Nooit zie je jezelf als alleenstaande ouder, tot het vakantie is

Alleenstaand op vakantie Martine Kamsma ging jarenlang alleen met haar dochters kamperen in Frankrijk. Is dat zielig of juist stoer?

Illustratie Marike Knaapen

De eerste keer kon ik me er nog makkelijk vanaf maken. Een lieve oom en tante hadden hun luxe tent voor ons opgezet. De meisjes, twee en vier, waren onderweg naar Castricum in slaap gevallen. „Waar zijn we?”, vroegen ze toen ik de Volkswagen Polo op het kampeerveldje voor de tent draaide. „In Frankrijk”, zei ik. Waarschijnlijk vooral om het mezelf wijs te maken. Niets zou veranderen. We gingen gewoon met vakantie. Toevallig sprak iedereen hier Nederlands.

Het jaar erna pakte ik het serieus aan. Ik kocht een tent die ik in mijn eentje kon opzetten. Zette de kinderen in hun autostoeltjes op de achterbank, op de bijrijdersstoel een volgestouwde koelbox. On y va. Eén hand aan het stuur, met de andere broodjes werpend, raampjes opendraaiend, cd’s wisselend over de Route du Soleil in een kokendhete auto. De kinderen vielen onderweg in slaap. „Waar zijn we?”, vroegen ze toen we in de Ardèche het kampeerveldje opreden. „In Frankrijk.” Eindelijk.

Ik ging me natuurlijk niet laten helpen door de Nederlandse buurman met zijn volledig geëquipeerde stormvaste tent. De buurvrouw hing de was op, hij zat met een koud biertje zogenaamd De Telegraaf te lezen. Eén hulpeloze beweging was genoeg geweest om hem uit zijn stoel te krijgen: „Laat mij maar even.” Mooi niet. Mijn tent. Mijn vakantie. Toen ik anderhalf uur later, met het stoffige zweet op mijn rug, de laatste haring de grond in sloeg, zat hij daar nog over zijn krant heen te kijken.

Lees ook: Deze types kom je tegen op de camping

Die avond – nu was ik het publiek in dit openluchttheater – hadden de buren elkaar, na een fluisterruzie in de tent, weinig te vertellen. Zwijgend prikten ze in hun sla. Ik zat in mijn nieuwe stoel, blote voeten op de koelbox, ik dronk rosé uit een Mepal-mok en las The Corrections van Jonathan Franzen – over disfunctionele families gesproken. De meisjes sliepen. Ik was op een rare manier gelukkig. Alleen jammer dat er even niemand was om dit mee te delen.

Net als alle andere gelukkige gezinnen

In de tien jaar dat ik alleen met de meisjes met vakantie ging, was ik vaak gelukkig. Daarin leken we op alle andere gelukkige gezinnen. Ongelukkig was ik op mijn eigen manier. Toen de oudste niet meer wilde zwemmen omdat ze als enige in het zwembad niet door haar vader werd opgetild („Nee mama, dat kun jij niet.”). Toen we in een restaurant een tafel aangewezen kregen in het zaaltje met andere ‘alleenstaanden’ – bouwvakkers en vertegenwoordigers. Toen ik in een Frans k**dorp, nadat we in een k**museum waren geweest, in een smal k**straatje de zijspiegel van die k**-Polo eraf reed en de k**kinderen, die al de hele dag aan het zeiken waren, de schuld gaf.

Tegenslag, ontdekte ik in de loop der jaren, moet je meteen compenseren. Door een goed restaurant te zoeken en het lekkerste van de kaart te bestellen. En als het onheil zich in een restaurant voltrekt (de ober die volhield dat de peuk in ons eten een paddestoel was): hop, zonder te betalen naar het volgende restaurant en dáár het lekkerste van de kaart bestellen.

Toen in de Pyreneeën na een hevig onweer de hele tent onder water stond, was ik inmiddels al zo geroutineerd in het ombuigen van pech in mijn voordeel, dat ik al van tevoren bedacht had waar ik in dat geval wilde eten. Alleen jammer dat ik weer de Bob was.

Hoe kan het dat de halve schoolklas bestaat uit kinderen van gescheiden ouders, maar dat je op de camping alleen maar traditionele gezinnen ziet?

Het is raar. Het hele jaar ben je alleenstaande ouder. Je kookt, je wast, leest voor, zet de vuilniszakken buiten, staat langs de lijn, haalt en brengt, hangt slingers op, zet een Ikea-bedje in elkaar, een paar jaar later een stapelbed. Maar nooit zie je jezelf als alleenstaande ouder. Tot het vakantie wordt. Al in juni, als de eerste belangstellenden beginnen te vragen waar je naartoe gaat deze zomer, krijg je goedbedoelde adviezen: er zijn van die leuke ezeltrektochten voor alleenstaande ouders. Er zijn campings met van die alleenstaande-ouderveldjes, met een alleenstaande-ouder-table-d’hôte. (Rijmt op: ik ga nog liever dood.)

‘En uw man?’

Bij elke camping hoor je bij de receptie: et votre mari? Il arrive quand? Als je vraagt waar je in de buurt goed kan eten, sturen ze je naar een pizzeria of een crêperie. En altijd die andere Nederlanders, die na een uur, of een dag, maar toch altijd voordat ze vertrekken, hun nieuwsgierigheid niet meer kunnen bedwingen. „Goh, wat knap joh, dat je dit allemaal alleen doet. Kom anders gezellig bij ons een wijntje drinken.”

Alleenstaande ouder ben je vooral door de ogen van de ander. En vooral op plekken waar weinig alleenstaande ouders zijn. (Gek eigenlijk. Hoe kan het dat de halve schoolklas bestaat uit kinderen van gescheiden ouders, maar dat je op een Franse camping, een Spaanse vakantiepark of een Italiaanse agriturismo alleen maar traditionele gezinnen in Volvo V70’s tegenkomt? Zouden ze dan toch met z’n allen in die alleenstaande-ouder-all-inclusive met animatie en waterpark zitten?)

Lees ook: Taboedoorbrekend op vakantie: met een singlereis mee

Door de ogen van die ander zie je jezelf ineens als een karikatuur. Misschien maakt dat het ongelukkigst. Dat je drie weken lang gedefinieerd wordt als iets wat je niet bent – of althans, waar je de overige 49 weken van het jaar nooit bij stilstaat. Dat je een uitzondering bent. Een beetje zielig. Of juist heel stoer. Je bent het allebei niet, maar zo ziet de ander het toch wel. Je moet geprezen worden of getroost, vermaakt of gered. Of je moet even bevestigen dat die anderen het zo goed voor elkaar hebben samen. En je kunt het natuurlijk allemaal heel goed zelf, maar laat me dan tenminste even uitleggen hoe je dat het beste kunt doen, de auto inpakken/een bergwandeling maken/naar het strand rijden/de barbecue aansteken.

Had ik die vakanties als alleenstaande moeder, misschien uit lijfsbehoud, al die tijd geromantiseerd?

Hoe vaak heb ik mijn koelbox niet omhelsd, blij dat hij mijn bijrijder was, en niet zo’n man?

Het is geen enkele prestatie

Alleen naar Frankrijk rijden is geen enkele prestatie. Dat is wat je doet als je naar Frankrijk wilt. Elk jaar werd het leuker. We verheugden ons op het weerzien met de chagrijnige obers in hotel Fawlty Towers bij Nancy, wezen onderweg de plekken aan waar ooit de achterbank was ondergekotst en begonnen met z’n drieën tegelijk te joelen als we het kasteel zagen waar we elk jaar onze tent opzetten, telkens sneller dan vorig jaar. We deden heus weleens wat anders dan kamperen in Frankrijk. En we ontdekten dat in steden helemaal niemand opkijkt van een moeder met twee kinderen. In Parijs kun je je kinderen achterlaten in Jardin du Luxembourg om een krant te kopen en als je terugkomt vraagt niemand of je wel in orde bent (ja, inderdaad, totaal onverantwoord). In Londen kregen we, het was toevallig Valentijnsdag, het beste tafeltje van het restaurant.

Lees ook: Hoe overleeft een vakantie-romance?

We bleven naar Frankrijk gaan. Tot er ineens, na elf jaar, iemand was om vakantieplannen mee te maken. Een keer geen Frankrijk? Wellicht ook iets anders dan kamperen? Italië werd het, een plek op een heuvel met een zwembad, groot genoeg voor vier puberdochters. Er werd een spritz voor me gemaakt, terwijl ik onder een boom Dave Eggers’ Heroes of the Frontier las – over een moeder die na haar scheiding met haar kinderen naar Alaska trekt, op de vlucht voor haar demonen, op zoek naar zichzelf (en er een potje van maakt). Was ik ook zo’n geval? Had ik die vakanties als alleenstaande moeder, misschien uit lijfsbehoud, al die tijd geromantiseerd? Was het toch beter met z’n tweeën?

Ik deed mijn oortjes weer in, Spotify op shuffle. I feel the earth move, van Carole King, het eerste nummer van Tapestry, het album dat we grijsgedraaid hadden in Frankrijk. Ik zag de afslag bij Valence, het aquamarijn van de Rhône, daarna het duizendkleurige groen langs de slingerweggetjes in het noorden van de Ardèche. Hoe we daar reden met z’n drieën, luid zingend, in onze kokendhete Polo. Muziek laat herinneringen ongefilterd door. Zorgt ervoor dat ze niet worden overschreven door de nieuwe werkelijkheid – je bent weer waar je was met het gevoel dat je toen had. Carole King bracht me terug naar Frankrijk. Het was goed geweest, vakanties om te koesteren, de meisjes en ik in onze cocon. Toch leuk dat er iemand naast me zat om die gedachte mee te delen.

    • Martine Kamsma