Opinie

    • Jannetje Koelewijn

Twee huizen en dan is het opeens crisis

Ik fiets door Amsterdam-Noord om te kijken hoe het daar verandert door de nieuwe metrolijn naar de stad en zo kom ik langs het huis waar ik tussen mijn elfde en achttiende gewoond heb. Een voor die tijd moderne drive-inwoning in een rij tussen hoge flatgebouwen, dicht bij de ringweg A10. Sinds de verhuizing van mijn ouders naar Friesland, eind jaren tachtig, ben ik er niet meer geweest.

De ramen staan wijd open – het is een van de laatste zeer warme dagen – en ik hoor het geluid van een lepeltje in een kopje. De mensen zijn thuis, en in een opwelling bel ik aan. Iemand staat op en loopt naar beneden. De voordeur gaat open en alles wat ik verwacht – niet dit. De man in de deuropening, mager en op leeftijd, kijkt me aan en zegt: „Jou ken ik.” Hij graaft even in zijn geheugen en noemt mijn naam. Huh? „En ik”, zegt hij, „ben je oude geschiedenisleraar.”

Vijfenveertig jaar geleden. Christelijke scholengemeenschap voor vwo en havo in Amsterdam-Zuid. Mijn vader was de administratief directeur en de leraar geschiedenis – ik herken hem nu ook – wist dat „de oude Koelewijn” hier ergens in de buurt gewoond had. Maar precies hier? „Ja”, zeg ik. „Wij woonden precies in dit huis.”

Of ik wil binnenkomen. O, wow, mijn kamer, achter wat vroeger de garage was. Hier het stapelbed dat ik met mijn oudste zus deelde, daar het wandje waarachter mijn jongste zusje sliep. Alles natuurlijk veel kleiner dan ik het me herinner. Destijds waren we, een gezin met zes kinderen, van 58 vierkante meter in de Pettenstraat naar het dubbele aantal meters hier gegaan. We vonden het een paleis.

De geschiedenisleraar, hij was later aan de universiteit gaan werken, woont er met zijn vrouw en drie dochters. Zijn schoonvader van 90 heeft nog bij hen in gewoond, in mijn oude kamer. Vandaar dat de garage erbij is getrokken. Maar hij is nu overleden. „Hoe ben je hier eigenlijk terechtgekomen?”, vraag ik als we op de bank in de woonkamer zitten. „Je woonde toch in de stad?”

„Leliegracht”, zegt hij. „Maar ik kon het onderhoud niet meer betalen.” Je kunt nog zo’n mooie baan aan de universiteit hebben, rijk word je er niet van.

Hij had een ander huis gekocht, op de Nieuwendammerdijk, ook in Noord – heel mooi daar. Maar zijn oude huis was nog niet verkocht, en toen brak de financiële crisis uit. „Lang verhaal kort”, zegt hij met de lach van iemand die goed heeft leren relativeren. „De huizen zijn met verlies verkocht en toen kwam de makelaar hiermee.” Keurige buurt, meneer. En booming als de Noord/Zuidlijn opengaat.

Waar de makelaar gelijk in heeft gekregen. De huizenprijzen zijn hier ook al aan het verdubbelen. „Op de Leliegracht”, zegt mijn oude geschiedenisleraar, „woont nu een plastisch chirurg.”

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) schrijft deze weken de wisselcolumn met Floor Rusman
    • Jannetje Koelewijn