Opinie

    • Ted van Lieshout

Voer een leesplicht in!

Beeld en geluid vervangen tekst, schrijft . Dat leidt tot kinderen én volwassenen die onvoldoende kunnen lezen. Doe daar wat aan!
Illustratie Max Kisman

We zijn een eind op weg naar een tekstloze maatschappij. Wie zegt dat hij de krant leest, bedoelt – in vergelijking met vijftig jaar geleden – dat hij de plaatjes in de krant bekijkt, want in alle kranten is ongeveer driekwart van wat eens tekst was vervangen door beeldmateriaal en witruimte. En dat moet ook wel, want lezen, en dan met name langere teksten, kunnen (of willen) maar weinigen. Over een jaar of vijf praat de computer terug en kun je gewoon vrágen of de computer aan je voorleest wat er staat.

Maar als de stroom uitvalt sta je er ineens alleen voor. Zoek je antwoord op een vraag, dan kun je nog naar de bibliotheek om het daar op te zoeken in een boek, maar daar bereidt men zich zo zoetjes aan ook al voor op een wereld zonder geschreven, gedrukte tekst. Het boek van de professor die in 1783 een verhandeling schreef over inpolderen is allang uit de collectie verwijderd ten behoeve van acht exemplaren van een boek waarin beschreven staat hoe je drie kilo kunt afvallen zonder ooit één lepel yoghurt te hoeven eten.

Wie niet goed kan lezen en schrijven, kan zonder hulp van anderen niet zelfstandig door het leven. Teksten vervangen door geluidsberichten en visuele boodschappen kan helpen, maar is voornamelijk geschikt voor situaties waarin iedereen ongeveer dezelfde informatie nodig heeft: ‘Mind your step!’ bij de loopband op het vliegveld, het rode stoplicht bij een oversteekplaats, een vakje inkleuren op het stembiljet, de NPO die televisieprogramma’s voor volwassenen gaat nasynchroniseren.

Onderwijs onder de maat

Vijftien procent van de volwassenen heeft moeite met lezen. Er zijn daarom nu al ouders die hun kinderen niet voorlezen, omdat ze zelf onvoldoende leeservaring hebben. Hun kinderen zijn vrijwel geheel van school afhankelijk om de kunst van het lezen en schrijven machtig te worden, en dat lukt steeds minder goed, omdat lezen vrijblijvend is geworden. Zelfs op tal van pabo’s is het lezen van bijvoorbeeld jeugdliteratuur afgeschaft. Het hóéft niet meer. We weten allang dat steeds meer jeugdigen de school nagenoeg analfabeet verlaten: nu is dat ongeveer een op de tien kinderen. En het onderwijs verbetert niet, maar verslechtert juist door een tekort aan leraren en een gebrek aan belangstelling vanuit de politiek om het onderwijs op peil te brengen.

Lees ook deze column van Louise O. Fresco: „Lezen is een unieke manier om ons niet in het middelpunt van de wereld te wanen.”

Het is echter van het grootste belang dat kinderen niet van school gaan zonder voldoende lees- en schrijfvaardigheid, zodat ze goed voorbereid zijn op zelfstandigheid en verdere studie- en beroepsmogelijkheden. Er moet een wet komen die bepaalt dat wie zo ver niet is, op school blijft of gedwongen wordt scholing te blijven volgen. Punt uit. En wie dat niet kan binnen de reguliere mogelijkheden, moet extra hulp krijgen. Investeer daar maar in, desnoods met defensiegeld, want een nieuwe straaljager die je na tien jaar moet vervangen omdat-ie ongebruikt en afgeschreven is, zet geen zoden aan de dijk. Voer de leesplicht in!

Je kunt een kind in het water gooien, maar als je het niet leert zwemmen blijft het bij één keer

Maar hoe begin je aan zo’n systeem waarbij van iedereen – naar redelijkheid – verwacht wordt dat hij of zij kan lezen en schrijven als hij van de basisschool komt? Het is een weinig opzienbarend geheim: voorlezen. Voorlezen. Voorlezen!

Voorlezen thuis en voorlezen op school. Voorlezen is intiemer dan seks, omdat het iets is dat je voor elkaar doet zonder iets terug te verwachten. Je geeft elkaar exclusieve aandacht (quality time), en dat is fijn. Houd dus nóóit op met voorlezen, ook niet als je kind zelf kan lezen of als je partner morgen vroeg op moet en geen zin heeft in seks en een verhaal. En vergeet niet kinderen de ruimte te geven om aan jóú voor te lezen! Dat kunnen ze al in groep 3!

Lees dit interview met Ted van Lieshout uit 2009: „Ik denk dat iedereen mij zo onderhand een freak vindt. De lezers zien mijn olijke gezichtje er niet bij. Die horen niet hoe laconiek ik het allemaal zeg.”

Laat kinderen zodra het mogelijk is een leesdagboek bijhouden. In dat schrift, dat de hele school meegaat, houden kinderen (volwassenen evengoed) bij wat ze gelezen hebben. Door een nieuw boek in de bestaande context van een vorig boek te plaatsen, wordt het veel eenvoudiger om iets te vertellen over een leeservaring: ik vond dit boek beter/slechter dan het vorige, omdat…

Lezen als routine

Ruim elke dag voor alle kinderen tijd in om zelf te lezen. Breng het als een beloning en niet als een straf. Het gaat erom lezen tot een dagelijkse routine te maken. Nu zijn we steeds vaker geneigd om te zeggen: heb jij geen zin in lezen? Nou, dan hoeft het niet. Maar zonder oefening vindt niemand iets leuk! Je kunt een kind in het water gooien, maar als je het niet leert zwemmen blijft het bij één keer. Kinderen gaan iets leuk vinden omdat ze het kúnnen, en dat vergt nu eenmaal oefening en een zekere discipline.

Illustratie Max Kisman

Bij lezen gaat het net zo. Je leert goed lezen door het regelmatig te doen, niet door te doen alsof je een kind aan het mishandelen bent als het moet lezen.

Na verloop van tijd gaan veel kinderen lezen en schrijven saai vinden in vergelijking met wat er allemaal leuker en spannender uitziet, zoals de computer en de smartphone. Dat komt onder meer doordat lezen en schrijven het imago van sleur opgedrongen is in plaats van: een ritueel. Kinderen lezen graag wat ze al machtig zijn, maar van te veel herhaling ga je je vervelen. Je moet zorgen voor boeken op een naar boven getrapt niveau, zodat lezen uitdagend blijft. Dat doe je onder meer door boeken te kiezen waar je als volwassene zélf plezier aan beleeft als je ze voorleest. Inderdaad, dan moet je je in boeken voor de jeugd verdiepen, en dat is helemaal geen straf. Een goede tip is: een boek voorlezen dat een kind in principe zelf kan lezen, stoppen als het spannend wordt en zeggen dat je morgen doorgaat. Menig kind zal het boek zelf oppakken om het uit te lezen.

Alsof het drugs zijn

De media moeten boeken weer belangrijk gaan vinden. Niet alleen literatuur voor volwassenen, maar ook literatuur voor lezers die nog volwassen moeten worden. Denken dat het lezen van goede boeken je wel komt aanwaaien als je eenmaal volwassen bent, is kortzichtig. Ben je een lezer eenmaal kwijt omdat je hem hebt veronachtzaamd of genegeerd, dan win je hem niet meer terug. Zo lang recensenten en anderen die boeken onder de aandacht willen brengen, met hun rug naar kinderen blijven staan, verliezen ze uiteindelijk hun eigen bestaansrecht.

Op nrc.nl wekelijks een kinderboekrecensie: in de rubriek Kinderboeken

We moeten boeken weer zichtbaar maken in de leefomgeving van kinderen, in plaats van ze bij hen weg te houden alsof het drugs zijn. In televisieprogramma’s en op internet zijn boeken uit de huizen waar mensen leven verbannen. We moeten ze terughalen. Niet vrijblijvend maar omdat het moet. Gezond leven is gezond lezen. Mensen die goed kunnen lezen en schrijven zie je in het theater en bij culturele manifestaties. Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven zijn oververtegenwoordigd in de wachtkamer van het ziekenhuis.

    • Ted van Lieshout