Geprezen en verguisd schrijver over Britse koloniën

V.S. Naipaul, 1932-2018 De op Trinidad geboren Britse schrijver en Nobelprijs-winnaar stond met een been in India en het andere been in de wereld van Shakespeare.

Weinig auteurs riepen zoveel uiteenlopende reacties op als V.S. Naipaul. Vaak werd hij getypeerd als een van de meest briljante auteurs van zijn tijd en geprezen om zijn nietsontziendheid in zowel zijn fictie als non-fictie. Foto Chris Ison/AP

Hoe vreselijk zou het zijn om te hebben geleefd ‘zonder ook maar te proberen zijn eigen stukje aarde voor zich op te eisen; geleefd te hebben en dan te sterven zoals hij was geboren, overbodig en onbehuisd’. Met deze woorden (in vertaling van Guido Golüke) begint de autobiografische roman Een huis voor meneer Biswas (1961) van de dit weekend in Londen overleden schrijver V.S. Naipaul. Het was zijn vierde roman, eentje waarmee hij het grotere publiek bereikte en eindelijk de literaire erkenning kreeg waarnaar hij zo had gehunkerd.

Lees ook: Britse auteur en Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul (85) overleden

Doodgegaan zoals hij werd geboren, is de in 1932 op Trinidad geboren auteur zeker niet. Weinig auteurs riepen zoveel uiteenlopende reacties op. Vaak werd hij getypeerd als een van de briljantste auteurs van zijn tijd en geprezen om zijn nietsontziendheid in zowel zijn fictie als non-fictie. Tegelijkertijd zijn er weinig auteurs die zoveel weerstand opriepen; velen zagen in de schrijver die in 2001 de Nobelprijswinnaar voor Literatuur kreeg, een racist, vanwege zijn boeken over het gebrek aan beschaving in de oud-kolonies.

Gespletenheid

De gespletenheid is terug te voeren op zowel het leven als het werk van Naipaul. Geboren als tweede kind in een gezin van zeven kinderen ontvluchtte hij Trinidad in 1950 om in Oxford Engels te gaan studeren. Opgegroeid met enerzijds Shakespeare en anderzijds de Indiase cultuur leefde hij in twee werelden. Ze zouden bepalend zijn voor al zijn werk, schreef hij jaren later, terugblikkend op zijn werk: „Wat ik niet wist, zelfs niet nadat ik mijn eerste fictie had geschreven, was dat die twee sferen van duisternis mijn onderwerp waren geworden.”

Om schrijver te worden, moest hij dus vertrekken. Eenmaal in Oxford aangekomen, breekt een tijd van enorme eenzaamheid aan – hij doet zelfs een poging tot suïcide – die nooit helemaal meer zou verdwijnen. Hij gaat een tijd werken bij de BBC (de Caribische dienst). Met een been nog staand in het land van geboorte, maar niet van herkomst, verlangt hij geen moment naar zijn ouderlijk huis. Het was er gewoon te vol, het ontbrak er aan ruimte, privacy en waardigheid, verklaarde hij vaak wanneer hij uitlegde dat zijn jeugd verschrikkelijk was geweest.

Drukte was hem een gruwel. „Bombay is een mensenmassa,” schrijft hij in Terug naar India, en dat was niet als compliment bedoeld. Het is altijd de eenzaamheid geweest die hij nodig had om te schrijven, vertelde hij in een mooi tv-interview met Michaël Zeeman uit 1998.

Geboren als kleinkind van een contractarbeider uit India die naar Trinidad was gegaan, had hij als kind al ervaren hoe het was om op te groeien zonder dat je beschermd werd. Je hebt niet de bescherming van je eigen cultuur, je eigen politiek, je eigen wortels, legde hij uit. En het was dan ook die bescherming die hij zocht in zijn werk waarin hij op zoek gaat naar de wortels van zichzelf en de beschaving.

Naipaul schildert in zijn werk een somber beeld van de Derde Wereld die zich probeert te ontworstelen aan het verleden, schreef Anil Ramdas in 2001. Lees ook zijn persoonlijke liefdesverklaring aan een hatelijke schrijver.

Kolonialisme en neokolonialisme

Wat hij vindt wanneer hij landen als India, Oeganda of Iran bezoekt, is niet wat je verwacht van iemand die aangeeft zo duidelijk opgevoed te zijn met de gevolgen van kolonialisme en neokolonialisme. Somber zijn de portretten die hij van de landen geeft. In bijna allemaal staat het falen van het kolonialisme centraal en het gebrek aan beschaving in de oud-kolonies. India is smerig, de landen op het Afrikaanse continent laten zich leiden door botjesgooiers en andere wichelroedelopers en Naipaul heeft het over “filosofische hysterie” van moslims.

De hardheid in zijn benadering leverde hem in 1971 de Man Booker Prize op voor de roman Een staat van vrijheid, waarin niet geheel toevallig het witte hoofdpersonage Bobby aan het eind van de roman in een gekrompen kaki-broek staat „krap in het kruis en hoog boven de smalle enkels”. Typerender voor zijn houding is nog wel Een bocht in de rivier, dat zich in een niet nader genoemd land afspeelt en Naipaul de naam gaf de nieuwe Joseph Conrad te zijn. Chinua Achebe noemde hem „een nieuwe leverancier van de oude, bezwerende mythes van het witte westen”.

Een racist, een narcist, een multiculturele brombeer – het zijn typeringen die hem vaak ten deel vielen, maar anderzijds werd hij ook - en terecht - gezien als scherp observator van ondergaande beschavingen, zonder de moraalridder uit te hangen. En nietsontziend bleek hij ook over zichzelf, toen hij een eerlijke biografie door Patrick French autoriseerde. De Britse literaire wereld verkrampte toen hun Sir Naipaul niet alleen briljant, maar ook wreed bleek te zijn; het boek beschreef hoe hij zijn vrouw en minnares geestelijk en lichamelijk had mishandeld.

Een bocht in de rivier opent met de vaak, als het om Naipauls oeuvre gaat, aangehaalde zin: „De wereld is wat zij is; voor hen die niets zijn, die niets van zichzelf weten te maken, is er geen plaats.” (vertaling Mea Flothuis) Ze zetten kort de gevreesde arrogantie van Naipaul neer, die altijd de controverse opzocht. Deed hij dat niet in zijn werk dan was het wel in interviews waarin hij bijvoorbeeld verklaarde aan de hand van twee alinea’s al te kunnen zien of een boek door een vrouw was geschreven. Het werk van vrouwelijke collega’s ademde sentimentaliteit en een beperkte blik.

Sentimentaliteit was iets waar je Naipaul niet van kan beschuldigen, hoogstens van melancholie. Fictie had hem naar eigen zeggen bevrijd van zijn jeugd tussen twee culturen, non-fictie leerde hem de wijdere wereld in kaart brengen.

Lees ook dit interview met NRC terug uit 1997: ‘Je kunt geen trein naar het verleden nemen’.
    • Toef Jaeger