De ergste president van de VS is Nixon. Of toch Trump?

Verenigde Staten

Trump wordt vaak vergeleken met Nixon, een van de laagst gewaardeerde presidenten. Nu lijkt Nixon juist weer te stijgen in de waardering.

Illustratie Ymke Pas & Dirma Janse

Er zijn jaren geweest dat de naam van Richard Nixon maar zelden viel. En indien het al gebeurde, dan zoals historicus Luke Nichter zegt, „als ultieme politieke belediging”. De president die met het Watergate-schandaal zijn eigen Waterloo schiep – slechter kon het toch niet worden. In waarderingslijstjes bungelt hij al decennia tussen de 33ste en de 36ste plek (Trump is de 45ste president).

Sinds twee jaar valt de naam van Nixon bijna dagelijks in het Amerikaanse publieke debat. De opmars van de onwaarschijnlijke presidentskandidaat Donald Trump ging gepaard met vergelijkingen met Nixon. Meestal werden ze allebei negatief neergezet, waarbij de huidige president er nog eens slechter van af kwam. Een columnist schreef: „Trump heeft wel alle slechte eigenschappen van Nixon, maar niet de goede.”

Nu valt de naam Nixon steeds vaker in neutrale of zelfs positieve context. Toen Brett Kavenaugh vorige maand door Trump werd voorgedragen als opperrechter, kwam een artikel van zijn hand uit 1999 boven tafel waarin de jurist betoogde dat het misschien een vergissing is geweest van het Supreme Court om, in de finale van het Watergate-schandaal in 1974, te besluiten dat Nixon de bandopnamen die hij in het Witte Huis had gemaakt aan justitie moest overdragen. Dat besluit luidde de val van de president in.

Toen Sean Spicer, oud-perschef van het Witte Huis, eind juli zijn boek over zijn belevenissen met president Trump in Californië wilde presenteren, koos hij niet toevallig de Richard Nixon Library in Yorba Linda uit. Toen hij werd voorgesteld door de interviewer, schreeuwden enkele mensen in de zaal: „Leugenaar!” Spicer lachte grootmoedig en toen het lawaai was weggeëbd, citeerde hij Nixon: „We kunnen niet van elkaar leren als we niet stoppen met schreeuwen tegen elkaar.” Hij kreeg een dankbaar applaus.

„Nixon is opgestaan uit de dood”, zegt Nichter, hoogleraar aan de A&M Universiteit van Texas en samensteller van uitgaven van de 3.700 uur aan Nixon-tapes („Ik heb ze allemaal beluisterd”). Wat hem opviel: toen hij vijftien jaar geleden begon met het digitaliseren van de opnamen, ging 90 procent van de vragen van pers en studenten over Watergate. Tegenwoordig gaat 90 procent van de vragen niet over Watergate. „Voor de jonge generatie studenten is Nixon net zo antiek als Lincoln. Watergate kan hen niks schelen.”

Verraad

Richard Nixon (1912-1994, president van 1968-1974) geldt als het kwade gezicht van de Verenigde Staten. Hij is in het collectieve geheugen samengevallen met het portret dat regisseur Oliver Stone schilderde in Nixon (1995), de zwetende, vloekende, drinkende man, opgejaagd door achterdocht, zwelgend in zelfmedelijden, genietend van de vernedering van anderen, zichzelf afmetend aan John F. Kennedy. „Waarom hielden ze toch zoveel van jou”, vraagt hij Kennedy’s portret in het Witte Huis.

Nixon was de politicus die met een zelden haperend gevoel voor waar de wind vandaan woei, inspeelde op de angsten van de Amerikanen – in de naoorlogse jaren toen Nixon carrière maakte vooral communistenangst. Hij bracht machtige mensen met suggestieve of onware informatie aan het wankelen. Nixons gemeenste truc, zegt historicus en journalist Mark Updegrove, schrijver van boeken over de presidenten Lyndon B. Johnson, en vader en zoon George Bush, haalde hij uit in de presidentscampagne van 1968.

Nixon vreesde dat de Democratische kandidaat Hubert Humphrey zou profiteren van vredesbesprekingen tussen Noord- en Zuid-Vietnam en stuurde een liaison, Anna Chennault, naar de Zuid-Vietnamese onderhandelaars om hen ervan te weerhouden aan tafel te gaan totdat Nixon tot president was gekozen. Hij zou de Zuid-Vietnamezen betere voorwaarden bezorgen dan de zittende Democratische president. Johnson was ziedend toen de Zuid-Vietnamezen wegbleven. Hij had door wat er aan de hand was, maar kon het niet bewijzen. „Dit is verraad”, zei de president tegen een senator.

„Vredesbesprekingen zouden de Vietnamoorlog beslist hebben bekort”, zegt Updegrove. „Dat hij ermee wegkwam, heeft Nixon gestaald in zijn brutaliteit. Zo loopt er een lijn van Chennault naar Watergate. Nixon durfde de afluisterpraktijken aan, omdat hij steeds met zijn sabotage was weggekomen.”

De vredestichter

In de tuin van de bibliotheek in Yorba Linda, geboorteplaats van Nixon, zitten Michael en Kimberley Jones uit San Bernardino. Achter hen staat de groene helikopter waarmee Nixon het Witte Huis verliet onder druk van een afzettingsprocedure – donderdag precies 44 jaar geleden. Vandaag mag niemand erin, de temperatuur loopt tegen de veertig graden en het zou pijnlijk wezen als iemand in de ‘Oval Office in the Sky’ een hartaanval kreeg.

De Jones’es, net geboren toen Nixon al bijna moest aftreden, zijn „geïnspireerd” door de tentoonstelling. Wat Nixon allemaal gedaan heeft als president! Hij richtte een federaal milieuagentschap op. Hij nam de beletselen voor vrouwen in de sport weg. Hij breidde de burgerrechtenwetgeving uit die zijn voorganger Johnson had geïnitieerd. Kimberley Jones is het eens met president „hoe heet-ie ook weer? Clinton, die op Nixons begrafenis zei dat je iemand moet beoordelen op zijn héle leven”.

In de uitputtende tentoonstelling, met veel foto’s, filmpjes en bandopnamen, en ook een heerlijk handgeschreven briefje van Elvis Presley, die de president aanmoedigt streng op te treden tegen „de drugscultuur, de hippies en de Black Panthers”, staat vooral de staatsman centraal, met de spectaculaire reis naar communistisch China van 1972 als hoogtepunt. Communistenvreter Nixon hoopte, zoals op zijn grafsteen hier in de tuin staat, als vredestichter de geschiedenis in te gaan.

In dat kader wordt Nixons bemoeienis met Vietnam belicht als één lange poging om vrede te sluiten. Een kolossale kaart aan de wand toont, onder de kop ‘Seeking peace’ de grafiek van de Amerikaanse troepenmacht in Vietnam. Van bijna 550.000 in 1968 loopt het aantal gestaag terug naar 105.000 in 1972, het jaar voor de vrede werd getekend. Beslist geringer is de aandacht voor het opvoeren van de bombardementen, niet alleen op Vietnam, maar ook op buurlanden Laos en Cambodja.

De erfenis

Kun je al spreken van eerherstel voor Nixon? Wat is de erfenis van de man die in schande het presidentschap moest opgeven en in zijn afscheidstoespraak tot de staf van het Witte Huis onbewust in zijn eigen ziel keek: „Onthoud: anderen kunnen jullie haten, maar zij winnen het niet tenzij je hen terug haat – en dan verwoest je jezelf.”

Misschien dat er ruimte komt voor eerherstel als de belangrijkste critici van Nixon zijn overleden, zegt Luke Nichter. „Je kunt nu geen dag CNN aanzetten of daar zitten Bob Woodward, Carl Bernstein of John Dean tegen Nixon te fulmineren.” Woodward en Bernstein zijn de journalisten van de Washington Post die het Watergate-schandaal aan het rollen brachten. John Dean werkte onder Nixon en deed uiteindelijk als President’s Man een boekje open tegenover de Senaatscommissie die Watergate onderzocht.

„Nixon’s schaduw is lang”, zegt Nichter, „en hij valt nog altijd over de Amerikaanse politiek.”

Tien jaar geleden schreef journalist Rick Perlstein een breed mozaïek over Amerika in de jaren onder Nixon, Nixonland. Centrale gedachte: Richard Nixon is de man die de Amerikaanse politiek heeft besmet met de tweedeling, waarbij de politieke rivaal tot doodsvijand wordt bestempeld. „Elk van beide partijen was er even sterk van overtuigd dat de andere werd bepaald door zijn slechtheid.” Polarisatie was het lucratieve handelsmerk van de opportunist Nixon.

Zowel Updegrove als Nichter haast zich dat beeld te nuanceren. Al was het maar omdat de Republikein Nixon, die werkelijk in alle politieke gremia vertegenwoordigd is geweest, regelmatig samenwerkte met Democraten. Updegrove geeft er deels een historische verklaring voor. „Tegenwoordig wordt het verdacht gevonden als afgevaardigden van twee verschillende partijen met elkaar optrekken. Wat een verschil met de politici uit de tijd van Nixon en Kennedy. Zij hadden zij aan zij in de Tweede Wereldoorlog gestreden. Zij hadden ondervonden wat ze konden bereiken als ze samenwerkten.”

Hij ziet wel de donkere kant van Nixons erfenis. „Kijk naar de mannen die zijn overgebleven uit de Nixon-jaren. Pat Buchanan en Roger Stone. Twee van de meest conservatieve, in vitriool gedrenkte stemmen die we dezer dagen horen in de politiek. Nixon heeft ze aangemoedigd.”

Maar in de ogen van Updegrove werd de Amerikaanse politiek pas echt door tweedracht verscheurd vanaf de tijd dat Newt Gingrich leider was van de Republikeinse partij en hij in 1994 zijn Contract with America sloot. „Dan gaan de Republikeinen hun rivalen als doodsvijanden beschouwen. En omgekeerd de Democraten ook.”

Datzelfde moment is precies wat Harvey Goldberg noemt. De 78-jarige gepensioneerde financieel directeur staat even uit te hijgen bij de afdeling ‘Jurken van First Ladies’ aan het eind van de tentoonstelling in Yorba Linda. Hij hield van president Clinton hoor, wat een charisma! „Ik ging een keer naar een bijeenkomst. 65.000 mensen in de zaal, en het was alsof hij alleen tegen mij sprak.”

Maar dat Clinton in die tijd als president de Republikeinse Speaker of the House Gingrich vernederde door hem bij aankomst in Israël te dwingen door de achteruitgang het presidentiële toestel te verlaten, terwijl hij zelf voor het oog van alle camera’s de voordeur nam – onbegrijpelijk, vindt Goldberg.

Nichter heeft het gevoel dat veel schrijvers over Nixon zich door emoties laten leiden. „De kritiek van Perlstein op Nixon klinkt in de tijd van Trump schril en overdreven. De Nixonjaren beginnen er zo langzamerhand tam uit te zien in vergelijking met de Trumpjaren.”

Vechters

In 1987 keek Pat Nixon naar een talkshow waarin projectontwikkelaar Donald Trump werd ondervraagd. Ze was zo enthousiast dat haar man Trump een briefje stuurde. Mijn vrouw, schreef de oud-president, „voorspelt dat als u ooit meedoet aan verkiezingen, u beslist zult winnen”.

„Ze zijn politieke verwanten”, zegt Nichter. Volgens Updegrove spreekt Trump dezelfde kiezersgroepen aan als Nixon, de bezorgde witte burger, die zich schrap zet tegen al te snelle veranderingen. Trump leende in zijn campagne een fameus begrip van Nixon: de zwijgende meerderheid. „Hij exploiteert hun angsten”, zegt Updegrove. „Nu niet voor het communisme, maar voor migratie.”

Hij ziet ook een nadrukkelijk verschil. „Trump stelt zich niet op als president van alle Amerikanen, en dat deed Nixon wel. Nixon mag dan paranoïde zijn geweest, hij was president van het hele land. Trump is de eerste president van de Disunited States of America.”

De vraag naar een vergelijking werd in Yorba Linda ook voorgelegd aan Trumps voormalige woordvoerder Sean Spicer. „Ze zijn allebei vechters”, antwoordde hij. „Ze vechten om te winnen. En ze werden beiden onderschat. In een boel opzichten voelen ze zich allebei aangevallen.” Spicer zocht een voorbeeld. „Toen Nixon naar China ging, zei hij in wezen: het kan me niet schelen wat anderen ervan vinden. Ik doe wat goed is voor het land. Zo is Trump ook.” Een daverend applaus kwam uit de zaal. „Hij geeft niks om normen”, zei Spicer.

Nixon was destijds even diep verstrengeld in schandalen als Trump nu, en heeft even hard geprobeerd zich ervan te bevrijden. Nixon gaf zijn minister van Justitie opdracht de speciaal onderzoeker in de Watergate-affaire te ontslaan. De minister trad liever af, en zijn plaatsvervanger ook. Daar klinkt een echo bij Trump, die onlangs per tweet zijn minister van Justitie opriep speciaal onderzoeker Robert Mueller te ontslaan.

Uiteindelijk heeft Nixon, veel doordachter politicus dan de grillige Trump, het landsbelang boven zijn eigenbelang gesteld, zegt Mark Updegrove. „Ik zie Trump niet zo gauw even onbaatzuchtig optreden, bijvoorbeeld als hij in serieuze problemen komt door het onderzoek van Mueller.” Was Nixon wel zo onbaatzuchtig, vraagt Luke Nichter retorisch. Volgens hem hield de vergelijking Nixon-Trump op relevant te zijn toen Trump vorig jaar FBI-directeur James Comey ontsloeg, juist toen het onderzoek naar mogelijke samenspanning van team-Trump met Russische elementen tijdens de presidentscampagne van 2016 aan kracht won. „Toen was duidelijk: Trump is erger dan Nixon.”

    • Bas Blokker