Waar op het strand van Scheveningen kun je wél goed eten?

Scheveningen Wie in een Scheveningse strandtent op de kaart kijkt, kan niet om sliptongetjes en carpaccio heen. Wie een beetje lekker wil eten, moet bij The Fat Mermaid zijn.

Foto David van Dam

Een dagje Scheveningen is niet zonder risico. Ieder lekkerbekje gaat met een waarschuwing over de toonbank. „Eet smakelijk, maar kijk goed uit!” De verkoopster van Simonis op de Boulevard zegt dat niet omdat ze heet uit de frituur komen of pittig gekruid zijn. Ze doelt op de andere badgasten, die gevleugelde witte, die toch altijd weer akelig groot blijken als ze zo dichtbij komen. Eén bijzonder agressief exemplaar jaagt, al waggelend, een pubermeisje linea recta terug de aanpalende ijszaak in, terwijl zijn handlangers vanuit de lucht azen op haringen met of zonder ui.

Scheveningen viert dit jaar zijn tweehonderdste verjaardag als badplaats: reder Jacob Pronk stichtte in 1818 het eerste badhuis aan het strand van Scheveningen, op de plek waar ruim een halve eeuw later het beroemde Kurhaus werd gebouwd. Den Haag organiseert onder de naam ‘Feest aan Zee’ het hele jaar door evenementen. Eerder dit jaar eindigde de Volvo Ocean Race voor de kust, in september treedt Golden Earring op en in november wordt het strand van Scheveningen omgevormd tot motorcrossbaan. Expo’s, workshops, vliegerfestivals en muziekoptredens, het hele jaar lang is er wat te doen aan het strand. Wat wij willen weten is: kun je er ook een beetje fatsoenlijk eten?

Elkaar nadoen

Het Noorderstrand, tussen de haven en de pier, is het uitgaansgebied (ten zuiden van de haven ligt een veel rustiger stuk, het Zuiderstrand). Het drukste stukje Noorderstand zit direct achter het Kurhaus, dat van de meeste kanten is ingebouwd. Hier lijken de strandtenten er een sport van te maken elkaar zo veel mogelijk na te doen: dezelfde gretige werknemers die je naar binnen lokken, dezelfde pusherige lounge-house die je naar buiten jaagt. Vooral de menukaarten zijn zoek-de-verschillen voor gevorderden: overal sliptongetjes, spareribs, falafel-burger, carpaccio met pijnboompitjes en truffelmayo. Ze lezen als een mantra. Het onderscheidend karakter zit ’m vooral in de quotes op de uithangborden: „Heb je er ook zo’n gin in?” of „Gratis ligbed bij een fles Moët”.

Direct tegenover het reuzenrad en de Pier van Scheveningen zit Simonis op de Boulevard, vanaf de haven gezien de verste buitenpost van vishandel- en restaurant-imperium Simonis. Deze veredelde viskraam staat al jaren in de top drie van de (omstreden) AD-haringtest, maar de core business hier is gefrituurde vis. Je hoeft er niet voor om: niet voor de mierzoete frietsaus die door moet gaan voor remoulade, en niet voor het net niet droge lekkerbekje dat druipt van het vet (de maggi-aromat blijft er in ieder geval goed aan plakken).

Foto David van Dam

Bij de haven is het rustiger en de strandtentdichtheid een stuk lager. In het oog springt het houten speelkasteel voor volwassenen dat dienst doet als surfschool en strandtent Hart Beach, waar ze een stevig gevulde, goed vullende, lekker boterige vissoep (die ze geen bouillabaisse moeten noemen) en vooral een bovengemiddelde kop koffie serveren. Op de wandeling terug naar het noorden nemen de carpaccio’s weer exponentieel toe.

Eén pareltje

Tussen de haven en de Pier ligt één pareltje: The Fat Mermaid, een muzikale oase met zoete soulmuziek (op bescheiden volume-niveau) en ongehaaste, ontwapenende bediening. De gerechten op de kaart klinken smakelijk, eigentijds en vooral, anders dan bij de buren: taco’s en ceviche bijvoorbeeld. Even los van de kartonnen tortilla’s, het gestoofde rundvlees is zacht, rijk en zoet, de zoetzure, roze kool snijdt daar mooi doorheen, net als de klodder smeltende crème fraîche, die voluptueuze, witte druppels trekt door de sappige donkere vulling. De ceviche (van zeebaars) is klassiek: vis, limoensap met een zweem knoflook en rode peper en koriander, aangekleed met verse tomatensalsa. Simpel, doeltreffend, verkoelend. Erbij drinken we een frisse, fluffige ananas-shake met munt.

Foto David van Dam

Het strand tussen de haven en de Pier is voor toeristen. De Scheveninger locals zitten voorbij de Pier, aan het Zwarte Pad. Al snel wordt duidelijk dat ook dit deel van het strand stevig in de greep van de truffelmayo-maffia zit; die eeuwige carpaccio blijft ons achtervolgen. Maar de menukaarten zijn hier wel vaker gelardeerd met wat serieuzere gerechten. Bij Barbarossa kun je ook niet-gefrituurde vis krijgen: sappige harder met groene curry, gestoomd in bananenblad, met een serieus-pittige ananassalsa. Daar gaat een fatsoenlijke chardonnay bij. Bij Indigo aan het eind van het pad worden we zachtjes gekieteld met een heerlijk malse octopustentakel met zwoele, rokerige tomatensaus en amandeltjes, en vervolgens keihard in de ballen getrapt met smerig zoute, individuele natte kleddertjes fabrieks-gnocchi. Het kannetje sangria is wel een uitkomst in de volle zon: permanente verkoeling en toch heel geleidelijk aan dronken worden.

De flauwe humor is aan deze kant net zo hardnekkig als de carpaccio: bij Culpepper, dat bekend staat om de echte houtovenpizza’s, loopt het bedienend personeel in rode shirtjes met achterop „in pizza we crust”. Er had best wat meer crust aan de pizza mogen zitten, de onderkant is wel heel wit. Toch is het geen slechte pizza: de tomatensaus is smaakvol en de mozzarella spaarzaam gebruikt. Die halve zak rucola en voorgesneden ‘parmezaan-flakes’ zijn echt nergens voor nodig.

Foto David van Dam

Opgetogen schuiven we vervolgens aan bij Oase. Hier staat ree-kotelet op de kaart. Door de eigenaar zelf geschoten in Duitsland – het schedeltje hangt netjes aan een houten schildje achterin de zaak. Het vlees is zacht en mals, maar aangerand met het zoutvat. Eeuwig zonde. Maar nog net niet zo zonde als de garnituren: ‘gegrilde groente’-spiezen met ‘Provençaalse kruiden’ en een bakje cup-a-soup aangemaakt met te weinig water – champignon-roomsaus met een verkleurd vel erop. De cabernet sauvignon maakt het niet makkelijker om het weg te krijgen – ik zou daar eens een sausje van proberen te maken.

Precies à point

Rozig van de zon en de sangria en mentaal geknakt door te veel gastronomische teleurstellingen, struinen we terug naar die dikke zeemeermin. Zij weet precies wat we nodig hebben: een tarbotje, catch of the day van de lokale visboer. Gewoon gebakken. Precies à point: sappig, maar net ver genoeg om soepel van de graat te komen. Met een gefrituurd kappertje voor een kleine zoute bite, en échte remouladesaus. Niets meer, niets minder.

Foto David van Dam

Bij The Fat Mermaid is het drukker geworden, er draait ondertussen een dj (het blijft een strandtent) en het terras zit vol. Toch vinden we nog een mooi plekje met uitzicht over strand en zee om rustig een caipirinha te slurpen. De relatieve rust wordt kortstondig verstoord door twee gillende meiden die paniekerig proberen weg te rennen van een zwerm meeuwen. Volledig omsingeld draait de achterste in wanhoop haar bakje kibbeling om op het strand.

De meeuwen hebben gewonnen, de rust keert weder. Het strand van Scheveningen is uiteindelijk toch het best besteed aan weinig culinair-kieskeurige badgasten. Met of zonder vleugels.

    • Joël Broekaert
    • Jorane Cuppen