Het mysterie van de vergiftigde pinguïns in Maastricht

Exotische dieren Twee pinguïns gingen dood op kinder- en zorgboerderij Daalhoeve in Maastricht. Er zijn vaker bedreigingen en verwensingen. „Elke scheet wordt hier gecontroleerd”.

Zwartvoetpinguïns kunnen goed tegen hitte. Maar volgens bezoekers van de kinder- en zorgboerderij Maastricht niet. Foto Jean-Pierre Geusens/ANP

Het is druk op kinder- en zorgboerderij Daalhoeve in Maastricht, maar in het pinguïnverblijf is het stil. Eén dier drentelt daar rond. Nog wel. „We zoeken nog een plek waar hij naartoe kan”, vertelt bedrijfsleider Ralph Frissen. „Daarna wordt dit verblijf bij het aangrenzende verblijf van de kleinklauwotters getrokken. Met de pinguïns maken we voorlopig pas op de plaats.”

Aanleiding voor die beslissing zijn de ophef van de afgelopen tijd en de dood van twee pinguïns. In april kreeg Daalhoeve drie jonge pinguïns. Die werden eerst binnen grootgebracht. Vanaf het moment dat het trio in juni buitenkwam, kreeg de boerderij bakken kritiek over zich heen. Hoe ze het durfden om in de warme Nederlandse zomers dit soort dieren te houden. Frissen: „Het zijn zwartvoetpinguïns. Die houden het op de kusten van Namibië makkelijk uit in temperaturen tot 45 graden en meer.”

En toen gebeurde er midden vorige week iets wonderlijks. „Woensdagavond was het water bij de pinguïns nog groen en donderdagochtend opeens helder. We zijn gaan bellen met experts, die het ook niet vertrouwden. Daarop hebben we het bassin leeggepompt. Met de dieren leek nog niks aan de hand, vandaar dat we geen monster van het water namen. Vrijdag had een eerste pinguïn ademhalingsproblemen. Hij stierf tijdens een onderzoek bij de dierenarts. Begin deze week overleed een tweede op eenzelfde manier. De derde lijkt te overleven. Hij gaat dit weekend van de medicatie af.”

Bitterballen aan de otters

Bij autopsie op de overleden pinguïns werden verbrandingen in de longen, luchtpijp en slokdarm geconstateerd. Dat wijst op het gebruik van chloor of een andere bijtende stof. „Werk van iemand van buiten”, stelt Frissen. „De hekken rondom zijn hier maar een meter hoog.”

Op Daalhoeve zijn ze er stuk van. De medewerkers waren al wat gewend. Van bezoekers die menselijke gevoelens op dieren projecteren tot wonderlijk bijvoeren. „Laatst gaf iemand bitterballen aan de otters en begreep eigenlijk niet wat verkeerd daaraan was. Verwensingen en bedreigingen krijgen we vooral sinds we ook exoten houden. Dat past kennelijk niet bij het traditionele beeld van een kinderboerderij. Rechtstreeks hoor je niets. Kom gewoon vragen, dan leggen we graag uit.”

De servalkatten, stokstaartjes, pinguïns en andere niet-inheemse dieren kwamen er niet zomaar, maar na studie en overleg met vooraanstaande dierentuinen en biologen. „We wilden meer verscheidenheid tonen. Dat kan als je het aantal huis- en boerderijdieren vermindert. Tien in plaats van veertig geiten is ook goed. En bij het houden van een geit komt met alle ziektes en resistenties trouwens meer kijken dan bij het houden van stokstaartjes.”

Hart van Daalhoeve is een Limburgse carréboerderij uit de jaren 30 van de vorige eeuw. Het oorspronkelijke agrarische bedrijf functioneerde tot in de jaren 70, toen Maastricht de uitbreidingswijk Daalhof begon te bouwen. Daalhoeve werd een kinderboerderij, omgeven door rijtjeshuizen en drie flats.

Lees ook over concurrentie en onderlinge haat en nijd in het Dordtse dierenwelzijn: Aanslag op trimsalon na zwanendrama

Demotiverend

Aan het begin van dit decennium leek de kinderboerderij door bezuinigingen op natuureducatie ten dode opgeschreven. De buurt kwam in actie, er kwam een plan voor een doorstart. Daalhoeve houdt nu de eigen broek op door als zorgboerderij te werken met mensen met een beperking, moeilijk lerende kinderen en ex-gedetineerden, door eigen producten te verkopen, een horecavoorziening en groenonderhoud in de stad, onder meer met een schaapskudde. Er werken zo’n honderd vrijwilligers en tien betaalde medewerkers. Daalhoeve trekt nu 60.000 tot 70.000 bezoekers per jaar.

Bij zo veel functies horen nog méér toezichthoudende instanties. „Elke scheet wordt hier gecontroleerd”, zegt Frissen. „Maar bij sommigen blijft het wantrouwen. Na de bevalling van een drieling zag een moedergeit er plots mager uit. Op sociale media ging men meteen los. Er werd ook een klacht ingediend. Laatst was een merrie getrapt door een hengst. Een dierenarts behandelde haar en gaf het advies de wond open te laten voor zo spoedig mogelijk herstel. Kort daarna stonden er al foto’s op Facebook. Hoe onze paarden er wel aan toe waren? Er zijn in totaal vier verschillende controleurs voor langs geweest.”

Frissen sprak na alle commotie met zijn medewerkers. Dat was nodig, merkte hij. „Alle kritiek werkt demotiverend. Vooral bij de vrijwilligers. Negentig procent van hun werk bestaat uit minder leuke klussen als stallen uitmesten en hoeven krabben. En dan word je zo uitgekafferd.”

Meng je niet in discussies op Facebook, adviseerde hij hun. „,Als je de sociale media negeert, gaan alle aantijgingen en dreigementen sowieso aan je voorbij, dan hoor je alleen de mooie reacties van bezoekers.”

Beluister ook de podcast Onbehaarde Apen: Wat is natuur nog in dit land

    • Paul van der Steen