Vrij zijn is...skaten in de stad

en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

‘I’m a Barbie girl, in a Barbie world”, zingt Silvana Riphagen (23) zachtjes. In haar hand geen microfoon maar een lichtgevende kegel die ze hoog in de lucht houdt. Voor haar staan drie auto’s stil. Uit een van de raampjes steekt een mobieltje. Riphagen is een blocker, een verkeersregelaar, en vanavond begeleidt ze de driehonderd skaters die meedoen aan de Utrecht Skate Parade. Elke vrijdagavond, van mei tot en met september, is de stad even van hen.

Met de handen op de rug sprinten Riphagen en haar medeblockers, vijftien in totaal, voor de groep uit. Een voor een slaan ze af, met een hand omhoog richting zijstraat, oprit of oversteekpunt. Verkeer stopt. „De meesten vinden het prachtig”, zegt Riphagen. „Ze lachen en joelen, of filmen ons.” Lastige automobilisten – „ga eens ergens anders skaten” – leidt ze af met een praatje. Drie minuten kletsen tot de stoet voorbij is.

In die stoet skate Jürgen Steunenberg (40), vandaag verkleed als dokter – „mijn astronautenpak is te warm” – en in het dagelijks leven casinomedewerker. In 2000 werd hem een flyer in de hand gedrukt, „kom skaten”, en sindsdien doet hij elke editie mee. Vrienden krijgt hij zelden zo ver. Die hebben altijd smoesjes. „Ik ben ooit geopereerd aan mijn been” of „ik heb al tien jaar niet geskeelerd”, maar heel erg vindt Steunenberg dat niet. „Ik kom hier om mijn hoofd leeg te maken.” En om al dansend en zwaaiend te skeeleren. „Je bent zelf de entertainer van jezelf, zeg ik altijd.” Voor het beste geluid rijdt hij vlak achter de muziekwagen van DJ Goudfout en zijn MC (‘master of ceremonies’) die de snelheid van de stoet bepalen en de massa opzwepen: „Ik heb een toe-toe. Ik heb een toe-toe.” Steunenberg drukt op zijn neus. „Ik heb een toe-toe-toeter op mijn waterscooter.”

Een route van twintig kilometer, en vanaf de tweede hoek al afhakers

Dertig vrijwilligers zijn er nodig voor een succesvolle tocht. Er is een routecommissie, een opbouwploeg, een EHBO-team en een kookploeg. Vandaag stond er nasi op het menu, met pindasaus in thermosflessen. De route van deze editie is zo’n twintig kilometer en loopt van de binnenstad naar Overvecht, langs de Vecht naar Maarssen en over de Amsterdamsestraatweg terug. Een route met zowel glad als ruw asfalt, en vanaf de tweede hoek al afhakers.

„Het was echt zwaar”, zucht Karima (24). „Véél te zwaar”, vindt Saliha (23, ze willen niet met hun achternaam in de krant). Elk jaar zagen de vrouwen de skaters door hun stad trekken. „Deze zomer moesten we mee.” Volgende maand verhuist Saliha naar een andere stad, Karima gaat op vakantie. Ze trainden. „Twee keer, vijf kilometer.” Het bleek niet genoeg. Vlak voor de pauze – limonade bij de brandweerkazerne in Zuilen – haken ze af. Saliha laat zich in de berm zakken. „Zo zwaar.” Skeelers en beschermers los. Uit haar handtas – „we bleken de enige met handtas” – haalt ze twee slippertjes. En daarna een flesje parfum. Twee spuitjes voor Karima, twee voor Saliha. „Ik wil niet in de bus zitten stinken.”

    • Peter de Krom
    • Astrid van Rooij