Opinie

    • Hugo Camps

D’ran

Het nieuwe seizoen in de eredivisie heeft een versterkte regionale component. De Graafschap, FC Emmen, Fortuna, VVV kunnen de pretenties van de Randstad doorbreken. Met deze wat armlastige traditieclubs zal er een ander soort voetbal worden gespeeld in de hoogste klasse. Minder caprices, meer inzet en labeur. Wedstrijden die op strijd worden gespeeld. Dat hoeft niet minderwaardig te zijn, vechtvoetbal kan meeslepend zijn.

Herinner u de wedstrijd Standard-Ajax in de derde voorronde van de Champions League. Na een geruststellende voorsprong van 0-2 voor Ajax sleepte Standard in blessuretijd nog een gelijkspel uit de brand. De Luikenaars gaven Ajax een lesje in arbeidsvreugde. Zij zonder de virtuozen Tadic en Ziyech, maar met commando’s in de defensie. Standard-Ajax: de arrogantie afgestraft.

Het kan een voorbode zijn van wat ons in de eredivisie te wachten staat. Nederlandse topclubs hebben aanleg voor overmoed. Ze wanen zich monopoliehouder van de landstitel. Gevolg: ze maken hun wedstrijden al breiend vol, altijd tuk op een technisch hoogstandje. Looplijnen worden losgelaten en dekkingsfouten zijn normaal. Ach: „We spelen toch maar tegen boeren uit de provincie.” In hun hoofden houden ze het op een oefenpotje. Die onderschatting wordt vaak cash betaald.

Dat was ook het geval voor Feyenoord in de Europese wedstrijd tegen het Slovaakse Trencin. Het eindigde in een blamage, Feyenoord zo goed als uitgeschakeld. Het was pure hoogmoed die tot het debacle leidde. Ook de jonkies paradeerden met een dikke nek over het veld. Dat kunnen ze dit weekend tegen De Graafschap beter niet doen. De Superboeren uit de Achterhoek zijn notoire slopers en als ze getergd worden in hun trots schakelen ze de tractor een versnelling hoger.

Op de middenstip van de Vijverberg staat een tegel met de tekst „D’ran.” Dat betekent: ertegenaan. Het zijn ook de kreten die je vanaf de bank hoort schallen. De spelers van De Graafschap zijn niet gediend van metafysische luisterliedjes. Hun vocabulaire heeft genoeg aan: blijven keten, rammen, erop en erover… Zo staan hun fans ook in het leven.

De sympathie gaat naar de underdogs VVV, Fortuna, Emmen, De Graafschap. Zelfs de aanhang van grote clubs laat zich af en toe versplinteren door de leeuwenmoed van het kleine grut. Het ontroert hen dat er nog clubs zijn die met een crisisbudget het hoofd boven water houden. Ze zijn weleens moe van de kakkineuze uitstraling van hun lijfclub.

De strijd om de titel zal weer een heksenketel worden. Ajax kan zich geen falen meer veroorloven – de Arena is zo afgebrand. PSV moet de intrede van Mark van Bommel als coach een luisterrijk einde geven. Van Bommel zelf verscheurt zijn kleren van spijt als het mis zou gaan. Eergieriger dan deze ex-middenvelder worden ze in Nederland niet meer geboren.

En dan is er nog Feyenoord met dat grote legioen als permanente donderwolk. De wisselvalligheid van de Rotterdammers is niet bij te houden. Van galawedstrijd tot afbraakvoetbal, alle lagen zitten in het palet. Voor het eerst dreigt de positie van Gio van Bronckhorst te wankelen bij tegenvallende resultaten.

Ik verwacht het Drentse wonder FC Emmen als mascotte van de eredivisie. Jarenlang was hun aartsrivaal SC Veendam. Het waren wedstrijden die het hele land beroerden. Helaas, Veendam ging failliet. Emmen emancipeerde naar de beschaving. Maar soms komt het elftal nog met het mes tussen de tanden het veld op.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

    • Hugo Camps