Aanval op kinderen wekt woede

Oorlog in Jemen

De dood van tientallen kinderen bij een aanval in Jemen onderstreept hoezeer burgers de dupe worden van de oorlog.

Een kind wordt behandeld in een ziekenhuis in Saada aan verwondingen na de coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië. Foto AFP

Bij een luchtaanval op een markt in het noorden van Jemen zijn donderdag ten minste vijftig mensen gedood. Onder hen 29 kinderen in een bus, die een uitje zouden maken. Ruim zeventig mensen raakten gewond, ook merendeels kinderen. Een lokaal televisiestation toonde schokkende beelden van gewonde kinderen met bebloede kleren en schooltassen op brancards.

De Houthi-rebellen, die sinds 2014 een belangrijk deel van het land controleren inclusief de hoofdstad Sana’a, beschuldigden de door Saoedi-Arabië geleide coalitie van een „duidelijke onverschilligheid voor het leven van burgers”. De coalitie probeert de Houthi’s terug te drijven en de internationaal erkende regering van de gevluchte president Hadi weer in het zadel te helpen.

Saoedi-Arabië op zijn beurt sprak van „een legitieme militaire operatie” en stelde dat de raket was gericht tegen de rebellen, die daags tevoren een raket hadden afgevuurd op de zuidwestelijke Saoedische stad Jizan. De raket werd weliswaar door afweergeschut al in de lucht tot ontploffing gebracht maar desondanks viel er op de grond een dode. Ook betichtten de Saoediërs de Houthi’s er - zonder enig bewijs - van kinderen als menselijk schild te gebruiken.

Een woordvoerder van VN-secretaris-generaal Antonio Guterres veroordeelde de aanval van de coalitie echter en riep de strijdende partijen op burgers te sparen. Bovendien wil Guterres een onafhankelijk onderzoek naar het incident, een suggestie die door de Houthi’s werd verwelkomd.

Ook veel hulporganisaties reageerden woedend op de luchtaanval. ,,Grotesk, beschamend, verontwaardigd. Schaamteloze onverschilligheid voor de regels van de oorlog, wanneer bus met onschuldige schoolkinderen zo maar kan worden aangevallen”, twitterde Jan Egeland, hoofd van de Norwegian Refugee Council.

De luchtaanval van de coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië had plaats in de noordelijke stad Saada. Die ligt in een gebied dat geldt als een bolwerk van de Houthi’s, een etnische groep die volgens Saoedi-Arabië veel steun krijgt van Iran. Juist vanuit Saada vuren de Houthi’s het laatste jaar regelmatig raketten af op doelen in Saoedi-Arabië, ter vergelding van de talrijke bombardementen van de coalitie. De schade van die raketbeschietingen is tot dusverre overigens gering geweest in vergelijking tot de verwoestende bombardementen die al ruim drie jaar op door Houthi’s gecontroleerde gebieden plaatsvinden.

De provincie Saada heeft al veel bombardementen te verduren gehad en veel plaatsen zijn verwoest. Eind juli meldde Saoedi-Arabië dat het een aantal plaatsen in Sadaa had verwoest van waar raketten waren afgeschoten door de Houthi’s.

De oorlog in Jemen, die al aan duizenden mensen het leven heeft gekost, lijkt intussen in een impasse te verkeren. In juni kondigde de coalitie een groot offensief aan om de belangrijke havenstad Hodeida aan de Rode Zee te heroveren op de Houthi’s. Maar hoewel er van tijd tot tijd hevige gevechten worden gemeld, lijkt de val van de stad niet op handen.

De strijd om Hodeida bemoeilijkt intussen de aanvoer van hulpgoederen. Zo’n acht miljoen mensen in het Houthi-achterland, die al op de rand van de hongersnood balanceren, zijn daarvan geheel afhankelijk. In totaal hebben volgens de VN 22 miljoen Jemenieten (op een bevolking van 29 miljoen) hulp nodig. Het is de ernstigste humanitaire crisis van dit moment in de wereld.

    • Floris van Straaten