Opinie

De Brexit kost ons nu al geld

Het voorkomen van een Brexit raakt uit zicht, doordat Europese landen nu al kosten maken om zich voor te bereiden, schrijft .

Containerterminals in de haven van Rotterdam Jerry Lampen/ANP

Kan de Brexit nog gestopt worden? Ja, maar de tijd raakt op. En zelfs als er op zich de politieke wil is onder alle EU-lidstaten, kan het zijn dat Groot-Brittannië uiteindelijk toch uit de Europese Unie glijdt, in maart 2019. Dat hoeft dan niet noodzakelijk de schuld van één partij te zijn. Als we vallen voor de ‘reeds gemaakte kosten’-drogreden, is de EU hiervoor collectief verantwoordelijk.

Laten we even alleen naar Nederland kijken. Eerder dit jaar kondigde de regering aan dat er een kleine duizend man aan extra douanepersoneel zou worden aangenomen. Die mensen worden vooral aangetrokken om zich bezig te houden met alle extra douanechecks en al het extra papierwerk die een vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU met zich mee brengt. Op dit moment werken er om en nabij de 4.800 mensen bij de douane. Het aantrekken van duizend man betekent een toename van twintig procent.

De haven van Rotterdam heeft aangegeven om een Brexercise te organiseren in november. Tijdens die oefening doet de haven net alsof het VK de EU al verlaten heeft. Zo hoopt zij zich beter te kunnen voorbereiden op de Brexit en potentiële problemen te kunnen oplossen voordat de gevreesde datum van 29 maart 2019 zich aandient.

Het is onnodig om te zeggen dat zo’n oefening niet gratis is. Datzelfde geldt voor al dat nieuwe personeel dat voor de douane gaat werken en getraind en betaald moet worden. De overheid schat dat de kosten om de douane uit te breiden ongeveer honderd miljoen zijn. Dat is honderd miljoen euro die we niet kunnen investeren in de zorg. Honderd miljoen euro die we niet kunnen gebruiken om extra leraren voor het onderwijs te werven, of voor meer blauw op straat, of om in de wetenschap te investeren of wat je dan ook zou kunnen doen met honderd miljoen. (Nog een mogelijkheid: om het uit te geven aan een knetterfeest op het moment dat Brexit de nek wordt omgedraaid.)

We zullen dan tevens moeten accepteren dat de generaties na ons zich zullen afvragen waar we in godsnaam mee bezig waren.

Dit is geld dat we momenteel uitgeven. Het is geen onderdeel van wat ze in het VK Project Fear noemen. Dit is geen bangmakerij, maar echt geld van de belastingbetaler dat nu uitgegeven wordt om met de nieuwe situatie na de Brexit om te gaan. Het is ook geld dat we never nooit meer terugkrijgen.

We zijn ook niet het enige land dat zich voorbereidt op de Brexit. De meeste andere landen zullen ook een ‘no deal’-scenario in het achterhoofd houden, en ook andere scenario’s. En met al die voorbereidingen op al die mogelijke scenario’s lopen we het risico dat we het slachtoffer worden van de ‘reeds gemaakte kosten’-denkfout. Het geld dat al is uitgegeven wordt gezien als een investering die zich terug moet gaan betalen, in plaats van dat het afgeschreven moet worden.

Het risico van deze denkfout kijkt ons indringend aan en we moeten het collectief weerstand bieden: als EU-28. Als we dat niet doen, zijn we allemaal verantwoordelijk voor de schade die na maart 2019 ontstaat. We zullen dan tevens moeten accepteren dat de generaties na ons zich zullen afvragen waar we in godsnaam mee bezig waren. „Easiest trade deal in human history”? „All over before Christmas”? De Brexit, zeker zoals die zich nu voltrekt, kent geen enkele winnaar. De enige manier om verdere onnodige verliezen te voorkomen, is om de Britten te overtuigen die hele Brexit in de klikobak te gooien. We moeten elkaar naderen met een paar heel robuuste verzoeningssessies.