Waarom bedrijven eigen aandelen inkopen

Beursrubriek Het bedrag dat Amerikaanse bedrijven dit jaar gaan uitgeven aan het inkopen van eigen aandelen is 46 procent hoger dan vorig jaar. Waarom? En is het verstandig?

Wolters Kluwer kondigde onlangs een uitbreiding aan van het eigen aandeleninkoopprogramma. Foto Rick Nederstigt/ANP

Vergeet de 1.000 miljard dollar beurswaarde van Apple, meldde Goldman Sachs vorige week. Een belangrijkere 1 met twaalf nullen waart op het moment door de economie: het bedrag dat Amerikaanse bedrijven dit jaar gaan uitgeven aan het inkopen van eigen aandelen. Dat is 46 procent meer dan vorig jaar.

Ook in Europa vind je bedrijven die gretig waardepapieren van zichzelf kopen. Wolters Kluwer en Signify publiceerden onlangs tegenvallende tweedekwartaalresultaten. Beide kondigden vervolgens aan hun aandeleninkoopprogramma met honderden miljoenen euro’s uit te breiden. Shell, Unilever, ASML: ook zij planden dit jaar grootschalige buybacks.

Waarom doen bedrijven dit? En is het verstandig?

Europese en Amerikaanse ondernemingen hebben verschillende drijfveren voor opkoopprogramma’s. De gemene deler is dat geld lenen op beide continenten bijzonder goedkoop is. Door het monetaire beleid in zowel de VS als Europa zijn de rentes laag. Ondernemingen weten van gekkigheid niet wat ze moeten doen met al dat geld en steken het in het inkopen van eigen aandelen.

Zo’n inkoopprogramma is een cadeautje voor aandeelhouders. De winst per aandeel stijgt, omdat de totale winst over minder aandeelhouders verdeeld hoeft te worden. Bovendien worden de waardepapieren schaarser, waardoor de koers omhoog gaat.

Citigroup becijferde dat over de periode 2010-2016 het bedrag dat de grootste Europese beursgenoteerde ondernemingen jaarlijks aan eigen aandelen uitgeven schommelt rond de 120 miljard dollar. Amerikanen zitten gemiddeld tegen de 500 miljard aan. Voor dat verschil zijn incidentele en structurele verklaringen.

Incidenteel: Trump verlaagde vorig jaar de belasting voor Amerikaanse bedrijven die hun overzees geparkeerde winsten (geschat op 2.500 miljard dollar) terughalen. Multinationals betalen nu een eenmalige aanslag van 15 procent, waar dat eerst het dubbele was. Daardoor vloeiden dit jaar miljarden terug naar de VS, die de multinationals deels staken in terugkoopprogramma’s.

Structureel: personeel in de VS krijgt vaker dan Europees personeel een optiepakket als onderdeel van hun vergoeding. Dat motiveert tot inkoopprogramma’s, die de koersen stuwen en dus de beloningen. Ook het feit dat in de VS inkomen zwaarder wordt belast dan vermogenswinst op aandelenbeleggingen, draagt daaraan bij.

Dan de kritiek. Een veel gehoord punt is dat het geld dat aan inkoopprogramma’s wordt uitgegeven net zo goed in het eigen bedrijf gestoken had kunnen worden. Simon van Veen, fondsmanager van het Sustainable Dividend Value Fund, voegt daaraan toe dat ondanks dat de waarde van een aandeel stijgt, een buyback niet per se een gunstig signaal is voor een belegger. Over de gezondheid van een bedrijf zegt het namelijk weinig tot niets.

Van Veen: „Het bedrijf zegt: we hebben dit jaar extra geld, maar we zien geen andere investeringsmogelijkheden, dus kopen we aandelen in.” Vergelijk dat eens met het alternatief: het dividend verhogen. „Dat doe je alleen als je je dat als bedrijf structureel kunt veroorloven. Dat zegt iets over hoe de leiding denkt dat het bedrijf ervoor staat.”

Beleggingsstrateeg Wim Zwanenburg bij Stroeve Lemberger staat niet negatief tegenover inkoopprogramma’s. Het valt volgens hem wel mee dat ze de koersen kunstmatig hoog houden. Hij wijst op cijfers van zakenbank JP Morgan. De winst per aandeel van de grootste vijfhonderd beursgenoteerde Amerikaanse bedrijven is het afgelopen tweede kwartaal met 27 procent gestegen vergeleken met het jaar daarvoor. Slechts 1,2 procentpunt van die stijging is toe te schrijven aan de vermindering van het aantal aandelen, inkoopprogramma’s dus. De rest komt van hogere omzetten en betere winstmarges.

    • Guus Ritzen