Recensie

Jonge, vrije generatie musici zet toon op Grachtenfestival

Zomerfestival

Honderdvijftig muziektalenten laten zich horen op het Grachtenfestival in Amsterdam, variërend van Bachs Goldbergvariaties op accordeon tot eigenzinnige cellovertolkingen van Ella van Poucke.

Centraal op Grachtenfestival Amsterdam 2018 celliste Ella van Poucke. Foto Jeroen C. van Zijp

Wat in de jaren tachtig begon als het Prinsengrachtconcert op een ponton voor het Pullitzer Hotel vormt een muzikale olievlek, die zich in de gedaante van het Grachtenfestival de afgelopen twee decennia over Amsterdam verspreidde. Op bijna honderd plekken presenteren zo’n honderdvijftig talenten en ruim zestig ensembles zich dezer dagen in het stenen oerwoud van de stad.

Wie lijdt aan muzikale Fear Of Missing Out kan tot waanzin gedreven worden, want het Grachtenfestival strekt zich uit over tientallen vierkante kilometers, van Forteiland Pampus tot de Zuid-As. Komen betekent kiezen.

Muziek en stad tonen hun vele gezichten. In een oase van stilte speelt Vincent van Amsterdam Bachs Goldbergvariaties op zijn accordeon in de Zuiderkerk. Nog geen honderd meter verder, op een ponton aan de Kloveniersburgwal, mengen bij het Coal Harbour Orchestra jazz en klassiek zich met de stadse klanken van rolkoffers en tuffende bootjes. In de Spinhuissteeg naast het Compagnietheater, het kloppende hart van het festival, luistert een groep Amerikaanse toeristen met ongeloof op de gezichten naar het verhaal dat Amsterdam eeuwen terug zijn naam leende aan New York.

Goldbergvariaties klinken orgelend

De stad lijkt zich weinig van het Coal Harbour Orchestra aan te trekken, in de jazzy bewerkingen van Rachmaninov en Debussy. En toch, wanneer plots het Celloconcert van Elgar weerklinkt, verstilt alles en lijken de straten even hun adem in te houden. Een ijle solo-trompet probeert de cello uit zijn eenzame klaagzang te verlossen: een blijk van schoonheid en vertroosting die het rumoer een moment tot verstomming dwingt.

Zomerfestivals vormen doorgaans een staalkaart van de idealen van nieuwe generaties musici. Dat is bij het Grachtenfestival niet anders. Het talent richt eigenhandig het huis van de traditie opnieuw in, en tegenwoordig met een opvallend gevoel voor vrijheid. Ruzieden de ouden over de vraag of Bachs Goldbergvariaties wel of niet op de piano mocht, de jongen vertolken het gewoon op accordeon, zoals Vincent van Amsterdam. De samenleving wil grenzen sluiten, waar de muzikale jeugd ze wenst open te breken. Genres mogen geen celblokken worden. Het talent omhelst het credo van jazzpianist en orkestleider Duke Ellington, in wiens ogen er slechts twee soorten muziek bestonden: goede en slechte.

In de Zuiderkerk laat accordeonist Van Amsterdam horen wat die nieuwe wind betekent voor Bachs Goldbergvariaties. Zijn instrument blaast adem en leven in de aria en variaties. De geplukte noten van de klavecimbel – waarvoor Bach dit oorspronkelijk schreef – krijgen nu een orgelende naklank. Het is een dialoog tussen het zingen in zijn rechterhand en het brommen in de linker, alsof een bloem zich verleidelijk opent en zoemende bijen naar haar zoetigheden lokt. Het heeft wel iets, het legt andere innerlijke verbanden in een beroemd meesterwerk.

Celliste Van Poucke: vitaal

Een dag daarna herinnert de spreuk op het orgelfront van de kerkzaal in het museum De Hermitage aan de godvruchtige Bach en diens Goldbergvariaties: „Alles wat adem heeft, love den Heere.” Op het podium daaronder speelt artist in residence van het Grachtenfestival, celliste Ella van Poucke, haar eerste van vijf concerten. Een klassiek begin met de Derde Cellosonate van Beethoven en Mendelssohns Eerste Pianotrio. Uitbarstingen van levenskracht zijn het, met donkere ondertonen bij Beethoven, helaas regelmatig overstemd door het gespierde pianospel van haar broer, pianist Nicolas van Poucke. Maar de fascinerende eigenheid van een nieuwe generatie musici blijft ook hier onmiskenbaar.

    • Joost Galema