Opinie

    • Christiaan Weijts

Hunebed Highway

Dit wordt een roadcolumn, geschreven langs één weg: de N34 van Coevorden naar Zuidlaren. Een nogal eentonige provinciale autoweg, die alleen af en toe in het nieuws is omdat het een van ’s lands dodelijkste asfaltstroken is. Best begrijpelijk, want het zijn maar twee banen, onverlicht, waar een streep groene verf de tegenliggers scheidt.

Dus staan er elke vijf kilometer reusachtige campagneborden: niet omkeren, niet inhalen, ogen op de weg houden… Sinds precies één maand staan er ook kleinere bordjes in de berm, met de iconische contouren van de Amerikaanse Route 66-borden: ‘Hunebed Highway’.

„Ja, dat is weer wat nieuws,” zegt het kassameisje van het Gulf-tankstation bij Emmen. Vrij naar Cortázars roman De Autonauten van de kosmosnelweg was ik van plan bij elk tankstation te stoppen, maar er zijn er maar twee: deze en een onbemande aan de overkant. En die gaan verdwijnen, omdat de provincie de weg hier wil verdubbelen. In beide richtingen kun je straks pas na 50 kilometer tanken.

Misschien is dat wat ze met die Route 66-imitatie willen: het gevoel van eindeloze leegte oproepen.

En het toerisme stimuleren. Friesland is het ‘Amsterdam Lake District’, Drenthe heeft de Hunebed Highway. Gek, hoe één zo’n bordje je blik kantelt. Je wordt wat lacherig, maar krijgt ook Johnny Cash in je kop. Vooral met deze droogte wérkt het. De verdorde struikjes in de brede strobermen, de goudgele akkers, afgewisseld met plukjes naaldbos… Verfrissend is ook dat langs het gehele traject geen enkel hunebed te zien is, evenmin als ook maar het geringste wegwijzertje dat de brave vakantieganger bij zo’n hoopje oerkeien in de buurt kan brengen.

Op goed geluk waag ik me off track. In Eesergroen passeer ik een boerderij. ‘Rising Sun Range’ staat er op een plak boomstam boven de oprit, geflankeerd door een U.S. Mailbox en karrewielen tegen hek van palen. Daar snap ik het. De veeboer verhoudt zich tot de cowboy als de provinciale weg tot de Route 66. De Hunebed Highway geeft heroïek aan de kneuterigheid.

Terug, on the road again, bedenk ik dat je als toerist in Drenthe juist op zoek bent naar kniepertjes bakken op knusse boerderijcampings, naar de traagheid in dorpjes met lage rietdaken. Naar nuchtere woorden in onverstaanbaar dialect, in plaats van marketing in overstemmend Engels.

„Ja, dat is weer wat nieuws,” zegt de jongen van Snackkiosk Rotonde bij Gieten. „De een vindt het geldverspilling. De ander vindt het prachtig.” Vlak voor Zuidlaren, rond kilometer 100, is een bordje van de twee palen af gestolen. Als souvenir. Of misschien wel uit protest.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.
    • Christiaan Weijts