouwenrol. „Dat was mijn ontsnapping.”

Toeristen blijven weg vanwege draconische, homofobe wetten

Keshav Suri

Pas tijdens zijn studie in Londen besloot hij: genoeg. „Ik wilde die leugen niet meer leven.” Suri was 21. Er was geen drama, hij werd het huis niet uitgegooid. Maar was het makkelijk? „Nee.”

En toen kreeg zijn vader, 60, plots een hartaanval. Het ‘issue’ van Suri’s seksualiteit verdween daarmee naar de achtergrond. „Alle focus ging naar het bedrijf.” Zijn moeder nam de leiding over, Suri bleef in Londen om zijn master af te maken. Hij raakte depressief, kreeg anorexia.

„Ik dacht dat hij zijn hartaanval door mij had gekregen.” Een schuldgevoel dat pas begon te verdwijnen nadat Suri zijn inmiddels man, die op dat moment in India woonde, tegenkwam in hun hotelbar in New Delhi. Nu zijn ze tien jaar samen, Suri’s moeder en zussen waren in Parijs bij hun bruiloft. „Mijn moeder is nu mijn grootste fan”, zegt Suri.

Roze economie

Zijn familie voor zich winnen was de eerste horde, de werknemers binnen de hotelgroep een tweede, met name de pakken in het bestuur. Suri: „Aan de ene kant moest ik bewijzen dat ik het waard was in de stoel te zitten waarin ik zit. Terecht ook, sommigen werkten al dertig jaar voor het hotel. En aan de andere kant moest ik bewijzen dat niet alle homo’s promiscue zijn, dat niet alle homo’s hiv of aids hebben, dat niet alleen mannen op elkaar kunnen vallen, maar ook vrouwen.”

Hij deed dat door zich „onmisbaar” te maken, zegt Suri. Door, onder andere, Kitty Su te openen en te laten zien dat er vraag naar zoiets is, dat met een homovriendelijk beleid geld verdiend kan worden. Een argument dat ook terugkomt in het verzoekschrift dat Suri bij het Hooggerechtshof indiende. Daarin spreekt de hotelier van een „roze economie” en gemiste inkomsten door toeristen die wegblijven vanwege „draconische, homofobe wetten”.

„Ik ga hier niet zitten liegen en zeggen dat ik een activist ben”, zegt Suri met glinsterende ogen. „Ik ben door en door een kapitalist. Ik run een hotelketen.” Is dat de enige reden waarom hij van deze wet af wil? Natuurlijk niet. „Ik wil van India ons thuis maken voor mijn man en mij. Een thuis waarin hij dezelfde rechten heeft als ik zou hebben als ik naar Frankrijk was verhuisd als zijn echtgenoot.” Het homohuwelijk, recht op een erfenis van je partner, sociale acceptatie – allemaal dingen die voor „zijn gemeenschap” nog niet gelden in India. Onlangs breidde de LaLiT-keten als eerste hotelgroep in India hun gezondheidszorgplan uit naar de partners en kinderen van hun LHBTQ-personeel.

„Dit is pas het begin van ons gevecht voor gelijke rechten”, zegt Suri. Neem hun ja-woord in Parijs. Dat was één groot tranendal. Goede tranen. „Maar er was wel die twijfel, vertel ik het aan mensen? Deel ik het op sociale media? Mijn moeder was ook heel nerveus. Maar toen na de bruiloft de emotionele bom was gebarsten, zei ze: doe het. Ik wil dat mensen mij feliciteren.”

Daar hield het niet op. Toen het stel thuiskwam in New Delhi stond Suri’s gehele team hen op te wachten. „Al mijn jongens en meisjes waren er”, zegt hij stralend, verwijzend naar de regenboog aan mensen die onder zijn personeelsbeleid is aangenomen. Transmannen, transvrouwen, een dj in een rolstoel, slachtoffers van zuuraanvallen. Voor Suri voelde het als de ultieme bevestiging, zegt hij. „Ik heb een leger van 3.500 mensen achter mij staan.”

    • Eva Oude Elferink