Opinie

    • Clarice Gargard

Taal is zeg maar echt een machtsmiddel

‘Je mag ook niks meer zeggen’, klaagt men tegenwoordig wel eens tijdens het publieke debat over het aanpassen van woorden uit de Nederlandse taal. ‘De oorlog tegen taal’ noemen ze het. Het n-woord mag bijvoorbeeld niet meer gebruikt worden om zwarte mensen aan te duiden. Of de stereotyperende term ‘valse nicht’ blijkt aanstootgevend voor homo’s. Maar het opnieuw uitvinden van taal is de taak van elke generatie. Het is namelijk taal die verraadt hoe je de wereld eigenlijk ziet.

Toen ik op mijn vierde naar Nederland kwam leerde ik vrij snel Nederlands spreken. Maar omdat Engels toentertijd mijn moedertaal was, ontstond er bij sommige woorden enige verwarring. Dan sprak ik tijdens de vertelronde in de klas bijvoorbeeld over ‘gas’ tanken in plaats van ‘benzine’. Of zei ik om de haverklap ‘gezellig’ omdat iedereen dat leek te doen. De Nederlandse taal ging pas echt voor mij leven toen ik langer in Nederland verbleef en mijn omgeving beter begreep.

Taal is de belangrijkste vorm van (directe) communicatie en wordt voornamelijk door cultuur bepaald. We hebben taal nodig om te overleven, informatie over te brengen en om de wereld om ons heen te kunnen bevatten. Zonder een lingua franca zouden we met z’n allen – als bij de toren van Babel – verward aan het ronddolen zijn.

Je kunt aan de manier waarop taal gebruikt wordt merken hoe de wereld – volgens de gebruiker – in elkaar steekt. Linguïst Benjamin Whorf ontdekte dat volkeren alleen dingen kunnen begrijpen wanneer er woorden voor bestaan in hun eigen taal. Het oorspronkelijk Amerikaanse Hopi-volk zou tijd anders beleven dan wij, omdat zij woorden zoals ‘gisteren’, ‘vandaag’ of ‘morgen’ niet kennen. Het is uiteraard niet zo zwart-wit, maar de theorie vertelt ons wel dat taal de realiteit beïnvloedt.

Hier leven sommige mensen – die denken dat homo’s ‘nichten’, zwarte mensen ‘neger’ en mensen uit de onderklasse ‘tokkies’ noemen nog steeds van deze tijd is – vooral in een wereld waarin zij mogen bepalen hoe gemarginaliseerde groepen genoemd mogen worden.

Maar de wereld verandert door globalisering, emancipatie, migratie en technologie. Onze taal kan niet anders dan mee veranderen willen we deze nieuwe wereld nog begrijpen. Het is geen oorlogsvoering tegen de eigen taal wanneer wij het zelf zijn die hem steeds opnieuw trachten uit te vinden.

Volgens de Amerikaanse schrijver James Baldwin is taal een machtsmiddel. Je zou net zo goed je kleren kunnen uittrekken wanneer je spreekt, omdat je met je stem jezelf blootgeeft. Dat maakt het voor de dominante groep mogelijk om jou uit te sluiten wanneer je niet aan bepaalde voorwaarden voldoet. Zo zou je bijvoorbeeld niet snel meerdere presentatoren met een uitgesproken Limburgs accent op de landelijke televisie zien.

Onlangs besloot journalistiek platform OneWorld „geen koloniaal taalgebruik” meer te hanteren. Hoofdredacteur Seada Nourhussen schreef dat woorden zoals ‘inheems’, ‘stam’ en ‘minderheden’ respectievelijk vervangen worden door ‘oorspronkelijke bewoners’, ‘volken’ en ‘gemarginaliseerde mensen’. Haar criticasters deden alsof de politie al aan hun deur stond om hen vanwege hun woordgebruik in de boeien te slaan. Terwijl in een vrije samenleving wonen juist betekent dat je mag nadenken over wat voor impact de woorden die je gebruikt hebben en welke wereld je daarmee creëert.

Taal is en blijft blijkbaar toch echt een ding. Amerikaanse schrijver Toni Morrison zei: „We sterven. Dat kan uiteindelijk de enige zin van het leven zijn. Maar we gebruiken ook taal. En dat is misschien wel de maatstaf ervan.”

Clarice Gargard is programmamaker (BNNVARA) en freelance journalist.



Correctie (15 augustus 2018): In een eerdere versie van deze column werd het citaat van Toni Morrison, in de laatste alinea, toegeschreven aan James Baldwin. Verder stond er dat de taal van het Hopi-volk geen tijdsbepaling kent. De Hopi hebben wel een concept voor tijd, maar dat is minder vaststaand dan zoals wij dat kennen.

    • Clarice Gargard