Hazes en hardcore bij het Skûtsjesilen

Sneekweek Mooi weer én twee van de grootste watersportevenementen van het jaar: topdrukte op de Friese meren. Maar verwacht geen jongeren in zeilbootjes meer. „De mensen willen nu luxe.”

Topdrukte over de Friese meren, met zicht op het Skûtsjesilen. Foto Siese Veenstra/ANP

Ast oerjaan moatst doch it dan net op it húske mar oerboard.” Als je wilt overgeven, doe het dan niet in het toilet maar overboord.

De blonde jongen moet glimlachen om de opmerking van Jellie Hoekstra (45). „Ja hear”, roept hij. De jongen stapt het havenkantoor binnen om het liggeld voor die dag te betalen: 1,25 euro per meter vaartuig plus een euro toeristenbelasting per persoon.

Het is woensdagavond kwart over zeven en de passantenhaven van Langweer is al vijf uur vol. Ondanks een bord bij de ingang dat toch niet aan duidelijkheid te wensen overlaat, zijn er nog steeds boten die binnenvaren op zoek naar een plek om te overnachten. Zwaaiend met zijn armen loopt havenmeester Age Hoekstra (49) telkens weer de steiger op. „Sorry, geen plek meer”, roept hij naar een gezin op een gigantisch motorjacht, een Brabantkruiser met de naam White Princess. „Misschien kunnen jullie het nog in de oude haven proberen?”

Lees ook: Een allround stuurvrouw die haar hele leven opdraagt aan het zeilen

Topdrukte op de meren

Tel het mooie weer van de afgelopen weken op bij twee van de grootste watersportevenementen van het jaar en je krijgt topdrukte op de Friese meren.

De Sneekweek, met zeilwedstrijden en feesten op en om het Sneekermeer, goed voor zeker 200.000 bezoekers, loopt op zijn eind. Het Skûtsjesilen, de Friese equivalent van de Tour de France waarbij traditionele platbodems veertien dagen lang tegen elkaar strijden, is deze week begonnen.

Het Skûtsjesilen is een rondreizend circus dat steeds in een ander dorp neerstrijkt. Donderdag wordt er gezeild op de Langweerder Wielen: de reden dat er een grote witte feesttent in het dorp staat en alle 209 ligplaatsen in de passantenhaven deze woensdag al zo vroeg zijn vergeven. Vijf- tot zevenhonderd man zijn er, schat Age Hoekstra. „De jeugd” ligt voornamelijk in de oude haven. Naast een handjevol studenten in gehuurde polyestervalken vind je er op een avond als deze ook een paar „feestboten” met jongeren uit Lemmer. Grote muziekinstallaties – Hazes wordt afgewisseld met hardcore – en minstens drie koelboxen aan boord.

Voorbereidingen op een boot bij Langmeer. Foto Siese Veenstra/ANP

In de nieuwe haven, aan de andere kant van de heg, is het aanzienlijk rustiger. Hier liggen de zeil- en motorjachten van oudere stellen en gezinnen met jonge kinderen, kleine hondjes en opblaasbeesten op het dek.

Het is etenstijd. Campingstoelen uitgeklapt in het dorre gras. Aan een picknicktafel serveert een vrouw met stekeltjeshaar macaroni op witte wegwerpborden. Op het achterdek van een kotter drukt een man in een vaalrode capuchontrui zijn telefoon tegen zijn oor in een poging iets van het Skûtsje Journaal te verstaan.

Age en Jellie Hoekstra drinken koffie op de steiger voor het havenkantoortje. Age: „Je had ons een paar uur geleden moeten zien. We kwamen handen en voeten en alles te kort.” Jellie: „Het was een gekkenhuis.” Het Friese echtpaar is al 25 jaar een geoliede machine. Sinds vijf jaar runnen ze samen de haven van Langweer, bijgestaan door dochters Rixt (14) en Jente (16). Dochter Marrit (18) komt later, na haar dienst achter de kassa bij de supermarkt in de dorpsstraat.

Als havenmeester ben je gastheer of gastvrouw, vraagbaak, handhaver en klusjesman tegelijk, leert een avond rondhangen bij het havenkantoortje. Iemands vrouw heeft kiespijn, een ander zit zonder stroom, iemand wil zijn boot wassen, geld wisselen voor de douche. Iemands zoontje heeft „een ongelukje” gehad en zij staat nu een beetje radeloos met een bundel beddengoed in haar handen.

De jeugd maakt te veel lawaai. De waterdruk is laag. Het gras moet gemaaid. Het sanitair moet schoongemaakt, vijf keer per dag. En om de haverklap gaat de telefoon. „Is er nog plek? Echt niet? Kan ik misschien reserveren?”

Havenmeester Age Hoekstra maakt een ronde door de passantenhaven in Langweer. “Je had ons een paar uur geleden moeten zien. We kwamen handen en voeten en alles te kort.”. Foto’s Siese Veenstra/ANP, Laurens Aaij

Behoefte aan comfort

Je zou het niet zeggen hier in de haven van Langweer, maar de aanwas van toeristen is niet zo vanzelfsprekend. In 2014-2015 was Friesland volgens het CBS de enige provincie in Nederland waar de bezoekersaantallen niet groeiden. De vergrijzing van de Nederlandse bevolking betekent ook een vergrijzing van de watersporter. Het aantal 65-plussers met tijd en geld om vaker en langer op vakantie te gaan neemt toe, en deze groep heeft behoefte aan comfort.

Druk is het nog steeds, maar de tendens is aan het veranderen, zegt Petra Miedema van Sneek Promotion, het stadsmarketingbureau. „Vroeger lagen tijdens de Sneekweek de kades vol met open zeilbootjes met jeugd erop, soms wel tien rijen dik. Dat zien we niet meer. Wel dagjespubliek. Mensen willen meer luxe: ze slapen aan wal en gaan overdag met een sloepje eropuit.”

De gemeente De Fryske Marren presenteerde dit jaar een recreatievisie met plannen om de ontwikkeling van het toerisme te bevorderen. Langweer kreeg het predicaat luxe: dorpsstraat de Buorren met haar karakteristieke leilindes geeft Langweer volgens de gemeente ‘het Vlieland-gevoel’. Doordat het meer verdiept wordt, liggen er kansen om grotere, luxere boten aan te trekken. „Daarnaast is hier bij uitstek ruimte voor een grote wellnesslocatie. Uitzicht over het meer en heerlijk ontspannen.”

Natuurlijk kunnen er luxere boten in zijn haven, zegt Age Hoekstra. Daar is plek voor. „Maar het mag niet zo worden dat de kleinere bootjes niet meer welkom zijn.” Dat is juist het mooie van hun werk, zeggen Age en Jellie, ze willen iedereen iets kunnen bieden. „We proberen heel mensgericht te zijn.”

De telefoon gaat. Alweer. Age neemt op. „Tsja, wat kan ik zeggen… Er is altijd een kansje.”

(…)

„Een heel klein kansje.”

(…)

„Nee, ik kan helaas niets garanderen.”

    • Anne-Martijn van der Kaaden