Recensie

‘De mensen sterven en zijn niet gelukkig’

Onder zo goed als elk Zeer Kort Verhaal (zkv) van A.L. Snijders gloeit een kooltje van onzekerheid. Bijna nooit (een atypisch Snijders-woord, maar dat terzijde) valt er iets in het slot van de rede, bijna altijd vindt Snijders ruimte om een verhaal zo te vertellen dat je niet helemaal weet hoe hard de feiten zijn, welke conclusie je over het gebodene moet trekken, welke moraal overheerst, wie de boeman is en wie de weldoener.

Het genot van het zkv zit hem dan ook in het feit dat de schrijver je behoedzaam met een kluitje het riet in stuurt; het effect van een zkv laat zich beter vergelijken met een gelukzalig boven water komen dan met de ongemakkelijke constatering dat je een fuik bent binnen gezwommen.

Ook in Het oog van de naald, Snijders’ achtste zkv-bundel, zie je de onzekere kooltjes gloeien. Zo brengt hij de korte tekst in herinnering die hij in de jaren zeventig op een muur in de buurt van het Rijksmuseum zag staan: ‘De mensen sterven en zijn niet gelukkig. Mijn vriend is dood.’ Een vorm van filosofisch-poëtische zelfexpressie, maar wie schreef het? Op zich al een mooi raadsel, maar het raadsel wordt, gek genoeg, alleen maar groter als Snijders vijfenveertig jaar later een hem onbekende vrouw de twee zinnen hoort uitspreken in een restaurant op de Veluwe. En niet geheel toevallig is er een zkv gewijd aan het woord ‘aporie’, dat Snijders iemand hoort uitspreken op een bijeenkomst. Eerst bekent hij dat hij niet weet wat het betekent, vervolgens ontdekt hij dat een aporie een onoplosbaar filosofisch probleem is. Een vraagteken verpakt als tweetrapsraket dus.

Een mogelijke (een typisch Snijders-woord) verklaring voor zijn wankelmoedigheid is te vinden in het verhaaltje ‘Engel of beest’, waarin teruggeblikt wordt op een voorval op de middelbare school. ‘Ik had een strijdbaar opstel geschreven, met een duidelijke stelling en in harde woorden. De leraar had er als commentaar een uitspraak van Pascal onder gezet, l’homme n’est ni ange ni bête. De mens is noch engel noch beest. Zo is het begonnen, de duurzame aarzeling.’

Zwemmen met een aap

De mens is dus niet slecht of goed bij Snijders. Wat hij wel vaak is: curieus. Ook in Het oog van de naald flitst het weer van de wonderlijkste figuren, zoals een Amerikaanse toerist die in Thailand elke ochtend een stukje ging zwemmen met een aap op zijn hoofd; een mandarijnen etende filosoof die al in de jaren vijftig zijn hele lichaam had vol getatoeëerd; een Chinese vrouw die zich twee maanden stilhield in het huis van een Nederlandse man; een op Toergenjev gelijkende automonteur die lacht om de neiging van Rudy Kousbroek om dieren te vermenselijken; een meisje dat naar de kat van Snijders kijkt en zich afvraagt ‘of die poes behoort tot dezelfde wereld als ik’.

Schrijven is zijn lust en zijn leven, schrijft Snijders (1937). Maar de productie wordt wel iets minder. In de twee jaar die in dit boek zijn vervat schreef hij een kleine 200 zkv’s bij elkaar, terwijl Vijf bijlen, het boek waarin de jaren 2007 en 2008 waren te vinden, nog 335 zkv’s bevatte. U moet er maar iets langer op kauwen, want de stukjes blijven amandelen voor de geest. Je kunt er uren mee vooruit.

    • Sebastiaan Kort