Brieven

Brieven

In ‘Een Eeuwenoud Gifmengsel’ (2/8) stelt Menno Hurenkamp dat Hannah Arendt kritisch zou zijn tegenover universele mensenrechten „omdat ze burgerrechten hoger aansloeg”. Maar in The Origins of Totalitarianism (1951) is Arendt kritisch over de notie van mensenrechten omdat deze alleen kunnen worden gewaarborgd door natiestaten, een systeem dat volgens de filosofe in de periode tijdens en onmiddellijk na de Eerste Wereldoorlog fataal aan het wankelen is gebracht. De mensen die door oorlog ontworteld geraakt en stateloos geworden zijn, kunnen daarmee op de bescherming van geen enkele politieke autoriteit een beroep doen. Vandaar dat Arendt mensenrechten enigszins smalend afdoet als „the right to have rights”, waarmee ze treffend benadrukt hoe de notie tekortschiet voor mensen die deze rechten het meeste nodig hebben. Over burgerrechten was Arendt overigens ook kritisch, zoals blijkt uit haar ambivalente houding tegenover de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, als beschreven in Reflections on Little Rock (1959). Arendt onderscheidt de publieke sfeer van de privésfeer. Door economische kwesties die in de privésferen horen politiek centraal te stellen, wat volgens Arendt gebeurt met de opkomst van burgerrechten in de 19de eeuw, raken beide sferen op een fatale manier verstrengeld.

    • David Bogaers