Op Lombok is de ramp allesbehalve voorbij

Lombok

De meeste toeristen zijn haastig van Lombok vertrokken na de aardbeving, soms met schuldgevoel. „Ze hebben het recht naar huis te gaan,” zegt een bewoner. Het officiële dodental is inmiddels opgelopen tot 321.

Paarden staan klaar om geëvacueerd te worden van Gili Trawangan, een eiland nabij Lombok, waar de zware aardbeving plaatsvond. Ulet Ifansasti/Getty Images

Op een verlaten strandje kijkt bootsman Rudy Suanto uit over zee. Het lijkt net alsof hij wat staat te mijmeren, maar de werkelijkheid is grimmiger. Hij let op of niemand de motoren uit zijn boten komt jatten. Sommige mensen willen profiteren van de chaos die op Lombok heerst door de aardbevingen, zegt Suanto. Hij heeft verhalen gehoord over gestolen motoren, dus houdt hij de wacht.

Het drama van het Indonesische eiland Lombok komt zo’n beetje samen in Rudy Suanto’s verhaal. Normaal gesproken organiseert hij dagtripjes naar de populaire Gili-eilanden, drie tropische eilandjes op een half uurtje varen van de kust van Lombok. Helderblauwe zee, snorkelen, schildpadden, dat werk. Maar zijn bron van inkomsten is in paniek op de vlucht geslagen. „De business is dood”, stelt hij gelaten vast.

Zijn huis ligt ook in puin. Suanto slaapt met zijn gezin in een tent, net zoals nu tienduizenden anderen op het eiland. Ze hebben wel wat hulp gehad, water en eten, maar het houdt niet over. Zonder inkomsten houdt Suanto het financieel gezien ongeveer een maand vol, denkt hij. „Het voelt alsof de toeristen me verlaten hebben. Ik hoop dat ze terugkomen.”

Wie ergens op bezoek is, kan besluiten om te vertrekken. De inwoners van Lombok hebben die keuze niet. Zij blijven achter in de puinzooi die ooit hun huis was, hun moskee, hun school, hun winkel. Het was deze tegenstelling die de afgelopen week ergernis veroorzaakte: waarom ging zo veel aandacht naar de vakantiegangers die vast zaten op de Gili-eilanden, terwijl de echte slachtoffers de Indonesiërs zijn?

Lees ook: ‘Ik kan niet wachten om hier weg te komen. Van de mensen hier is hun leven vernietigd’

De toeristen zelf zijn zich van dat contrast sterk bewust. De Nederlandse studente Rosa den Hartog zat met haar ouders en zusje op Gili Air tijdens de beving, het eilandje dat het dichtste bij de kust van Lombok ligt. Ze beschrijft het als mini-paradijs dat in één klap omsloeg naar een plek vol paniek en chaos. Ze heeft er dubbele gevoelens over, zegt ze: „We wilden wel iets doen om te helpen, maar tegelijk wilden we zelf het liefst zo snel mogelijk weg.”

Dus, wat hebben ze gedaan? De familie kwam uit op geld doneren aan de collectes die spontaan op het eiland zijn ontstaan. Langs de kant van de weg houden Indonesiërs lege dozen op om geld in te zamelen voor de slachtoffers. „We hopen maar dat het geld goed terecht komt”, zegt Rosa den Hartog. Extra lastig om te zien vindt ze dat het lang duurt voordat de noodhulp goed op gang komt.

Een ander Nederlands meisje vertelt, op het vliegveld van Lombok, dat ze zich schuldig voelt dat ze naar huis gaat. Het meeste personeel van hun hotel kwam deze week toch gewoon werken, ook al lag hun eigen huis in puin. En de chauffeur die hen naar het vliegveld bracht, begon te huilen toen ze vroegen hoe het met hem ging. „Hij heeft twee tantes verloren en rijdt ons wel? We hebben maar zoveel mogelijk fooi aan iedereen gegeven.” Na de beving heeft ze weinig meer van het eiland gezien, ze zijn op het terrein van hun resort gebleven.

Bewoners staan voor hun beschadigde huizen op het Indonesische eiland Lombok, terwijl ze zich voorbereiden op het vrijdaggebed. Ulet Ifansasti/Getty Images

Zo’n ramp als deze haalt het goede, maar ook het „aller-aller-slechtste” in mensen naar boven, vertelt Rose Huizenga. „Sommige mensen reageerden saamhorig en voor anderen was het ieder voor zich.” Ze heeft een boetiekhotel op één van de Gili-eilanden en het is ernstig beschadigd. „Wij waren net in een paar minuten alles kwijtgeraakt en toch heeft een groepje toeristen fietsen en dekens van ons gestolen.” Ze vertelt dat ze pannenkoeken wilde gaan bakken, maandagochtend vroeg. Daar hebben mensen vast wel zin in na zo’n heftige nacht, dacht ze. „Maar ineens ontstond weer paniek, iedereen pakte zijn koffers en rende naar de haven.”

Huizenga is nog steeds op Gili Air en er heerst nu een rustig sfeertje, vertelt ze aan de telefoon. De achterblijvers eten samen de voorraden van de hotels op, ze hebben genoeg te eten. Er is alleen nog geen stroom, maar ze hoopt dat dat snel goedkomt. „Zodra de overheid de eilanden weer ‘open’ verklaart, komen de locals hopelijk terug en kunnen we aan de opbouw beginnen.” Veel van hun werknemers zijn meteen naar Lombok gevaren om te zien hoe hun huizen en families eraan toe zijn.

Bekijk ook deze fotoserie van de ramp op het Indonesische Lombok

Het recht om naar huis te gaan

Op Lombok is de ramp intussen alles behalve voorbij. Afgelopen dagen heerste verwarring over het totale aantal doden, doordat het lang duurt voordat alle dorpen en huizen zijn bereikt waar nog mensen onder het puin kunnen liggen. En ook doordat lokale autoriteiten met verschillende cijfers kwamen. Mogelijk tellen ze doden dubbel en moeten anderen nog geïdentificeerd worden. Indonesië is niet sterk met data en aantallen.

Tijdens de hulpverlening – noodtenten worden opgezet, artsen van het Rode Kruis helpen mensen met luchtweginfecties, gebroken armen of benen en diarree – blijven de naschokken komen. Vrijdag waren er al meer dan 450 naschokken gemeten, met op donderdag een zware van 6,2 op de schaal van Richter. Gebouwen die nog niet waren ingestort, begaven het nu wel. Volgens de nationale rampendienst BNBP vielen door de naschok 24 extra gewonden en drie doden.

Van de jongen die nu aan het werk is bij de receptie, is zijn oma overleden

Indonesiërs kunnen het schuldgevoel van toeristen moeilijk begrijpen. „Ze hebben het recht om naar huis te gaan”, zegt bijvoorbeeld Yohan Andika, hij is manager van het Coconut Resort aan de westkust van het eiland. „Maar wij moeten ook aan onze lokale staf denken.” Hij heeft 25 mensen in dienst en de meesten van hen hebben thuis schade geleden. Van de jongen die nu aan het werk is bij de receptie, is zijn oma overleden.

Het zwembad van Coconut Resort is omringd met palmbomen, één jongen trekt loom baantjes. Het hotel is licht beschadigd, er zit een flinke scheur in de muur van het restaurant. Bij het bouwen van zijn resort, pas twee jaar geleden, heeft Yohan Andika rekening gehouden met de kans op aardbevingen. De bungalows hebben extra sterke funderingen. Daarom kon hij open blijven, maar veel gasten hebben hun boeking geannuleerd.

Voor hem duurt het drie, hooguit vier maanden voordat de boekingen terug op peil zijn, hoopt Yohan Andika. Maar verder in het noorden van het eiland kan dat zo één of twee jaar kosten, schat hij in. Daar is de ellende veel groter, veel hotels en restaurants zijn er dicht en zwaar beschadigd.

Een Nederlander die niet met zijn naam in de krant wil om privacyredenen, is één van de weinige overgebleven buitenlanders die een wandelingetje over het strand van Senggigi maakt. Hij vond de aardbeving „een hele fikse”. „De weg waarop we reden, begon ineens te golven. Zoals in een film.” Toch heeft hij niet overwogen om te vertrekken. Dat maakt de situatie voor lokale bewoners er niet beter op, zegt hij. „Je kunt vluchten omdat je de hulpverlening niet voor de voeten wilt lopen. Maar beter kun je gewoon blijven. Geef wat geld uit en eet in lokale restaurantjes. Dat is nog lekker ook.”

    • Annemarie Kas