Veel medailles én veel aandacht: ‘een lekker evenement’

Gelijktijdige EK’s In Glasgow en Berlijn werden de EK’s van zeven sporten gebundeld. De sportbonden zelf oordelen positief over alle aandacht.

Bij de 200 meter sprint voor vrouwen willen Dafne Schippers en Jamile Samuel medailles voor Nederland. Foto Martin Meissner/AP

Voor sporters is een Europees kampioenschap een Europees kampioenschap, maar als zeven bonden hun EK’s bundelen, met de primeur voor de gaststeden Glasgow en Berlijn, levert dat significant meer media-aandacht op. In dat opzicht een geslaagd novum, is de unanieme vaststelling. Breed gedragen opvatting: een evenement met toekomst.

Op afstand, vanaf zijn vakantieadres, zag Maurits Hendriks, technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF, bevestigd dat Nederland fundamenteel tot de toonaangevende sportlanden behoort – „er is goed tot zeer goed gepresteerd”. Minpuntje vond hij dat de innovatie van het olympische programma, zoals de toevoeging van skateboarden of 3x3 basketbal, buiten de EK’s was gelaten.

Lees ook: Zeven EK’s, twee steden en ruim 4.500 sporters

Gemiste kans, vindt Hendriks, die verder meent dat er nog eens goed moet worden gekeken hoe de gebundelde EK’s een kwalificatiemoment voor de Olympische Spelen kunnen worden. Terwijl gelijktijdig de WK zeilen in Aarhus en de Wereldruiterspelen, komende maand in de Verenigde Staten, twee jaar voor de Spelen wel olympische proeven voor ‘Tokio’ zijn, had dat ook op de EK’s in Glasgow en Berlijn gekund, vindt de technisch directeur.

Ander aandachtspunt is wat hem betreft de wat slordige uitstraling als TeamNL. Niet alle Nederlandse delegaties presenteerden zich nadrukkelijk onder die naam, terwijl de betrokken bonden zich wel aan het nieuwe concept hebben gecommitteerd. Misschien dat NOC*NSF bij de komende EK’s in 2022 intensiever moet bijdragen aan een gezamenlijke ondersteuning van de diverse sporten, denkt Hendriks even hardop.

Stijgend Nederlands sportniveau

De vele Nederlandse successen in Glasgow en Berlijn ziet Hendriks als een bevestiging van het almaar stijgende Nederlandse sportniveau. Vanuit olympisch perspectief maakt hij zich desondanks zorgen over de turners – „die zullen met een plan moeten komen” – en zwemster Ranomi Kromowidjojo. Haar afzegging voor de 100 meter vrije slag bevalt Hendriks maar matig. Over sprintster Dafne Schippers is hij milder. Haar mindere periode lijkt niet van structurele aard.

Lees ook: Faam achtervolgt Schippers

Vanuit de sportbonden klinkt minder kritiek door. Die zijn grosso modo dik tevreden over de koppeling van EK’s. Zonder concessies te moeten doen, was er meer aandacht van de pers. Pure winst, is de redenatie. „Vooral schoonspringen en synchroonzwemmen, sporten met amper belangstelling van de media, kregen aandacht”, zegt André Cats, technisch directeur van de zwembond KNZB.

De verandering die Ad Roskam, technisch directeur van de Atletiekunie, in Berlijn merkte, was de lichte aanpassing van het atletiekschema aan de tv-uitzendingen. De indeling van de 400 meter individueel en 4x400 meter voor vrouwen op zaterdagavond vond hij nogal ongelukkig. Voor Nederland aanleiding de estafetteploeg terug te trekken. De macht van de tv was ook merkbaar bij het zwemmen, ervoer Cats. „Op het moment dat het atletiektoernooi in Berlijn begon, werd het zwemprogramma in Glasgow een half uur vervroegd.”

Thorwald Veneberg, algemeen directeur van de wielrenbond KNWU en in Glasgow interim-bondscoach, vindt dat de EK’s aan uitstraling winnen. „Het is voor herhaling vatbaar.” Roskam van de Atletiekunie ziet vooral winst voor de gemiddelde sportliefhebber. „Die krijgt in een korte periode veel sportsuccessen voorgeschoteld.”

Bij Studio Sport houdt hoofdredacteur Maarten Nooter eveneens een goed gevoel aan de EK’s over. Hoewel een zomer met het WK voetbal en de EK’s nieuwe stijl een zware wissel op het personeel trokken, spreekt hij van „een evenement met uitstraling”. Hij heeft een paar kanttekeningen bij zijn positieve evaluatie.

Later in de zomer

Een volgende editie zou Nooter, vanwege de vakantieperiode, graag wat later in de zomer geprogrammeerd zien. Verder viel er links en rechts wat aan te merken op de regievoering. Zo liep bij de tijdritten van de wielrenners de klok niet mee en begon de turnfinale op balk, met Sanne Wevers, een half uur te laat.

Gezien de vakantieperiode is Nooter tevreden over de kijkcijfers. Avonden met 400.000 tot 500.000 kijkers en een marktaandeel van tien tot twaalf procent beoordeelt hij als goed. Zijn conclusie na anderhalve week intensieve sport: „Geholpen door de Nederlandse successen, en omdat er veel live kon worden uitgezonden, een lekker evenement.”

Vanuit organisatorische hoek klinken louter positieve geluiden over de EK’s door. Een woordvoerder van de koepelorganisatie European Championships Management wil zelfs geen licht kritisch nootje kraken – „die komen bij de evaluatie wel op tafel”. Op de slotdag neemt hij louter de kwalificatie ‘perfect’ in de mond. Maar de woordvoerder baseert zijn oordeel dan ook vooral op de vele extra uren Europese zendtijd. Wat ook geldt voor Svein-Arne Hansen, de Noorse voorzitter van Europese atletiekbond European Athletics. „Een vol stadion met 60.000 toeschouwers, waar vind je dat nog?”, zegt hij vanuit Berlijn. „En vele uren sport op televisie. In één woord geweldig. Ja, natuurlijk gaan we hier mee door.”

Volgens de woordvoerder van European Championships Management komt er een zeker tweede editie. Vijf steden hebben meegedaan aan een observatieprogramma en de interesse voor 2022 is groot. Daaronder, op initiatief van sportmarketingbureau TIG Sports, ook een Nederlandse delegatie. Die bestond volgens directeur Niels Markensteijn uit leden van topsportorganisaties uit Rotterdam, Amsterdam en enkele provincies en leden van de Nederlandse Sportraad. Om zich te oriënteren op multi-evenementen, niet met de intentie van een Nederlandse kandidatuur voor de volgende EK’s, zegt Markensteijn.

    • Henk Stouwdam