Het was heerlijk om weer een smartphone vast te houden

Smartphone-stop Op 1 mei leverden acht mensen vrijwillig hun smartphone in voor een toestel waarmee ze alleen kunnen bellen en sms-en. De vakantie was voor de meesten zwaar. Er zijn nu nog zes deelnemers over.

Illustratie Roland Blokhuizen

Na hun vakantie vragen twee van de zes overgebleven deelnemers aan het smartphoneproject zich ernstig af hoe lang ze het nog volhouden. Want hoe leuk is vakantie, of zelfs het leven, zonder smartphone? En: is leven zonder in deze tijd eigenlijk wel mogelijk? Bijna alle deelnemers ondervonden dat het onmogelijk is om géén gebruik te maken van de smartphone van hun reisgenoot.

„Ik moest denken aan de vaccinatieschil”, zegt Gemma Venhuizen (31) die deze zomer in Siberië was. „Omdat iedereen om me heen een smartphone heeft, kan ik gemakkelijker zonder. ”

Lees ook het blog waarin deelnemers eens in de maand hun ervaringen delen: Een half jaar zonder smartphone: maand vier

Koen Caris (29) ervoer hetzelfde: „Onze generatie is gewend om op vakantie te gaan zonder alles tot in de puntjes te plannen.” Zoals wél het adres van de B&B noteren, maar vergeten op te schrijven waar de sleutel verstopt ligt. In het appartement bleek geen wachtwoord voor de wifi te vinden, terwijl de eigenaar alleen via internet te bereiken was. „Nu logden we dan gewoon even in op de 4G van mijn vriend.” Ook vervingen Caris en zijn vriend een klapband in IJsland, in the middle of nowhere, een paar uur voordat ze de auto moesten inleveren: „Toen konden we wel een tutorial op internet opzoeken.”

Schaap op drijfzand

Tijdens een tripje in België redde Venhuizen zelfs een schaap van de verdrinkingsdood, dankzij de smartphone van haar vader. „We waren aan het wandelen op de Kalmthoutse Heide en opeens zagen we een schaap dat bijna kopje onder ging : alleen de kop stak nog boven het water uit. Het bleek drijfzandgebied te zijn, zelf zakten we ook te diep weg. Gelukkig kon ik op internet het nummer van de boswachter opzoeken. ” Maar wat het ergste was: „Het was zó heerlijk om weer een smartphone in mijn handen te hebben.”

Emina Cerimovic (30) is de enige deelnemer die niet op vakantie gaat deze zomer. „Ik ben bezig met het afronden van een rapport. Ik ben wel vaak op het terras te vinden. Het is erg fijn om niet van elk wijntje of elke hamburger een foto te maken. Wat ik nog fijner vind is dat ik niet geconfronteerd word met vrienden die aan een Spaanse Costa liggen, terwijl ik in Utrecht vastzit.” Toen ze vorig jaar de Balkan bezocht was ze continue aan het scrollen door andermans verhalen en foto’s: „Nu heb ik helemaal geen last meer van FOMO [Fear of Missing Out, red.]. Door die smartphone verdwijnen we te veel in de levens van anderen.”

Zorgeloos

Wat Peter Castrop (55) betreft: we kunnen ondertussen wel met zekerheid zeggen dat hij zonder enige zorgen het experiment inwandelde en ook zorgeloos de eindstreep zal halen. Net als Cerimovic is hij van plan na afloop zijn dumbphone te blijven gebruiken. En ook op vakantie ondervindt hij geen enkel probleem, vertelt hij vanaf zijn vakantieadres in Noorwegen.

Kim van Beem (35) en Sandro van der Leeuw (27) twijfelen of ze nog wel door willen gaan. „Op 1 augustus zei ik tegen mijn vriend: we zitten op de helft”, zegt Van Beem. „O, riep hij toen, wat gaat dat snel! Dat vind ik echt helemaal niet.” Ze ondervond vooral tijdens haar vakantie veel last. „We waren vergeten het fototoestel mee te nemen. Dan stond mijn vriend met de kinderen in zee en moest ik eerst naar hem toe rennen om zijn telefoon te pakken.” Op vakantie verviel ze in het patroon van berichten checken en scrollen. Alleen dan wél via de telefoon van haar vriend. „Ik hoorde mezelf soms wel twintig keer per dag vragen of ik even zijn telefoon mocht. Dat was echt gênant. En zo heeft het ook helemaal geen zin.” Van Beem wil foto’s maken en delen, campings en activiteiten opzoeken en op de hoogte zijn van het wel en wee van vrienden en familie. Juist op vakantie. „Ik rook niet, maar metaforisch biets ik nu de hele tijd. Ik ben dus ook niet echt gestopt.” Als haar smartphone thuis had gelegen, had ze hem zeker al weer gepakt. Toch wil ze kijken hoe het gaat als de vakantie voorbij is en ze weer aan het werk is. „Als ik aan iets begin, dan moet ik het ook afmaken.”

Bij Van der Leeuw werd de situatie op vakantie zelfs penibel. „Ik heb in het dagelijks leven snel last van paniekaanvallen en op vakantie heb ik dat sneller. Deze vakantie miste ik echt het goeie sociale vangnet dat een smartphone biedt. Ik kon niet even vergeten dat ik mezelf ben. Zo bleef ik rondjes in mijn hoofd gaan en zakte ik steeds dieper weg.” Daarbij voelde het contrast met zijn reisgenoot erg groot: „Als ik alleen was geweest had ik me misschien minder alleen gevoeld, dan nu ik met iemand op reis was die heel leuk contact met anderen had.” Hij ziet geen voordelen meer van het project, maar stoppen wil hij ook niet. „Het is een principekwestie: ik wil niet meer horen bij die groep mensen die aan hun telefoon vastgeklonken zitten. Ik wil ’m niet terug willen, maar ik wil ’m wel terug. ”

Maanden weg

De andere vier zijn wél tevreden over het experiment tot nu toe. Caris: „Ik heb het gevoel alsof ik maanden weg ben geweest. Toen halverwege de vakantie zijn telefoon leeg bleek, heeft hij hem niet eens meer opgeladen. Ook Castrop vergat zijn telefoon: „ Deze vakantie ben ik helemaal offline. Vroeger zei mijn moeder altijd: je belt toch wel even als je aankomt? Dat deed ik dan, en daarna hoorde niemand meer wat van me, drie weken. Dat is nu weer precies zo.” En een dumbphone is een goeie manier om contact te leggen. Venhuizen: „Zelfs in Siberië maak je vrienden met een Nokia. Mensen vinden het erg exotisch.”

    • Hanneke Hendrix