Herinner je, lichaam…

kiest gedichten uit vakantielanden

Een van mijn vrienden is piloot en in de vakantieperiode vliegt hij vooral op en neer tussen Schiphol en Griekenland. ,,Het blijft een populaire vakantiebestemming. Ik denk dat de gemiddelde consument die hele staatsschuldencrisis allang vergeten is”, zei hij. Misschien. Bij Griekenland denk ik zelf nog steeds eerder aan moeilijke zuilen of een pantheon vol incest dan aan een lidstaat van de Europese Unie. Het lijkt alsof er twee versies zijn: de heroïsche uit het verleden en de huidige, waarin steeds meer mensen uit vuilnisbakken eten.

Terwijl mijn vriend als een mix van Pegasus en Odysseus op en neer pendelt, denk ik terug aan mijn eigen vakanties aldaar. Op mijn vijftiende lag ik op een dakterras in Iraklion te bakken en me door een bloemlezing Europese dichtkunst heen te lezen toen ik daar op de Grieks-Egyptische poëet Kavafis stuitte. Het was alsof iemand een megafoon op mijn hormonen had gezet. Vooral het gedicht ‘Herinner je lichaam’ (1918) was een orgie der herkenning en een hart onder de riem. In het vers vraagt Kavafis het lichaam niet alleen stil te staan bij alle keren dat het werd bemind, maar ook om hoe het werd begeerd. Het raakte me omdat ik me op dat moment onophoudelijk afgewezen voelde (want onzeker en onwennig in dat nieuwe gave lichaam). Dat je gewenst bent, ook al heb je dat niet altijd door, was een ontzettend fijne gedachte.

De rest van die zomer verslond ik het werk van Kavafis. Toen ik op vakantie ging had ik nog maar één iemand gekust en na die zonovergoten weken op Kreta was ik geen enkele verovering verder, maar toch was er iets veranderd. Ik voelde me dankzij die gedichten meer bestaan. Mijn lust was niet meer iets waar ik me voor hoefde te schamen, maar iets dat welkom was. Seks is naast een bedsport natuurlijk vooral een denksport, en Kavafis leerde me om dat laatste ook te koesteren. Ik keerde terug uit een mythisch land, klaar voor de vierde klas en er zat een nieuwe gloed in mijn lippen en vingertoppen. De woorden hadden een vlam ontstoken, voortaan gaf ik ook licht in het donker.

    • Ellen Deckwitz